Reisverslag Amerika 2013

Inleiding                                                                                                                                        (Voor de fotopagina van deze reis kunt u hier klikken.)

Laat ik dit reisverslag eens lekker negatief beginnen: wat is die receptioniste van de Best Western Airport Motel toch een ongelooflijk hautaine tr*t!! Zo, dát is er uit!!

Wij sliepen dus de nacht voor ons vertrek dicht bij Schiphol, in de Best Western. ’t Begon er al mee dat we de parkeerplaats niet op konden, de slagboom ging niet open. We drukten op de intercom-knop, in de veronderstelling dat iemand van het hotel zich dan wel zou melden en de slagboom open zou doen, maar nee hoor, de intercom bleef stil en de slagboom bleef gesloten. Uiteindelijk zijn we maar tegen de richting in via de uitgang de parkeerplaats op gereden. Rob en Elina, onze chauffeurs, hebben ons nog netjes even geholpen om de bagage het hotel in te brengen, en nadat we afscheid van hen hadden genomen ben ik bij de balie in de rij gaan staan (’t was er druk).

Eenmaal aan de beurt was alles snel geregeld, de receptioniste gaf ons het kaartje waarmee we de deur van kamer 3.30 zouden kunnen openen en wees ons rechtsom een gang in. Terwijl we in de lift naar boven gingen viel het me al op dat de kamernummers die daar op een bordje stonden vermeld, niet hoger gingen dan kamer 3.29…. Huh??? En eenmaal boven was er inderdaad géén kamer 3.30 te vinden.

De hele boel maar weer de lift in gesleept,  en terug naar beneden. Bij de receptie was het nog steeds druk, Hans besloot om eerst even zelf rond te kijken en hij vond helemaal aan de andere kant van de hal nog een gang waar kamer 3.30 wél werd genoemd. Het was helemaal donker in die gang, maar op het moment dat we er in liepen sprongen de lichten vanzelf aan. Handig! Nu vonden we kamer 3.30 wel, tot onze verbazing stond de deur op een kier. Even kloppen….. geen reactie….. Dus wij naar binnen toe. We wilden nog wel even checken of dit nu echt onze kamer was, terwijl ik binnen bleef staan probeerde Hans vanaf de buitenzijde onze sleutelkaart uit. Die dus niet werkte! Ik was er ondertussen ook achter gekomen dat de verlichting in de kamer het niet deed.

Terwijl Hans terugging naar de balie, bleef ik met onze koffers op de donkere kamer wachten. Het duurde best lang voordat hij terug kwam. De reden: er stonden mensen bij de balie te klagen omdat de slagboom van de parkeerplaats niet werkte (hetgeen volgens de receptioniste niet waar kon zijn, alles werkte prima). Maar we zaten inderdaad op de goede kamer, zei hij, de sleutelkaart was opnieuw geactiveerd (maar werkte nog steeds niet!) en de verlichting zou het moeten doen (niet, dus!). We were not amused, om het maar even heel voorzichtig uit te drukken!

Er zat maar één ding op, en dat was terug naar de balie. Het was er nog steeds druk, terwijl hij daar stond te wachten hoorde Hans dat wij niet de enigen waren die problemen hadden met de sleutelkaart. Blijkbaar was er een systeemstoring. Enfin, de kaart werd wéér geactiveerd, het zou nu allemaal goed moeten komen. Maar helaas, het verhaal gaat nog even verder.

Bij zijn derde keer aan de balie liet Hans zich niet meer afschepen met het ‘het moet nu toch écht werken, meneer’- verhaal, hij kwam terug in gezelschap van de receptioniste die ik in de eerste regel van dit verslag al zo treffend heb beschreven. Mevrouw zei op hooghartige toon dat de sleutelkaart zeker zou moeten werken, en dat er niets mis was met de verlichting. Okay, dat mocht ze zelf even demonstreren, uiteraard. Ze gebruikte haar eigen masterkey, en voila, de deur ging netjes voor haar open. Ze wilde meteen weglopen, maar daar was Hans het dus niet mee eens. Hij hield haar tegen, ze moest eerst maar eens even kijken of onze sleutelkaart het óók deed. Nee dus, voor Hans bleef de deur hardnekkig gesloten. De receptioniste nam de kaart nu van hem over, en probeerde het zelf. Maar ook voor haar ging de kamerdeur niet open, je had haar blik moeten zien zeg…… Ze mompelde iets van ‘te snel’, en deed een tweede poging. En ja hoor, deze keer lukte het wel! Eerlijk gezegd vond ik dat zelfs jammer, ik had best wel eens willen zien hoe mevrouw Hautaine Tr*t zich eruit zou hebben gered als die sleutelkaart écht niet had gewerkt. En nu het licht nog…… bleek dat er direct naast de kamerdeur een kastje zat waar we de sleutelkaart in moesten steken, daarmee werd de verlichting geactiveerd. De receptioniste leek ons maar erg dom te vinden, dat wij dit niet wisten. Sorry hoor mevrouw, dat wij dit niet zomaar helemaal uit onszelf hebben gesnapt……

Eindelijk…… we waren binnen…… We besloten om het hele voorval maar zo snel mogelijk te vergeten (wat, getuige mijn hierboven staande verslag blijkbaar niet helemaal is gelukt), en even lekker te relaxen voordat het tijd was om te gaan slapen. De kamer was prima hoor, daarover hebben we niets te klagen. En na een goede nachtrust konden we gaan beginnen aan onze veertiende USA-vakantie, de rest dit reisverslag gaat dan ook vooral over leuke dingen.


DAG 1 : ZATERDAG 27 APRIL: AMSTERDAM – SEATTLE

Gevlogen:  4.916 mijl, Gereden:  19 mijl

Experience Music Project Museum

Experience Music Project Museum

We vlogen rechtstreeks. ’t Was een lange zit – een uurtje of 10 ongeveer – maar al met al duurt de reis zo toch wel veel korter dan wanneer je over moet stappen. En bovendien geen gestress voor het halen van de volgende vlucht of een lange saaie wachttijd op de overstapluchthaven (met beide variaties hebben we ervaring), dus wij vonden het prima zo. Het was nog net geen 12 uur ’s middags toen we in Seattle aankwamen. Bij immigrations ging alles lekker vlot, en ook onze koffers kwamen er al snel aanrollen. Een medewerker van de luchthaven dacht dat Hans een Amerikaan was, geen idee waarom onze nationaliteit daar belangrijk was, maar Hans was helemaal tevreden hoor. Die wil best wel even voor Amerikaan doorgaan.

The Needle

The Needle

Op het moment dat we met onze auto, een zwarte Jeep Patriot, bij Alamo de garage uit reden, begon het te regenen. Bah, wat een slechte timing zeg! We hadden immers nog volop de tijd om Seattle te gaan verkennen, en op regen zaten we nu echt niet te wachten. Gelukkig bleek het slechts om een korte bui te gaan, toen we Seattle binnenreden was het alweer droog. De snelweg liep dicht langs een heel stel oude fabrieken af, wat een contrast met de zeer moderne gebouwen van de binnenstad die daar vlakbij stonden. Dankzij TomTom reden we zonder problemen naar ons eerste hotel, de Inn at Queen Anne. Midden in het centrum, met eigen parkeergelegenheid, en niet overdreven duur…. wat wil je nog meer? ’t Was wel een erg oud hotel, de houten kozijnen waren hier en daar wat afgebladderd en het badkamermeubilair had waterschade opgelopen, maar het was wel schoon allemaal en dat is voor ons toch echt het belangrijkste.

Nadat we onze koffers naar binnen hadden gebracht, zijn we op pad gegaan. Het was maar een paar minuutjes lopen naar de Space Needle. Leuk om die toren, die we natuurlijk al zo goed kennen van foto’s, film en Frasier, nu ook eens in het echt te zien. Behoefte om zelf naar boven te gaan hadden we overigens helemaal niet, we vonden het genoeg om de toren van buiten af te bekijken. Dicht bij de toren staat het opvallende EMP Museum. De letters EMP staan voor Experience Music Project, en het gebouw is ontworpen door architect Frank O. Gehry die zich heeft laten inspireren door de energie en continue veranderlijkheid van muziek. Het gebouw is één en al vorm en kleur, echt heel apart! We hebben nog even wat rondgeslenterd in het park, er liepen diverse vreemd uitgedoste jongeren rond, er stond een niet al te boeiende Zuid-Amerikaans muziekgroep te spelen, compleet met panfluit, we zagen nog wat mooie mozaïekmuren. Kortom, de middag was zo een heel eind voorbij.

De vermoeidheid begon nu toch wel toe te slaan, de dag duurde voor ons immers 9 uur langer dan normaal. Maar we wilden toch écht bij avond naar Kerry Park, het uitkijkpunt vanwaar je de skyline van Seattle kunt zien. Het duurde nog wel even voordat het donker zou worden, we besloten om een makkelijk broodje hamburger te gaan eten en daarna naar ons hotel te gaan. Daar ben ik lekker in bed gekropen, ik sliep zo! Na een uurtje maakte Hans me wakker, tot mijn eigen verbazing voelde ik me meteen weer fit en vol energie. Lekker, toch!

Het was nog steeds licht toen we bij Kerry Park aankwamen, we waren veel te vroeg. En koud dat het daar was….. dat lag aan de lage temperatuur maar meer nog aan de striemend harde wind…… We waren niet alleen, rondom ons zagen we diverse andere fotografen en ook opvallend veel mensen met chique kleding. Een jong stel werd uitgebreid gefotografeerd met de skyline van Seattle als mooie achtergrond. Eerst dachten we dat het om een bruidspaar ging, maar de rest van het gezelschap bracht ons op andere gedachten: we zagen geen trotse ouders, ontroerde oma’s of klierige kleine broertjes, nee, alleen maar jonge mensen. Ah, zo begrepen we, deze jongeren waren op weg naar een heuse Amerikaanse prom….. Er kwamen bussen aanrijden waaruit nog meer meisjes in prachtige jurken en jongens in nette pakken te voorschijn kwamen, anderen arriveerden zelfs in limousines. Nu had ik het al vreselijk koud, met een dikke trui en fleecejack aan, maar die meiden hadden dus ‘blote’ jurken aan, compleet mét decolleté en zonder mouwen. Maar allemaal trotseerden ze de ijzige kou voor die ene foto van zichzelf met promdate en Seattle….

Skyline Seattle

Skyline Seattle

Langzaam aan werd het donker, en zagen we de lichten van de stad aangaan. Mooi zeg! De belangrijkste blikvanger was uiteraard de Space Needle, die prachtig wit afstak tegen de donkere, dreigende wolkenlucht. De onderzijde van de wolken kleurde op gegeven moment helemaal rood; dit was – zo denken wij – geen mooi natuurverschijnsel maar een minder mooi mensenverschijnsel: luchtverontreiniging, dus. Toen we weer naar de auto gingen waren we tot op het bot verkleumd, gelukkig was het maar een paar minuten rijden naar ons hotel waar ik meteen lekker onder de warme deken ben gekropen.


DAG 2 : ZONDAG 28 APRIL: SEATTLE – OLYMPIC NATIONAL PARK (NOORD) – FORKS

Madison Falls

Madison Falls

Gereden: 144 mijl
We hadden voor deze vakantie bij de weergoden regen besteld. Een béétje regen, net genoeg om de regenwouden van Olympic National Park op hun mooist te laten zijn. Die flinke bui die op ons dak viel op het moment dat we Seattle uitreden, dát was nou net weer niet de bedoeling. Maar niet getreurd, we hadden nog een ferry overtocht en een lange rit voor de boeg voordat we Olympic zouden bereiken, misschien zou de regen tegen die tijd wel zijn opgehouden.

sZoals we al verwachtten was het niet druk bij de ferry. Tja, wat wil je ook, op zondag om 7 uur ’s ochtends! Vanwege het slechte weer konden we niet op het dek van de Puyallup (zo heette onze boot) van het uitzicht genieten, we zijn dus maar in het retaurant gaan zitten. Konden we meteen ontbijten, dat was ook wel makkelijk natuurlijk. Na een klein half uurtje varen bereikten we de overkant van de Puget Sound, en konden we de auto weer op gaan zoeken. Het eerste plekje dat we in onze TomTom programmeerden was het adres van de Walmart, we moesten natuurlijk wel even ons gebruikelijke overlevingspakket gaan aanschaffen. Met een gloednieuwe koelbox, twee blauwe stoelen en uiteraard het nodige eten en drinken konden we verder naar bestemming nummer 2: het Visitor Center in de stad Port Angeles. Daar wilden we de entree voor Olympic NP gaan betalen, maar de dames daar achter de balie wilden onze dollars niet aannemen. We konden bij hen alleen maar terecht voor een America the Beautiful Pass, maar díe hadden we niet nodig. We zouden kunnen betalen bij het eerste Ranger Station dat we tegen zouden komen, zo kregen we te horen.

Maar ook toen we de Elwha River Valley binnenreden konden we niet betalen, de trailhead voor de hike die we hier hadden gepland lag direct voorbij de parkgrens en we hadden géén Ranger Station gezien. Ook al waren we nu dus nog maar nét in het park, we werden meteen al verrast door een stel met mos begroeide bomen. Dit was nu precies een van de redenen waarom ik zo graag naar dit gebied toe wilde, ik vind het echt prachtig om zoiets te zien. Het doel van deze eerste wandeling was een waterval, nummer 1 van de vele watervallen die we voor deze reis op ons verlanglijstje hadden gezet. Madison Falls zou best een aardige waterval zijn, zo had ik gelezen, maar zeker geen topper. Onze verwachtingen waren dus niet al te hoog gespannen.

Marymere Falls

Marymere Falls

We moesten er weer even inkomen, wat nemen we nu eigenlijk precies mee voor deze wandeling….. Nou, om te beginnen maar een regenjas en een paraplu. En het fototoestel met statief, uiteraard. We volgden een verhard pad van een paar honderd meter lang, en toen zagen we de waterval al voor ons liggen. En die was mooier dan ik verwachtte. Okay, ik wist dat we tijdens de komende weken heus nog wel méér indrukwekkende exemplaren te zien zouden krijgen, maar ook Madison Falls mag er zeker wezen. Terwijl Hans z’n best deed om de waterval zo mooi mogelijk op de foto te zetten, hield ik de paraplu boven zijn hoofd en de fotocamera. Ook een belangrijke taak, toch?

Bij Lake Crescent vonden we wel een Ranger Station. Maar ook hier konden we het entreegeld niet betalen, het Ranger Station was gesloten. Dus we hadden geen keus, we moesten weer illegaal op pad. Het pad naar Marymere Falls, om precies te zijn. Het was inmiddels droog geworden, de zon kwam zowaar heel even door. Maar de paraplu namen we voor de zekerheid toch maar mee. De trail startte bij het Ranger Station, en even verder liepen we via een smal tunneltje onder de weg door. Daar werden we, net als bij de trailhead van Madison Falls, weer verrast door een aantal bijzonder mooie bomen. Dit was dan nog niet het echte regenwoud, maar toch waanden we ons er al een beetje. We moesten ongeveer anderhalve kilometer lopen naar de waterval, dankzij de mooie omgeving beviel het ons hier prima. Bij Marymere Falls bleken we de paraplu toch weer nodig te hebben. Niet omdat het weer was gaan regenen, maar omdat er enorm veel stuifwater over het pad heen waaide. Deze keer hield ik de paraplu dus niet boven de camera, maar ervoor. Op het moment dat Hans een foto wilde maken moest de paraplu omhoog, en direct nadat de camera ‘klik’ zei, snel weer omlaag. Maar ook tijdens die paar seconden was de lens al helemaal nat, gelukkig maar dat we een hydrofieldoek hadden meegenomen om de lens steeds droog te kunnen wrijven. Dat ding werkte perfect, zelfs toen de doek nat begon te worden nam ie nog voldoende water op om de lens goed droog te krijgen.

Giant Bigleaf Maple Tree

Giant Bigleaf Maple Tree

Toen we terugkwamen bij de auto was het hoog tijd om een boterham te gaan eten. Het was behoorlijk koud, maar wel droog en zelfs een beetje zonnig. De picknickbanken waren kletsnat, dus daar konden we niet zitten. Maar geen nood, we hadden immers deze ochtend stoelen gekocht dus die konden we hier mooi inwijden. We hebben het ons heerlijk laten smaken!

Aan de westzijde van Lake Crescent zou een heel aparte boom staan, de Giant Bigleaf Maple Tree. Nu hadden we ondertussen al zoveel mooie bomen gezien, dat ik me afvroeg of deze Giant echt zo apart zou zijn dat we er speciaal voor om moesten rijden. En ja, dat was ie! Ik kan met woorden niet goed overbrengen hoe prachtig deze boom was; zoveel vertakkingen die alle kanten uitstaken, en die prachtige groene mossen. Ook de foto’s die we hebben gemaakt doen de boom geen recht, het bleek gewoonweg niet mogelijk om de hele Giant op één plaatje te krijgen. Je zal me daarom gewoon op m’n woord moeten geloven: ja, de Giant Bigleaf Maple Tree is de (kleine) omweg méér dan waard, als je langs Lake Crescent afrijdt moet je hier echt even naartoe gaan !

We gingen nu door naar het plaatsje Forks, waar we al een motelkamer hadden gereserveerd. Gisteren was het dutje tussendoor me prima bevallen, dus het leek me een heel goed plan om dat ook nu weer te doen. Even lekker m’n ogen dicht, en dan vanavond weer uitgerust en wel naar Second Beach waar we de zonsondergang wilden meemaken. Terwijl ik lekker lag te slapen hield Hans zich bezig met de foto’s die we op deze dag hadden gemaakt, en met het op internet checken van het weerbericht. Regen, de hele avond regen, zo liet de site AccuWeather hem weten. Na een uurtje maakte Hans me wakker, in de stromende regen reden we naar een restaurant en een tijdje later reden we in de stromende regen weer terug naar ons motel. Een mooie zonsondergang bij Second Beach zat er niet in, dat was wel duidelijk.


DAG 3 : MAANDAG 29 APRIL : FORKS – OLYMPIC NATIONAL PARK (WEST) – FORKS

Gereden:  169 mijl
Voor vandaag had ik eigenlijk de zonsondergang bij Ruby Beach gepland. Maar ja, we wilden ook heel graag de zonsondergang bij Second Beach meemaken, en die stond net wat hoger op ons verlanglijstje. Volgens AccuWeather zou het deze avond wél moeten lukken, overdag zou het zo nu en dan regenen, maar vanavond was het droog, zo werd er beloofd. Dus besloten we om deze ochtend al naar Ruby Beach te gaan, en de avond vrij te houden voor Second Beach.

Om kwart voor 7 zaten we in de auto; het was weliswaar droog maar onze voorruit werd wel voortdurend nat door de mist die in de dalen hing, op sommige momenten werd die mist heel mooi verlicht door een voorzichtig zonnetje. De parkeerplaats voor Ruby Beach was makkelijk te vinden, een korte wandeling later bereikten we het strand. Het strand met de mooie seastacks, de hoge rotspunten die – afhankelijk van het getijde – nog net in het water liggen of juist net op het droge.  Dwars over het strand liep een kreekje, het water was helaas te diep om er doorheen te kunnen lopen en daardoor konden we niet dicht bij de seastacks komen. We moesten onze foto’s dus noodgedwongen allemaal min of meer vanuit dezelfde positie nemen. Wat overigens al genoeg mooie plaatjes opleverde, hoor. ’t Werd zelfs nog mooier toen er vanuit de oceaan razendsnel een dreigende wolkenlucht op kwam zetten, we konden er nog gauw een paar foto’s van maken en moesten toen in snelwandeltempo terug naar de auto…. de regen kwam met bakken naar beneden! Ons plan om hier lekker buiten te picknicken werd dus maar snel gewijzigd, de boterhammen die we deze ochtend in ons motel al hadden gesmeerd werden in de auto verorberd.

Ruby Beach

Ruby Beach

Spruce Burl Tree Trail

Spruce Burl Tree Trail

Natuurlijk hoopten we tijdens deze vakantie ook een aantal getijdepoelen te kunnen zien, met kleurrijke zee-anemonen en zeesterren. Een plek die daarvoor zeer geschikt zou zijn, zo had ik op internet gelezen, was een van de stranden ten zuiden van Ruby Beach. De parkeerplaats voor Beach 1 bleek niet meer te zijn dan een pullout, direct langs de weg. Gelukkig was het alweer droog toen we daar aankwamen, en gewapend met onze fototoestellen gingen we weer op pad, op zoek naar de zeesterren. Eerst liepen we een stuk door een bos, een heel apart bos mag ik wel zeggen. De bomen die daar staan zijn Sitka Spruce Trees, en overal op de stammen zagen we grote knobbels zitten, de Spruce Burls. Die knobbels zijn, zo stond op een informatiebordje te lezen, goedaardige tumoren; de Burls hebben precies dezelfde samenstelling als de rest van de stam. Op het bordje stond iets geschreven over een wormensoort die de bomen met een virus zouden hebben geïnfecteerd, maar het woordje ‘possibly’ maakte wel duidelijk dat het ook voor de geleerde dames en heren onder ons niet echt duidelijk is wat nu precies de oorzaak van deze vergroeiïngen was. Maar hoe dan ook, wij vonden het wel heel apart om tussen deze bomen door te lopen! Ons eigenlijke doel van deze wandeling, Beach 1, kon ons minder bekoren. Gewoon een recht toe recht aan strand, zonder seastacks en helaas ook zonder getijdepoelen. Gauw omdraaien dus, en terug naar de auto. Op naar Quinault Rain Forest!

Dik ingepakt, want het was behoorlijk koud, begonnen we aan de korte Rain Forest Nature Trail. Om eerlijk te zijn, die was minder indrukwekkend dan ik vooraf had gehoopt. Het was een leuke boswandeling, met hier en daar een paar mooie rain forest bomen (je weet wel, met van die hangende mossen), maar die moesten we wel echt zoeken tussen de andere meer gewone bomen in. Wat we wel mooi vonden dat was een grote boomstronk, een meter of drie hoog, die helemaal overgroeid werd door een smallere boom die daar direct naast stond. En wat we minder mooi vonden, dat was de enorme herrie die werd veroorzaakt door een stel straaljagers. Zo’n geluid pást gewoon niet in dit soort omgeving! O ja, vergeet ik nog bijna waterval nummer 3 van deze vakantie te noemen, helemaal aan begin van deze korte trail waren we Willaby Creek Falls nog tegengekomen. Een piepklein watervalletje, bestaande uit twee trappen, midden tussen de wanden van een al even piepkleine kloof. De combinatie van die twee was wel mooi, vooral omdat de wanden van de kloof dicht begroeid waren.

Willaby Creek Falls

Willaby Creek Falls

Maple Garden Rain Forest Trail

Maple Garden Rain Forest Trail

We hadden ook de iets langere Falls Creek Loop Trail uitgekozen. Het was onduidelijk waar de trailhead was, we vonden wel een bordje waarop een aantal trails stond vermeld maar er stond nergens een naam bij. We denken wel dat het inderdaad de beoogde Falls Creek Loop Trail was, die we gelopen hebben. Maar helemaal zeker weten doen we dat dus niet. Ach, maakt niet uit, hoe zo’n trail nou precies heet is immers minder belangrijk dan hoe het er uit ziet. En deze trail was gelukkig mooier dan de Rain Forest Nature Trail. Met name tijdens het eerste deel hadden we het echte ‘jéé, we lopen hier in een heus regenwoud’-gevoel. Vooral de hangende mossen konden mij zeer bekoren. Wolken en zon wisten overigens niet wat ze wilden, deze ochtend. Toen we aan de trail begonnen was het ijzig koud, halverwege begon het ook nog eens te regenen, en tijdens het laatste stuk liep ik te puffen van de warmte omdat de zon ineens weer doorkwam. Lastig om je zo goed te kleden!

Second Beach

Second Beach

We reden nu via de South Shore Road langs Lake Quinault nog verder naar het oosten. Het asfalt hield op, we moesten verder via een onverharde weg met flink wat gaten er in. We zijn wel wat gewend op het gebied van dirtroad rijden, dit was dan ook een makkie voor ons. Alleen even goed opletten voor al die plassen met water, we konden daardoor immers niet goed zien hoe diep de kuilen zouden zijn waar we doorheen moesten rijden. Op gegeven moment reden we Olympic National Park in, en via de North Shore Road ging het nu terug naar het westen. En daar, helemaal onverwacht, reden we zomaar ineens door een werkelijk schitterend stukje rainforest. Wat was het mooi daar, zoveel groene mosbomen bij elkaar, zoveel diepte….. en dan ook nog al die varens en andere vegetatie op de bodem……  Wat waren we blij met de zachte drensregen die net op dit moment naar beneden kwam, een rainforest in de regen…. wat wil je nog meer??

Lieve Rangers van Olympic National Park, we willen heel heus echt waar netjes onze entrance fee voor het park betalen, maar dan moeten we daar wel de kans voor krijgen. Tja, ook in Quinault Rain Forest lukte dat dus niet, want ook hier was het Ranger Station gesloten. Bij dat Ranger Station begonnen we aan alweer een korte wandeling, de Maple Glade Rain Forest Trail. De zon kwam weer door, en nee, daar waren wij helemaal niet blij mee! Maar met de trail zelf waren we wel blij, superblij zelfs. Niet alleen zagen we hier de meest mooie rain forest bomen, nee, we kregen er zowaar ook nog een klein meertje bij cadeau waarin die bomen prachtig werden weerspiegeld. De trail was maar 800 meter lang. We hebben er echt hartstikke lang over gedaan omdat we maar foto’s bléven maken, maar toch, het was desondanks toch nog veel te snel dat het einde van het wandelpad alweer in zicht kwam. De Maple Glade Rain Forest Trail is een echte topper!

Het was ondertussen veel later geworden dan we hadden gepland, we moesten nog een heel eind rijden naar ons motel en dan vanavond ook nog naar de zonsondergang van Second Beach. Om tijd te besparen zijn we in Forks maar gauw even naar de Subway gegaan, we hebben allebei een Footlong Sandwich in laten pakken en die hebben we op onze motelkamer lekker opgegeten. Terwijl Hans ondertussen onze foto’s van deze ochtend en middag veilig stelde.

Na het eten was het al snel tijd om weer de auto in te gaan, we wilden immers ruim voor zonsondergang al op Second Beach zijn. Natuurlijk hadden we weer eens véél te veel tijd uitgetrokken voor de rit naar de parkeerplaats en de hike naar het strand, dat overkomt ons wel vaker. We moesten nog lang wachten tot het moment waarop de zon onder zou gaan, maar dat was zeker geen straf. Want de seastacks bij Second Beach waren hartstikke mooi, we vermaakten ons er prima. Toch had het lange wachten één nadeel: het was er koud, ontzettend koud…. en hoe langer we in die kou rondliepen, hoe meer die in onze botten trok. Onze warme wintertruien met daaroverheen een dik fleecejack, onze wintermutsen en handschoenen, het bleek allemaal niet afdoende te zijn. De harde wind ging overal doorheen.  Maar we hebben het stug volgehouden hoor, we lieten die zonsondergang nu écht niet meer aan ons voorbij gaan. Het werd niet de spectaculaire kleurrijke zonsondergang waarop we hadden gehoopt, ik vermoed dat de kans daarop veel groter zal zijn in de herfst. Maar er zat wel een beetje kleur in de lucht, en de weerspiegeling daarvan op het water zorgde toch voor een paar zeer geslaagde fotomomenten.

In het donker liepen we door het bos terug naar de auto, gelukkig hadden we er aan gedacht om een zaklamp mee te nemen zodat we het pad een beetje bij konden lichten. En daarna  – uiteraard ook in het donker – met de auto terug naar Forks. Die terugweg duurde wel wat langer dan de heenweg, want we durfden echt niet hard te rijden. We hadden immers herten naast de weg gezien; op de heenweg was er zelfs eentje kort voor onze auto overgestoken, en je moet er niet aan denken dat zo’n beest in het donker ineens voor je auto komt. Langzaam rijden dus, met de verwarming van de auto op de hoogste stand!

Second Beach

Second Beach


DAG 4 : DINSDAG 30 APRIL : FORKS – RIALTO BEACH – CAPE FLATTERY – NEAH BAY

Gereden:  103 mijl
Na de drukke dag van gisteren was het niet verkeerd om het vandaag wat rustiger aan te doen. We besloten om in de ochtend Rialto Beach te gaan bekijken. Eerst even ontbijten, en daarna een korte wandeling over het strand. Dat ontbijten, dat bleek nog niet mee te vallen…… net zoals gisteren bij Second Beach waaide het ijzig koud. We hebben ons er gewoon lekker niks van aangetrokken, net alsof we gek waren zijn onze stoelen en koelbox te voorschijn gehaald en met uitzicht op de oceaan hebben we al vechtend tegen de wind en rillend van de kou onze boterhammen gesmeerd.

Daarna zijn we toch maar gauw in beweging gekomen, in de hoop dat we het op die manier wat warmer zouden krijgen. En dat lukte prima, het zand op het strand was best wel rul en dat betekende dat het lopen niet echt makkelijk ging. Waardoor ons interne verwarmingssysteem vanzelf weer op gang kwam…. Dicht bij de trailhead lagen diverse grote seastacks, maar we vonden die minder mooi dan de seastacks bij Ruby Beach en bij Second Beach. Verderop zagen we er nog meer liggen, eigenlijk waren we niet van plan om zo ver te gaan maar zo ongemerkt kwamen ze toch steeds dichterbij en vonden we het toch ook wel weer zonde om dan halverwege te stoppen. Net nadat we besloten om toch de hele hike te gaan doen, tot aan de blikvanger Hole-in-the-Rock, kwam er een kink in de kabel. Een kreekje, een breed, diep en snelstromend kreekje dat dwars over het strand heen liep versperde ons de weg…… Al gauw ontdekten we dat er aan de kant waar het kreekje vanuit het bos het strand op kwam stromen, een hele stapel driftwood lag. Een heleboel gladde, wit uitgeslagen boomstammen op een grote hoop bij elkaar. Hans zocht naar een manier om via die boomstammen naar de overkant te gaan. Ik was daar niet bepaald happy mee, ik ben behoorlijk instabiel als ik over ongelijke oppervlakken moet lopen en ik had dan ook helemaal geen zin om moeilijke capriolen uit te halen. Terwijl we daar stonden te dubben of het wel of niet mogelijk zou zijn om over het driftwood heen te klimmen, werd het druk op Rialto Beach. Héél druk….. er kwam een grote groep jongeren van een jaar of 16 aanlopen, samen met een stel begeleiders. En wat voor mij een onoverkomelijk probleem leek, bleek voor die jongeren een wel heel eenvoudige hindernis te vormen. Als er één leerling over de dam is, dan volgt de rest al snel. Dus al gauw zag ik tientallen jongeren over de bomen heen lopen, de een wat handiger dan de ander, maar allemaal bereikten ze de overkant ongeschonden. Tja, toen liet Hans zich natuurlijk ook niet meer tegenhouden. Maar ik wel, als ik het écht had gewild had ik het ook wel gekund maar ik had er gewoon geen zin in….. We spraken af dat Hans door zou lopen naar Hole-in-the-Rock en dat ik hier, bij het driftwood, op hem zou wachten. Hans had er meer moeite mee om uit elkaar te gaan dan ik, hij vond het vervelend voor mij dat ik niet mee kon. Maar ik vond het wel lekker, even rustig op de boomstammen zitten en eindeloos naar de branding kijken…. van dit soort momenten geniet ik echt.

Hans had meer tijd nodig dan ik had verwacht, het duurde best wel lang voordat ik hem vanuit de verte weer aan zag komen. Het bleek dat hij diverse getijdepoelen had gevonden, met veel zeesterren daarin. Die kon hij natuurlijk niet zomaar voorbij lopen, hij had er uitgebreid staan te fotograferen. Ook Hole-in-the-Rock en de andere seastacks hadden als fotomodel gefungeerd, en zo had het hem alles bij elkaar toch best wel wat tijd gekost. Samen liepen we terug naar de trailhead, we hadden nu een rit van een uurtje of twee voor de boeg. Onze bestemming: Neah Bay, het meest noordwestelijke stadje van de 48 aaneengesloten staten van Amerika.

Rialto Beach

Rialto Beach

Via State Route 113 reden we naar het noorden. Het was zo langzamerhand tijd om te gaan lunchen, we zochten onderweg dan ook voortdurend naar een goede picknickplaats, zonder resultaat. Het ging verder via State Route 112 naar het westen, en nu hadden we meer geluk. Want bij het plaatsje Sekiu lag een ruime picknickplaats, met een mooi zicht op Strait of Juan de Fuca, de zeestraat waar de grens tussen Canada en de Verenigde Staten dwars doorheen loopt. We keken dus zomaar naar Canada, vanaf ons picknickplekje. Ondertussen was het heel zonnig geworden, we voelden heel goed op onze rug hoeveel kracht de zon al had. Lekker warm was dat. Tegelijkertijd blies er vanuit Canada een ijskoude wind recht in ons gezicht, dus aan de voorkant bevroren we zo’n beetje.

Met onze magen gevuld konden we weer verder met de autorit. State Route 112 bleek een hele leuke route te zijn, smal, bochtig, en met regelmatig zicht over Strait of Juan de Fuca. We hebben heus wel eens over mooiere wegen gereden, maar deze weg was absoluut een leuke manier om de afstand naar Neah Bay te overbruggen. Neah Bay is een klein plaatsje met nog geen 1.000 inwoners, er wonen vooral veel Native Americans. En het valt dan toch meteen op dat zo’n plaatsje rommeliger is dan de meeste ‘witte’ dorpen. TomTom stuurde ons al snel het plaatsje weer uit, naar het Hobuck Resort waar we een cabin hadden gereserveerd. En was me dat even een aangename verrassing, zeg! De cabin was veel groter dan we van de foto’s hadden begrepen, we hadden een woonkamer compleet met een bank, een luie stoel en een grote tv. Een volledig ingerichte keuken met een koelkast waarop die van ons thuis jaloers zou worden, zo groot was ie. Een aparte slaapkamer, een badkamer, een veranda…… En dertig meter van onze cabin vandaan lag de Grote Oceaan! Op deze plek zouden we het echt dagenlang kunnen volhouden, het was gewoonweg jammer dat we hier maar één nacht zouden blijven.

Rialto Beach

Rialto Beach

Ondanks de kou kon ik het niet laten om even lekker op de veranda te gaan zitten lezen. Niet al te lang, want we hadden nog een uitstapje voor de boeg. Cape Flattery stond niet echt hoog op ons verlanglijstje, maar we wilden de meest noordwestelijke trail van de Verenigde Staten (Alaska even niet meegerekend) toch niet overslaan. We waren er nu immers zo dichtbij! We reden naar de trailhead, twijfelden weer even heel erg over hoe we ons moesten kleden, en gingen toen op pad. Achthonderd meter lopen door een bosgebied, naar dat meest noordwestelijke puntje vanwaar je zicht hebt over de Grote Oceaan en Tatoosh Island. We liepen voortdurend omlaag, dat beloofde nog wat voor de tocht terug, zo dadelijk. Deels liepen we over een bospad, en deels over een mooi aangelegde boardwalk. Het eerste uitkijkpunt dat we tegenkwamen lag aan de linkerkant, we zagen daar een baai met een paar rotsen, waar bomen bovenop groeiden. De zon scheen fel op het water, foto’s maken was absoluut onmogelijk. Bij het tweede uitkijkpunt, aan de rechterzijde, lukte het gelukkig iets beter. Het mooie groenblauwe water spoelde hier de rotsachtige inhammen van de kust in en uit. En helemaal aan het einde van de trail lag een derde viewpoint vanwaar we Tatoosh Island konden zien en de vuurtoren die daarop staat. Heel bijzonder was het allemaal niet, maar we vonden het toch wel leuk dat we hier nu ook eens waren geweest. En nu nog de terugweg, dat werd nog een flinke klim! Maar dat viel reuze mee, het was minder zwaar dan verwacht. De temperatuur was een grotere hindernis dan het steile pad; ik zweette me het ongans, al klimmend met mijn toch wat te dikke kleding aan.

In Neah Bay zijn we zomaar bij het eerste het beste restaurant dat we zagen naar binnen gegaan. Nou ja, het beste restaurant…… ik hoop niet dat dit inderdaad het beste restaurant in dit plaatsje is, want het eten dat we kregen voorgeschoteld (een hamburger voor Hans en een chicken sandwich voor mij) was heel erg matig. Te vet en te zout…. niet echt lekker dus. Maar ja, we hebben toch maar braaf onze bordjes leeg gegeten.

Tegen de verwachting in bleken we in onze cabin, op dat afgelegen plekje van Neah Bay, zomaar een prima werkende internetverbinding te hebben. En daar was ik heel blij mee, want nu kon ik dus het e-mailtje van onze kattenoppas lezen. Fijn om te zien dat alles goed ging met Tara en Dexter, ik voel me toch altijd schuldig als ik die beesten weer eens drie weken lang achter moet laten. Nadat we onze e-mail hadden bekeken, zijn we samen nog even naar het strand gelopen. Je hebt immers niet voor niets een cabin die maar dertig meter van de oceaan vandaan ligt, toch! Maar deze korte wandeling hadden we ons kunnen besparen: het strand lag bezaaid met donkere kiezelstenen en vies, stinkend zeewier, hier hoefden we echt niet voor ons plezier naar toe.

’s Avonds kregen we bezoek. Toen Hans even de voordeur van onze cabin opendeed, zat er een hond op onze veranda. Netjes op z’n kont, vlak voor de deur, met z’n koppie naar ons toe. Oh wat lief, ik smolt meteen. Hij bleef netjes zitten, alsof hij wachtte op een uitnodiging van ons om binnen te mogen komen. We hebben hem maar niet binnengeroepen, maar ik kon toch de verleiding niet weerstaan om even naar de voordeur toe te gaan met de bedoeling het beest aan te halen. Net op dat moment had hij er genoeg van en liep hij naar een andere cabin. Jammer was dat, het zou toch een mooi surrogaat zijn geweest om het kattenaaitekort waar ik tijdens elke vakantie last van heb wat aan te vullen. Ik had er echt spijt van dat ik niet wat sneller was opgestaan.

Op onze grote tv keken we nog even of er misschien niet een kort nieuwsitem langs zou komen over Nederland, waar vandaag Willem Alexander tot koning was gekroond. Maar nee, het nieuws ging niet de grens over dus we moesten het zonder beelden van onze koning doen.

Cape Flattery

Cape Flattery

 


DAG 5 : WOENSDAG 1 MEI : NEAH BEACH – SHI SHI BEACH – FORKS

Gereden:  62 mijl
Het was geen toeval dat we juist op deze 1e mei in Neah Bay waren. Ons doel van vandaag was Point of the Arches, een groep seastacks op Shi Shi Beach. Met laagtij kan je daar zomaar tussendoor lopen, en dat is toch echt een absolute must als je deze rotsen gaat bekijken. Om te bepalen welke dag het meest geschikt was voor deze onderneming moesten we dus de getijdentabellen bestuderen, en ook een inschatting maken van de tijd die we nodig zouden hebben om er naartoe te lopen. Laagtij werd vandaag verwacht rond het middaguur, en dat leek ons een ideaal tijdstip.

Point of the Arches

Point of the Arches

Ik vond ’t wel spannend, hoor. Hoe zouden mijn voeten zich houden op deze lange trail? Zou de steile afdaling, halverwege de trail, niet té steil zijn? Op Ruby Beach en op Rialto Beach waren we kreekjes tegengekomen die de weg versperden, zouden we nu ook dergelijke hindernissen tegenkomen? En hoe modderig zou het modderpad zijn, dat nadrukkelijk wordt genoemd in elk reisverslag dat ik over Shi Shi Beach had gelezen? We zouden het vanzelf merken, allemaal.

Om half 7 ’s ochtends stonden we met een volgepakte rugzak bij de trailhead. Echt helemaal lekker voelde het niet om de auto daar achter te laten, we hadden gelezen dat hier zo nu en dan in de geparkeerde auto’s werd ingebroken. Uiteraard ging onze foto-apparatuur mee, en ook de paspoorten werden niet vergeten. Als onze tassen met kleding zouden worden weggehaald, dan zou dat weliswaar lastig zijn maar het was niet iets waar we ons bij voorbaat al echt druk om konden maken. De laptop was nog wel het meest kostbare item dat we noodgedwongen in de auto achter moesten laten.

Shi Shi Beach

Shi Shi Beach

Meteen vanaf de parkeerplaats liepen we een bos in, een uitzonderlijk donker bos met dicht op elkaar staande bomen. Al gauw werd het bos iets meer open, we liepen nu via een boardwalk tussen de bomen door. Die boardwalk had duidelijk te lijden gehad van de vochtige omstandigheden hier, het pad lag er minder netjes bij dan de boardwalk van gisteren, naar Cape Flattery. Maar het was nog prima begaanbaar hoor. Toen we het einde van de boardwalk bereikten wist ik dat nu al snel dat beruchte modderpad zou komen. Inderdaad werd het pad nu wel een beetje modderig, maar het viel echt reuze mee. We konden makkelijk om de kleine modderpoelen heenlopen.

Ik had iets te vroeg gejuicht. Het beetje modder ging over naar een beetje veel modder. En het beetje veel modder werd al gauw één enorme modderpoel over de volle breedte van het pad. We zagen dat andere hikers geprobeerd hadden om naast het pad, tussen de bomen door, een alternatieve route te maken. Op die manier konden we de ergste modderplekken omzeilen, maar het haalde wel ons wandeltempo enorm omlaag. Want die alternatieve paadjes waren ook niet echt makkelijk begaanbaar, het was soms wat wringen tussen de begroeiïng door, wat kleine hoogteverschillen overwinnen, zoeken hoe het pad verder ging…..

Shi Shi Beach

Shi Shi Beach

Na zo’n 2 mijl lopen bereikten we een open plek vanwaar we uitzicht hadden over het diep beneden ons liggende strand, de oceaan en – in de verte – de seastacks van Point of the Arches. Direct voorbij dat uitkijkpunt zagen we het pad steil omlaag gaan. Volgens informatie die ik op een Amerikaans forum had gekregen zou het touw dat daar ooit als hulpmiddel had gehangen verdwenen zijn. Maar hé, verrassing, er hing nu toch weer een touw! Handig, dat maakte de steile afdaling net wat makkelijker. Al had ik het zonder touw ook wel gered hoor, het was niet overdreven moeilijk.

En toen stonden we dan eindelijk op het strand. Op Shi Shi Beach, toch wel een van de meest bijzondere bestemmingen van deze vakantie. Een heel eind naar links lag ons einddoel: Point of the Arches. De seastacks leken best al dichtbij te zijn, maar we hadden toch echt nog 2½ mijl voor de boeg voordat we er daadwerkelijk zouden zijn. Lopen over het strand ging gelukkig heel wat makkelijker dan lopen over het modderpad, het ging lekker vlot nu. Tot het moment dat we Petroleum Creek bereikten, ja hoor, weer zo’n weg-versperrend kreekje dat dwars over het strand heen liep. We waren voorbereid, deze keer! Modderschoenen uit, sokken uit, sandalen aan…. en zo al pootje badend door het ijskoude water naar de overkant van het kreekje. We hadden ook een handdoek bij, zodat we niet met natte voeten verder hoefden.

Shi Shi Beach

Shi Shi Beach

Wat een super gevoel was dat zeg, om Point of the Arches nu helemaal close-up te kunnen zien. We waren ruimschoots op tijd, het zou nog zeker een paar uur duren voordat het echt helemaal laagtij was. Het voorste deel van de rotsen stond al droog, de achterste seastacks stonden nog in het water. Maar dat kwam vanzelf wel goed, de komende uren! We hadden dus alle gelegenheid om dit prachtige stukje natuur uitgebreid te kunnen bekijken en te fotograferen.

Voor de rotsen lagen lange steenrichels, met groen zeewier er overheen. Dit vormde een mooie voorgrond voor onze foto’s, alleen stond ik zelf voortdurend in de weg. De zon scheen namelijk op onze ruggen, en mijn lange schaduw viel tijdens het fotograferen steeds op die voorgrond. Pas toen we de steenrichels goed op de foto hadden staan, liepen we om de voorste rotsen heen. De aanblik daar verraste ons: die komvormige baai met nog veel meer seastacks kenden we nog niet van de foto’s. Wat was dit mooi zeg! Dit was echt een ontdekkingstocht tussen de rotsen door, we zagen steeds weer wat nieuws.

Een kale boomstam bleek een goed zitbankje te vormen. De boterhammen werden uit de rugzak opgediept, het was tijd voor een uitgebreide pauze. Voor mij tenminste, Hans heeft niet zo’n zitvlees dus die ging na de laatste hap meteen weer verder met het verkennen van de omgeving. Ik bleef lekker nog een hele tijd zitten, even energie sparen voor de lange weg terug. Via onze portofoons hielden we contact met elkaar, da’s toch altijd wel fijn als je elkaar niet meer direct in het oog hebt.

Shi Shi Beach

Shi Shi Beach

Het was ondertussen echt eb geworden, we konden nu heel ver tussen de rotsen doorlopen. Op diverse plaatsen zagen we hele groepen zeesterren tegen de wanden geplakt zitten, op het strand liep ook nog een kleine krab. We konden er maar geen genoeg van krijgen, we zijn nog een keer naar de achterzijde van de seastacks gegaan. ’t Was wel lastig lopen daar, de bodem zat vol met ongelijke rotsrandjes en op veel plekken stond water. Maar dat hield Hans niet tegen (mij wel!); hij ging op zoek naar een plek vanwaar hij de arches (de gaten in de rotsen) beter op de foto zou kunnen zetten. Tevergeefs, zijn ontdekkingstocht leverde geen goede shots op.

Toen het water langzaam aan weer hoger begon te komen, werd het tijd om aan de terugtocht te beginnen. En die was zwaar…. heel zwaar….  Op de heenweg was het lopen over het strand nog best vlot gegaan, maar het leek wel of het zand nu veel losser was…. het was echt zwoegen en zuchten om verder te komen. En natuurlijk kwamen we ook de andere hindernissen weer tegen:  het steile pad (omhoog, deze keer), het modderpad, de boardwalk en het donkere bos. Vooral het modderpad bleek een zware opgave te zijn, we schoten voor geen meter op en we begonnen de vermoeidheid steeds erger te voelen. Een laatste redmiddel is dan: het zingen van een opwekkend wandellied. Nu vonden we het Potje met vet niet helemaal toepasselijk hier, we hebben er dan ook maar een eigen creatieve variatie op gemaakt. En die willen we jullie natuurlijk niet onthouden: Ik heb een potje met mud, al op het pad leeggeschud, ik heb een potje potje potje potje mu-hu-hud, al op het pad leeggeschud…… ta da da…… tweede couplut……

Wat waren we blij toen de boardwalk weer in zicht kwam, gelukkig nog even een makkelijk begaanbaar stuk. En we waren nog veel blijer toen we de auto weer zagen, met alle ruiten nog intact en zonder opengebroken deuren. Gelukkig was er een toilet aanwezig op de parkeerplaats, een pit-toilet weliswaar, maar na zo’n lange dagtocht kijk je niet al te nauw meer. Ook een pit-toilet is dan heel erg luxe!

Ook voor deze avond hadden we onze slaapplaats al vooraf geregeld. We sliepen in Forks, in hetzelfde motel waar we ook op zondag en maandag al hadden overnacht. Na de lange autorit was ik goed genoeg uitgerust om nog één taak op me te nemen: er moest heel dringend een was worden gedraaid. Want niet alleen onze schoenen zagen er vreselijk uit, ook onze spijkerbroeken zaten flink onder de modder. Terwijl eerst de wasmachine en daarna de droger het werk deden, heb ik lekker lui op bed wat liggen lezen. Mijn spieren protesteerden wel toen ik op moest staan om de droge was weer op te gaan halen, ik was benieuwd hoe ik me morgen zou voelen…..


DAG 6 : DONDERDAG 2 MEI : FORKS – HOH RAIN FOREST – COLUMBIA RIVER GORGE – GRESHAM

Gereden:  341 mijl

Hall of the Mosses

Hall of the Mosses

Nou, blijkbaar had ik geen last van stijve spieren, want het lukte me nog prima om even flink hard te rennen! Waarom, dat vertel ik zo meteen wel…..

Eerst maar eens bij het begin van deze dag beginnen. We zaten pas om 10 over half 9 ’s ochtends in de auto, heel wat later dan normaal dus. Maar dat was geen probleem, voor vandaag was ‘afstand overbruggen’ het voornaamste doel, het enige dat verder op de planning stond was een bezoek aan Hoh Rain Forest. Met 47° Fahrenheit was het nog best wel frisjes, maar de zon scheen al volop. En daar waren we niet blij mee…..

Ook in Hoh Rain Forest was het Ranger Station gesloten. Maar zowaar, we konden hier eindelijk wel onze entrance fee betalen, we moesten geld in een enveloppe doen en een strookje op het dashboard van de auto leggen, als betalingsbewijs. Probleempje: de entrance fee bedroeg 15 dollar en we kwamen met ons kleine briefgeld niet verder dan 12 dollar. Om nu 50 dollar in de enveloppe te doen was ons toch een beetje te gortig, dus we hebben maar 12 dollar betaald en zijn opnieuw (een klein beetje) illegaal Olympic National Park in gegaan. Op naar de Hall of Mosses Trail, die ik al jarenlang hoog op mijn verlanglijstje had staan.

Waren mijn verwachtingen misschien te hoog geweest? Lag het aan het te zonnige weer? Of kwam het doordat Hoh Rain Forest gewoon wat kleiner is dan Quinault Rain Forest? Waarschijnlijk was het vooral een combinatie van die drie….. Hoe dan ook, Hoh Rain Forest maakte veel minder indruk op ons dan dat andere regenwoud, Quinault. De Hall of Mosses Trail is maar kort, en eigenlijk is er maar één plek die echt heel indrukwekkend is. Daar staan diverse bomen met werkelijk schitterende hangende mossen dicht bij elkaar, en dat is ongelooflijk mooi. Maar ik had verwacht in Hoh Rain Forest veel meer van dit soort plekken te zien, het viel ons gewoon wat tegen dat het moois zo snel alweer voorbij was. En ja, die zon…… het was simpelweg onmogelijk om juist die mooiste plek te fotograferen, het tegenlicht was veel te fel. We moesten ons dan ook beperken tot het fotograferen van details, het was echt heel jammer dat we net datgene waarvoor we waren gekomen niet op de foto konden zetten. We waren niet de enigen die er zo over dachten, we hebben tijdens de trail nog een tijdje staan praten met een druk fotograferende man die al net zo gefrustreerd was als wij.

ElkEr was maar één pad waarover we terug konden naar de parkeerplaats, en dat pad liep door een wat moerassig stukje. Direct naast het pad stond een grote elk (een soort eland) vredig te grazen. We hadden geen keuze, we moesten dicht langs die elk aflopen om verder te kunnen komen. Natuurlijk mét onze foto-toestellen in de aanslag, want zo’n beest is uiteraard wel een mooi foto-object. Onze elk dacht daar anders over, hij keek zeer verstoord op toen Hans met z’n fototoestel dichterbij kwam. En die laatste close-up foto, dát was er dus net een te veel…… de elk keek Hans zeer boos aan en begon toen dreigend in onze richting te lopen…… En geloof me, ik kon toen zomaar ineens heel hard rennen….. Ik was doodsbang, voor mezelf uiteraard maar meer nog voor Hans die nog ergens tussen mij en dat beest in liep….

Pas in tweede instantie drong het tot me door dat Hans me toeriep dat ik gerust kon stoppen met rennen…. hij lachte me nog uit ook!! De elk was niet meer dan een paar passen achter hem aan gegaan; blijkbaar was het beest van mening dat we nu ver genoeg uit zijn territorium vandaan waren, hij stond alweer rustig te grazen. De man met wie we eerder hadden staan praten had alles zien gebeuren, hij was best wel verbaasd dat de elk zo agressief had gereageerd. Zoiets had hij nog nooit meegemaakt, en hij kwam toch best wel vaak in natuurgebieden.

En daar stonden we dan, met ons drieën. De elk bleef op dezelfde plek staan, en voor geen goud durfde ik een nieuwe poging te doen om er langs af te lopen. We zaten vast, en we hadden geen idee hoe lang dit zou gaan duren. Heel langzaam ging het beest iets verder van het pad vandaan. Onze mede-fotograaf was het wachten beu, hij liep verder. En daar was meneer elk het dus niet mee eens, hij zette opnieuw een achtervolging in en nu was het de beurt aan de man om te gaan rennen. Hij had 2x geluk, allereerst omdat de elk ook nu na een paar passen alweer inhield, en ook omdat hij de goede kant op was gerend…. hij zat niet langer meer ‘gevangen’. Uiteraard was dit nieuwe incident niet echt bevorderlijk voor mijn gemoedsrust, het zag er naar uit dat we hier nog wel even vast zouden zitten. Aan de overkant van het moerasje zagen we mensen die aan de Hall of Mosses Trail wilden beginnen, maar ja, ook zij konden er niet langs.

We hebben daar zowat twintig minuten stil gestaan. We zagen de elk nog steeds, maar hij was nu wel een flink stuk van het pad vandaan gelopen. Even al mijn moed bij elkaar verzamelen, en daarna in een snelwandeltempo de gevaarlijke plek voorbij lopen. Bij het begin van het pad kwamen we een gezin met twee kleine kinderen tegen, de oudste was een jaar of drie, de jongste zat bij papa in een rugdrager. Die mensen hadden niet gezien dat die elk gevaarlijk was, en stonden klaar met hun fototoestel om er dichter naar toe te lopen. Uiteraard hebben wij ze gewaarschuwd, ik moet er echt niet aan denken dat dat beest hen achterna zou gaan….. Ik denk dat het geen Amerikanen waren, ze reageerden vrijwel niet toen we hen vertelden dat het beest erg agressief was. Ik hoopte maar dat ze ons hadden begrepen….. ze zeiden niets maar liepen gelukkig wel verder.

Zo, weer een ervaring rijker. Mijn hartslag daalde weer naar een normaal peil, en ik zag het nu wel weer zitten om nog een korte trail te gaan lopen. De Spruce Nature Trail. Ook hier zagen we een paar hele mooie plekken, zoals de vijf aan elkaar gegroeide bomen die samen We Stand Together worden genoemd. Ook de zogenaamde nurse logs vond ik mooi om te zien, dat zijn omgevallen bomen waar nieuwe bomen bovenop groeien. Maar in z’n geheel was het geen trail die veel indruk op ons heeft gemaakt, de Maple Glade Rain Forest Trail in Quinault is toch echt onbetwist onze favoriet, als het om regenwoudwandelingen gaat.

Latourell Falls

Latourell Falls

Het werd nu tijd om aan onze lange rit naar Oregon te beginnen. Eigenlijk zou het slim zijn geweest als we in Hoh Rain Forest nog even wat hadden gegeten, maar daar hadden we op dat moment niet aan gedacht. We moesten nu dus onderweg een picknickplaats zoeken, en helemaal spontaan besloten we om de Queets River Road een stukje in te rijden. Ik wist al dat dit gedeelte van Olympic National Park niet toegankelijk was, sinds een landverschuiving een aantal jaar geleden. Maar het was ons ook niet om dit stukje rainforest te doen, maar om een picknickplek. We vonden al snel een mooie open plek, mét pit-toilet zowaar, waar we even lekker rustig konden zitten. Terwijl we daar zaten te eten kwam er een klein autootje aanrijden; de chauffeur (en tegelijkertijd ook de enige inzittende) stopte en vroeg ons wat er in Queets Rain Forest te zien was. Waarop wij hem dus uitlegden dat de weg verderop afgesloten zou zijn. De man vroeg of we hem nog iets aan konden raden, en ja hoor, dat konden we. We zaten hier immers dicht bij het prachtige Quinault Rain Forest, dat vonden wij een prima tip. Tot onze verbazing vroeg de man daarna of we uit Nederland kwamen. Hij was veertig jaar geleden ooit in Nederland geweest, hij herkende het accent! Dat hij dat na zo lange tijd nog kon horen, zeg!

Latourell Falls

Latourell Falls

De man draaide zijn auto en reed weg. Wij pakten ons boeltje in en gingen ook weer op pad. Alleen waren we best wel nieuwsgierig of de Queets River Road nog wat te bieden had, we besloten dan ook nog een stukje verder te rijden. Heel veel veranderde er niet meer aan de omgeving, dus wat dat betreft hadden we het niet hoeven te doen. Maar toch waren we blij dat we nog even voor dit extraatje hadden gekozen, anders hadden we die grote kudde herten gemist die we daar op een open plek in het bos zagen lopen. Op veilige afstand, we hoefden deze keer niet te rennen…….

Lange autoritten in Utah en Arizona vervelen ons nooit…. de uitgestrekte landschappen, de rotsen, we krijgen er echt geen genoeg van. Maar de lange autorit in de staat Washington was minder boeiend. Bomen, bomen, bomen…….. heel veel bomen……. we vonden het op gegeven moment best wel wat saai worden. Eenmaal in Oregon reden we via de snelweg naar de grote stad Portland toe, het was er druk maar gelukkig bleef het verkeer wel heel goed doorstromen. Om eerlijk te zijn, tijdens deze lange rit voelden we allebei wel een beetje heimwee naar de eindeloze vlaktes van Arizona en Utah….. We lieten Portland rechts liggen, en gingen meteen door naar de nabijgelegen plaats Gresham waar onze motelkamer al op ons wachtte. We hadden nog een paar uurtjes daglicht over, tijd genoeg dus om na het eten nog wat leuks te gaan ondernemen. En dat leuks, dat was dus: watervallen gaan bekijken in de Columbia River Gorge. Dat gebied is één en al waterval, en super toeristisch. Maar op dit tijdstip, op een donderdagavond, zou het vast wel meevallen met de drukte, zo vermoedden we.

We reden naar de Historic Columbia River Highway, waar we wel heel onaangenaam werden verrast door een wegafsluiting. Uit de tekst op het bord konden we niet opmaken of de hele route was afgesloten, of slechts een gedeelte ervan. Het zou echt een grote streep door onze planning zijn als deze oude route niet toegankelijk zou zijn, want het was toch echt onze bedoeling om hier 2 of 3 dagen lang op watervallenjacht te gaan!! Parallel aan de Historic Columbia River Highway loopt een snelweg, Interstate 84. Vanaf die snelweg zijn er diverse afritten die toegang geven tot de oude weg, op die manier zouden we hopelijk toch bij de watervallen kunnen komen. Zo gezegd, zo gedaan. Via Interstate 84 reden we een stuk naar het oosten, namen een afrit, en ja hoor, we konden nu vanuit de andere kant wél de Historic Columbia River Highway op. Waar we meteen een bord tegenkwamen waarop stond vermeld dat we verderop een afsluiting tegen zouden komen. Logisch, natuurlijk. We waren blij, het grootste deel van de oude weg leek gewoon toegankelijk te zijn. Het was alleen nog even spannend of ons doel van deze avond, Latourell Falls, bereikbaar zou zijn.

We zagen de afsluiting voor ons opdoemen. Jammer, géén Latourell Falls dus. Maar nog diezelfde seconde zagen we net vóór de afsluiting ook de parkeerplaats, we konden gewoon naar deze waterval toe. En daar waren we heel blij mee, want juist Latourell Falls leek ons – afgaande op de foto’s die we op internet hadden gezocht – een van de mooiste watervallen in dit gebied te zijn. En dat hadden we heel goed ingeschat, Latourell Falls is inderdaad helemaal geweldig. De waterval is heel hoog en heel smal, en het water valt naar beneden vanaf een met geel mos begroeide rotsklif. Het licht was op dit tijdstip helemaal perfect, Hans was dan ook helemaal in z’n element tijdens het fotograferen. Er kwamen nog enkele aandere mensen via het wandelpad naar beneden toe lopen. Ze bleven hooguit één minuut stilstaan om naar de waterval te kijken, en gingen toen alweer weg. Waardoor wij weer even heel goed beseften hoe fijn het is om fotografie als hobby te hebben, doordat we zo druk bezig zijn met het zoeken naar de mooiste compositie en het beste licht, beleven de schoonheid van zo’n waterval veel intenser.

We hadden nog genoeg tijd over om een tweede waterval te bezoeken, Shepperd’s Dell genaamd. Daar ging het ons vooral om een kleine historische brug en een fotogeniek stenen muurtje naast het wandelpad, de waterval zelf was niet echt bijzonder. Het begon nu langzaam aan donker te worden, tijd dus om terug te gaan naar het hotel. Eerst nog even tanken, zo besliste Hans. Een tankstation was snel gevonden, en Hans wilde al ijverig aan de gang om onze Jeep van de nodige brandstof te voorzien. Meteen werd hij door een pompbediende aangesproken, of hij dat a.u.b. niet wilde doen! O ja, natuurlijk, dat wist ik toch…… in de staat Oregon is zelf tanken wettelijk verboden! De pompbediende nam het karweitje van Hans over, en even later reden we met een goed gevulde tank het plaatsje Gresham weer in.

Sheppards Dell Trail

Sheppards Dell Trail

Sheppards Dell Falls

Sheppards Dell Falls


DAG 7 : VRIJDAG 3 MEI : GRESHAM – COLUMBIA RIVER GORGE – SILVER FALLS STATE PARK – WOODBURN

Gereden:  148 mijl
Multnomah Falls is met afstand de meest bekende waterval in de Columbia River Gorge. De waterval bestaat uit twee trappen, de onderste is 21 meter hoog, en de bovenste maar liefst 165 meter; het is daarmee de hoogste waterval van de staat Oregon. Tussen de beide delen van de waterval in zie je een oude brug liggen, de Multnomah Creek Bridge. En dat alles samen vormt een schitterend plaatje, geen wonder dus dat deze waterval een echte toeristische trekpleister is. Bovendien ligt ie ook nog eens direct langs de Historic Columbia River Highway, dus je hoeft er niet eens moeite voor te doen om de waterval te kunnen zien. Nou ja, misschien toch ook weer wel: het bemachtigen van een plekje op de parkeerplaats zal vaak een lastige opgave blijken te zijn!

Maar wij zijn vroege vogels. We waren weliswaar niet de eerste bezoekers van deze dag, maar voor onze auto was er nog ruimte zat. Het was fijn dat het zo rustig was, we nemen nu eenmaal graag de tijd voor het maken van onze foto’s en dat gaat veel makkelijker als je daarbij niet voortdurend rekening hoeft te houden met andere mensen. We hadden het viewpoint op gegeven moment zelfs helemaal voor onszelf, ideaal! Ook de volgende waterval, Horsetail Falls, lag direct langs de weg. Echte kenners vinden dat de vorm van deze waterval ‘a perfect horsetail’ is, en dat verklaart uiteraard de naam van dit exemplaar. Het kleine broertje van deze waterval heeft maar liefst twee namen, soms wordt hij Little Horsetail Falls genoemd, en soms Ponytail Falls. We moesten wel even flink klimmen voordat we ook deze waterval aan onze fotocollectie toe konden voegen, het pad was slechts een dikke 500 meter lang maar het eindpunt lag wel bijna 80 meter hoger dan het beginpunt. Maar de beloning was groot, want Ponytail Falls bleek dus weer een topper te zijn. Het wandelpad loopt achter de waterval door, we konden Ponytail Falls dan ook van alle kanten uit bekijken, zelfs vanuit de achterzijde.

Multnomah Falls

Multnomah Falls

Horsetail Falls

Horsetail Falls

We hadden nog veel meer Columbia River Gorge watervallen op onze planning staan, maar toch besloten we dit gebied nu te verlaten. Want het werd weekend, het zou de komende dagen ongetwijfeld ontzettend druk zijn en daar hadden we dus helemaal geen zin in. We besloten een rondje binnenland te gaan doen, en dan over een paar dagen hier terug te komen. Toen we Multnomah Falls weer voorbij reden zagen we dat we een hele goede beslissing hadden genomen, de parkeerplaats daar begon al helemaal vol te stromen.

We reden naar de plaats Silverton. Het viel op dat op veel plekken muurschilderingen waren aangebracht, we hebben zelfs een paar extra rondjes door het plaatsje heen gereden in de hoop een paar fotogenieke exemplaren te vinden. De oogst was wat mager, we vonden slechts één mural die we echt de moeite waard vonden. Maar dat was dan ook echt wel een hele mooie! Het is wel leuk om wat achtergrondinformatie te geven. Op 6 januari 1941 hield president Franklin Delano Roosevelt zijn beroemde Four Freedoms Speech. Geïnspireerd door deze toespraak maakte de Amerikaanse kunstschilder Norman Rockwell vier schilderijen over de door Roosevelt genoemde fundamentele rechten van de mens: Freedom of Want, Freedom of Fear, Freedom of Worship en Freedom of Speech. Die vier schilderijen zijn nu in Silverton dus ook als muurschildering te zien, en vooral Freedom of Worship vonden wij bijzonder mooi.

Ponytail Falls

Ponytail Falls

Freedom of Worship

Freedom of Worship

We dachten in Silverton makkelijk een slaapplaats te kunnen vinden, maar dat viel tegen. Het enige hotel dat we tegenkwamen bleek te zijn volgeboekt, en het hotel waar ze ons vervolgens naar toe stuurden, net buiten het stadje, zag er zo verschrikkelijk duur uit dat we er niet eens naar binnen zijn gegaan. Nee, dit zeg ik niet goed. We hebben dat hele hotel niet eens gezien…… we zijn niet verder gekomen dan een soort van oprijlaan waar het etiket ‘duur’ al ruimschoots van af straalde. In plaats van in Silverton zouden we nu in Woodburn moeten gaan overnachten, ik wist dat ze in die stad diverse ketenmotels hadden en we vertrouwden erop dat we daar vast nog wel een plekkie zouden kunnen vinden. Dat slapen was dus geen probleem. Maar onze tijdsindeling wel, we hadden eigenlijk even pauze willen houden op een motelkamer om vervolgens pas wat later op de dag naar Silver Falls State Park te rijden. Maar die pauze, dat ging nu dus niet door.

Upper North Falls

Upper North Falls

En zo arriveerden we dus vroeger dan verwacht in Silver Falls State Park. Voor het eerst tijdens deze vakantie konden de warme jassen uit en de korte broeken aan, hoe warm het precies was weet ik niet maar ik schat dat we toch wel zo’n beetje rond de 25° Celcius zaten. Er liggen minstens tien watervallen in dit park, gek genoeg is er niet één bij die Silver Falls heet. We hadden er drie uitgezocht, de Upper North Falls was de eerste die we gingen bekijken. We hadden inmiddels al best veel watervallen gezien tijdens deze reis, en Upper North Falls slaagde er niet in om een onuitwisbare indruk op ons achter te laten. Een beetje gewoontjes…. niets aparts…. We hebben er dan ook niet al te veel tijd aan besteed en zijn meteen verder gegaan naar North Falls. Kijk, die zag er al heel wat mooier uit! Net als bij de Ponytail Falls, deze ochtend, konden we helemaal achter de waterval doorlopen. Als de zon niet nét voluit midden op het vallende water zou hebben geschenen, dan hadden we hier vast wel wat mooie foto’s kunnen maken. Bij de belangrijkste waterval van het park, South Falls genaamd, waren de omstandigheden gelukkig wat beter. Ook hier ging het wandelpad achter de waterval door, en opnieuw waren we bijzonder blij met de hydrofieldoek die we van Melanie hadden gekregen. We hadden die doek héél hard nodig om de lens steeds droog te wrijven, met al dat stuifwater dat daar over het pad heen waaide.

Vanuit het park was het nog zo’n drie kwartier rijden naar Woodburn, onze tweede-keus-overnachtingsplaats. Zoals we al hadden verwacht vonden we hier zonder probleem een motel, het werd de Super 8. Dicht bij het motel lag een Chinees restaurant, en aangezien wij allebei graag Chinees eten was de keuze snel gemaakt. Meestal belanden onze restaurant-ervaringen niet in onze reisverslagen, zo heel boeiend zijn onze culinaire uitstapjes niet. Maar deze keer kan ik het toch niet laten om iets te schrijven over de bediening. De vrouw die onze bestelling opnam – ik schat dat ze ongeveer van onze leeftijd was – was namelijk wel heel opvallend ‘aanwezig’. Ze deed ons denken een strenge schooljuf, maar tegelijkertijd was ze ook op een ontspannen manier heel familiair. Vreemde combinatie….. vandaar dat ze zo goed in onze herinnering is blijven hangen. Toen ze ons drinken bracht – Diet Coke, please hold the ice – was haar commentaar dat dit toch wel erg veel cola was! Ik twijfelde welk gerecht ik zou bestellen, ze had op dat moment zo’n vergoeilijkend “ach gut, meissie, weet je het nog niet zo goed”-lachje. Maar gelukkig kreeg ik wel weer een zeer goedkeurende blik toen ze later zag dat ik mijn bordje (bijna) helemaal had leeggegeten! Toen we weer buiten stonden hebben we er echt nog smakelijk om kunnen lachen, wat een aparte vrouw was dat. En, minstens zo belangrijk, we hadden heerlijk gegeten. Dus voor alle Amerika-reizigers die ooit in Woodburn willen gaan eten: loop gerust binnen bij Yun Wah Chinese Restaurant and Lounge.

South Falls

South Falls


DAG 8 : ZATERDAG 4 MEI: WOODBURN – ABIQUA FALLS – BUTTE CREEK FALLS – SISTERS

Gereden:  183 mijl
We zaten weer lekker vroeg in de auto, het was nog maar half 7 toen we bij ons motel vertrokken. Tja, je moet er wat voor over hebben als je perse met het juiste licht bij een waterval wilt staan. En dat betekende dus dat we ter plekke zouden moeten zijn ruimschoots voordat de zon over de boomtoppen heen zou komen, en op het water zou gaan schijnen. De waterval in kwestie was Abiqua Falls, een van de meer uitdagende bestemmingen die we hadden gepland.

Want aarna ook werd geschreven dat de rit in een langzaam tempo zelfs voor een gewone personenauto haalbaar zja, zeg nou zelf, als wij op vakantie gaan naar Amerika dan moet er toch minstens één fatsoenlijke dirtroad in de route voorkomen! De weg naar de trailhead stond beschreven als straight downhill, rough, and with lots of ugly clearcuts. Dat klonk heftig, maar doordat er direct dou zijn, durfden we met onze Jeep wel aan. De trail van de parkeerplaats naar de waterval baarde me meer zorgen, want van steep slopes en climbing around rocks and logs word ik nou eenmaal niet echt blij.

De weg viel tegen. De bodem lag bezaaid met kleine en iets grotere stenen, en doordat de weg ook nog eens heel smal en bochtig was konden we niet goed vooruit kijken of we misschien echt lastige obstakels tegen zouden komen. Mijn grootste schrik op dit soort wegen is dat we niet meer vooruit kunnen en ook niet kunnen keren. Op verschillende onoverzichtelijke plekken is Hans uitgestapt om even om het bochtje heen te kunnen kijken of we wel verder konden. En elke keer gaf hij groen licht: we rijden door! En zo bereikten we uiteindelijk dan toch de plek waar we de auto neer konden zetten, bij een hek aan het einde van de weg.

Hike Abiqua Falls

Hike Abiqua Falls

Abiqua Falls

Abiqua Falls

Nu hadden we nog de hike tegoed. Het zou minder dan 1 kilometer lopen zijn naar de waterval, dus die afstand, dat was geen probleem. Zoals we al wisten ging het pad vrijwel voortdurend omlaag, op sommige plekken hing zelfs een touw waaraan we ons vast konden houden. Nogal overdreven, vond ik, want zo steil was het echt niet. Hans merkte op dat het bij nat weer toch echt geen overbodige luxe zou zijn, dat touw, want dan zou het hier vast wel eens erg glad kunnen worden. Okay, zo heel overdreven was dat touw dus inderdaad niet. Op gegeven moment zagen we het kreekje diep beneden ons liggen. Langs een omgevallen boom liep het pad nu toch wel echt heel steil omlaag, en hier vond ik het heus niet overdreven dat er een touw hing. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt.

We hadden nu ongeveer de helft van de wandeling achter de rug, we moesten nog enkele honderden meters langs de oever van het kreekje lopen. En die zon….. die begon best al hoog te komen. De rit naar de trailhead had zoveel tijd gekost dat we bang waren dat we toch nog te laat bij de waterval aan zouden komen. Normaal gesproken zeg ik dan tegen Hans dat hij maar vooruit moet lopen. Maar nee, hij zag het niet zitten om mij in m’n eentje verder te laten gaan. En hij had gelijk, regelmatig had ik zijn hulp nodig om over boomstronken heen te klimmen, onder lage takken door te kruipen, of over smalle rotsricheltjes heen te balanceren. Het was nergens gevaarlijk, maar wel wat lastig. Met andere woorden: het kostte ons nog best veel tijd om die laatste paar honderd meter te overbruggen.

Maar toen was ie daar toch eindelijk: Abiqua Falls. Adembenemend mooi wat het hier…… we werden er echt even helemaal stil van. De waterval zelf was niet eens zo bijzonder, het was vooral de omgeving die zoveel indruk op ons maakte. De waterval lag perfect midden in een halfronde rotswand die bestond uit basalten kolommen, begroeid met groene en rode mossen. Het water viel in een klein meertje. Links daarvan zagen we met mos begroeide stenen, rechts voerde het mooie kreekje het water weg, en voor het meertje bevond zich een klein kiezelstrand. Idyllisch….. met dat woord omschrijf ik deze omgeving het best.

En we hadden geluk. Hoewel de rit en de wandeling allebei meer tijd hadden gekost dan we hadden verwacht, kwam de zon nog niet boven de boomtoppen uit. Heel lang zou het niet meer duren, dat zagen we wel, maar we hadden nog genoeg tijd om dit sprookjesachtige plekje op de foto vast te leggen. Terwijl ik daar op het kiezelstrandje stond, ontdekte ik heel toevallig nog een aparte optische illusie die ik daar zelf kon creëren. Eerst keek ik vrij lang strak naar het vallende water, en meteen daarna richtte ik mijn blik op de rotswand naast de waterval. En hé, het leek nu wel of de rotswand begon te bewegen…… Hans deed nu hetzelfde, en ook bij hem werkte ‘t. Grappig!

Abiqua Falls

Abiqua Falls

Upper Butte Creek Falls

Upper Butte Creek Falls

’t Viel nog niet mee om deze prachtige plek weer te verlaten. De wandeling terug langs het kreekje nam nog meer tijd in beslag dan de heenweg, want ik gunde mezelf nu de tijd om zo nu en dan eens om me heen te kijken. Op diverse bomen zagen we mooie hangende mossen, het was hier zowaar nog een beetje regenwoudachtig. Fotograferen ging helaas niet meer, de zon zorgde nu voor veel te scherpe contrasten. Met behulp van het touw klommen we weer omhoog, het laatste stuk van de trail was verder heel makkelijk. We hadden natuurlijk nog wel die dirtroadrit voor de boeg, maar ik wist nu dat we geen onoverkomelijke hindernissen tegen zouden komen en ik zat daardoor toch wel heel wat rustiger in de auto. Maar ik was wel opgelucht hoor, toen we de keien en hobbels ongeschonden achter ons lieten.

Butte Creek Falls

Butte Creek Falls

Voor Butte Creek Falls en Upper Butte Creek Falls zouden we niet speciaal zijn omgereden. Maar nu we er toch in de buurt waren, leek het ons toch wel de moeite waard om er even naar toe te gaan. De trailhead voor deze beide watervallen lag ook aan een dirtroad, maar deze keer hoefde ik niet met m’n billen te knijpen…. de weg was zo glad als een biljartlaken. En ook de wandeling was super eenvoudig, twee kilometer lopen via een makkelijk begaanbaar bospad. Als eerste kwamen we Upper Butte Creek Falls tegen, een kleine brede waterval waar de zon al vrolijk in stond te schijnen. Leuk, maar zeker geen topper. Butte Creek Falls beviel ons beter, vooral de vorm van deze 24 meter hoge waterval was heel mooi om te zien.

Het was lunchtijd. De parkeerplaats was tegelijkertijd ook een prima picknickplek, we hebben naast onze auto lekker zitten eten. We waren net weer aan het inpakken toen er een auto aan kwam rijden, er stapten twee mannen uit die zichtbaar genoten van de mooie bosomgeving. “This may be the most beautiful spot in Oregon”, verzuchtte een van hen. Okay, het was inderdaad heel mooi hier, maar the most beautiful spot zou ik het nu ook weer niet willen noemen. De mannen kenden de trail nog niet, natuurlijk lieten we hen graag even weten dat de wandeling makkelijk te doen was en dat vooral die tweede waterval een echte beauty was. De mannen begonnen aan de trail, en wij zetten onze stoelen en koelbox in de auto. Eerst nog even een sanitaire stop, toch handig dat ook hier een pit toilet aanwezig was. Ik liep weer de parkeerplaats op, en wilde in de auto stappen. Hé, waarom ging die autodeur niet open? Ik morrelde nogmaals aan de deurknop, maar zonder resultaat. Hans stond me verbaasd aan te kijken. “Wat ben jij nou aan het doen?” wilde hij weten. Bleek dat ik niet bij onze eigen auto stond, maar bij de auto van die twee mannen! Een kleine lichtgekleurde auto die er toch echt heel anders uit zag dan onze zwarte Jeep. Tja, waar ik met mijn gedachten precies zat weet ik zelf ook niet meer, maar toch blijkbaar wel ergens héél ver weg….

Zo, drie watervallen gehad, nog drie te gaan. Maar eerst maar eens even flink wat afstand overbruggen, we hadden tot aan onze overnachtingsplaats nog zo’n 125 mijl voor de boeg.  Terwijl we nog over de dirtroad reden, terug naar de bewoonde wereld, zagen we een groepje gewapende mensen bij een pickup-truck staan. In het veld langs de weg stonden doelen opgesteld, blijkbaar kwamen ze hier hun hobby uitoefenen. Dat moet je in Nederland niet proberen, om zomaar open en bloot met grote geweren rond te lopen. Nadat we de dirtroad weer achter ons hadden gelaten zagen we naast de weg een bordje waarop stond dat hier in de buurt de Wooden Shoe Tulip Farm zou liggen; tja die hadden we misschien juist wél in Nederland verwacht, niet hier! We zijn er overigens niet naar toe gereden, hoor.

Via de North Santiam Highway (State Route 22) reden we naar het oosten. Tijdens de rit hadden we natuurlijk tijd genoeg om even te overleggen. We hadden voor vandaag nog drie watervallen gepland waarvan er twee niet echt hoog op ons verlanglijstje stonden, terwijl nummer drie, Proxy Falls, ons juist wel helemaal geweldig leek. Voor die laatste waterval wilden we zeker genoeg tijd overhouden, we besloten daarom om Koosah Falls en Sahalie Falls over te slaan. Dat betekende dus dat we nu in één ruk doorreden naar het plaatsje Sisters. Onderweg vermaakten we ons prima, we vonden deze rit mooier dan de andere lange ritten die we tijdens deze vakantie al achter de kiezen hadden. We reden langs het grote Detroit Lake, we verbaasden ons over de grote hoeveelheid hout en takken die van de bomen waren gewaaid en nu midden op de weg lagen, we zagen een bord waarop ons werd verzocht om sneeuwkettingen te gebruiken en zowaar, even later reden we zelfs een klein stukje écht door de sneeuw. Die lag niet op de weg hoor, maar alleen in de berm.

In Sisters checkten we allereerst in in ons motel. Het was nog iets te vroeg om te gaan eten dus ik ben lekker even buiten in mijn boek gaan zitten lezen, terwijl Hans de foto’s van de drie watervallen veilig stelde. Daarna nog even boodschappen doen, een restaurant zoeken, en toen was het dan toch echt tijd geworden om naar Proxy Falls te gaan. Ons motel lag vlak bij de plek waar de McKenzie Pass Highway uitkomt op de North Santiam Highway, we zouden die weg zo’n 6 mijl moeten volgen en daar zou dan de trailhead liggen. Toen we de McKenzie Pass Highway opdraaiden stond er een bord met de mededeling dat de weg zo’n 9 mijl verderop afgesloten was. Geen probleem, wij hoefden zo ver niet te komen. Toen we zo’n 5 mijl hadden gereden, begonnen we goed op te letten of we de trailhead zouden zien. Vijf mijl, zes mijl, zeven mijl…… geen trailhead! Acht mijl, negen mijl……. daar was wel de afsluiting maar nog steeds geen bordje waarop de trail naar Proxy Falls stond aangekondigd. We snapten er echt niets meer van. We zijn weer teruggereden in de hoop dat we ergens iets over het hoofd hadden gezien, maar nee hoor, ook nu lukte het niet om de trailhead te vinden. Bij gebrek aan betere ideeën zijn we maar teruggegaan naar ons motel. Bij de balie konden ze ons ook al niet verder helpen, internet was nu onze laatste toevlucht. En na enig gezoek en gepuzzel kwam ik er dus achter dat het mijn fout was, ik had de informatie verkeerd gelezen. Proxy Falls lag helemaal aan het andere uiteinde van de McKenzie Pass Highway, en het was veel te ver om daar nog naartoe te rijden. Dat was jammer zeg, we zouden deze waterval echt heel graag hebben gezien.


DAG 9 : ZONDAG 5 MEI: SISTERS – SMITH ROCK STATE PARK – JOHN DAY FOSSIL BEDS NATIONAL MONUMENT – MITCHELL

Gereden:  141 mijl
Toen we voor de eerste keer een foto zagen van Smith Rock State Park, waren we verbaasd. Een park met zo’n hoge rotskliffen in zo’n groene staat, dat hadden we niet verwacht. Hoewel het er best mooi uitzag, hadden we niet het idee dat we er perse naartoe moesten. Maar omdat het zo goed in onze route viel – we hoefden er maar 10 mijl voor om te rijden – kwam het park zowaar toch in onze planning terecht.

Het was er druk, zeg! Blijkbaar waren heel wat Amerikanen op hun vrije zondag op het idee gekomen om naar Smith Rock State Park te gaan. Gelukkig vonden we nog een vrije parkeerplek, dicht bij het bekende uitkijkpunt. Beneden ons zagen we de meanderende Crooked River, aan beide zijden geflankeerd door mooie, hoge rotskliffen. Via een steil wandelpad liepen we omlaag, tot aan de rivier. We hebben even overwogen of we nog een langere trail wilden doen, maar het was al snel duidelijk dat we daar allebei niet echt veel belangstelling voor hadden. We hebben ons dan ook beperkt tot een bliksembezoekje, een paar foto’s maken van het mooie dal en even kijken naar de mensen die tegen de steile rotswanden omhoog aan het klimmen waren, en toen hadden we het al wel gezien hier.

Smith Rock State Park

Smith Rock State Park

Het kostte ons ongeveer anderhalf uur om van Smith Rock State Park naar onze tweede bestemming van vandaag te rijden. Toen we door het stadje Prineville reden, zag Hans een stoere biker op een parkeerplaats staan: “Hé, die kerel staat zich op te maken”, merkte hij op. En ja hoor, het leek net of die man, gekleed in een leren pak met ruige emblemen, naast zijn motor bezig was om make-up op te doen…… Ongetwijfeld zal het geen rouge zijn geweest waarmee hij bezig was, maar zonnebrandolie of zoiets. Maar het was wel een bijzonder komisch moment…

Smith Rock State Park

Smith Rock State Park

Hoe dichter we bij de plaats Mitchell kwamen, hoe mooier het landschap werd. Mooie groene heuvels met rotspieken daar tussendoor, en steeds meer kleurrijke Painted Hills. Het was duidelijk dat ons doel, de Painted Hills sectie van John Day Fossil Beds National Monument, steeds dichterbij kwam. Al voordat we daadwerkelijk in het park waren, reden we tussen schitterende ‘beschilderde heuvels’ door. In het park gingen we allereerst op zoek naar een pcknickplaats. Op naar het Visitor Center dus, daar zouden we vast wel iets vinden. Terwijl we daarnaartoe reden zagen we een stel tegenliggers aankomen. Hé, dat zie je niet iedere dag, zomaar vier dure Porsches op een rij! En bij het Visitor Center stonden er ook nog drie of vier.

Zoals we al verwachtten was er bij het Visitor Center een picknickplek aanwezig. Een grote picknickplek zelfs. Hans heeft er nog even staan praten met een Ranger die hem vertelden wat hij uiteraard zelf ook al wel wist, namelijk dat de beste tijd voor fotografie de vroege avond zou zijn. Op dit moment was het zonlicht nog veel te fel om mooie foto’s te kunnen maken. Geen probleem, we wilden de middag besteden aan het verkennen van het park, en vanavond terugkomen om echt met het fotograferen aan de gang te gaan.

Er zijn vijf korte trails in het park, en we besloten om ze alle vijf te gaan lopen. Om te beginnen met de Carroll Rim Trail, de langste maar ook, zo vermoedden we, de minst interessante wandeling. Het was een flinke klim omhoog, en uiteindelijk leverde het inderdaad weinig extra’s op. De kleurrijke badlands zijn van dichtbij meer indrukwekkend dan zo van bovenaf, we waren het er dus al snel over eens dat deze hoog gelegen plek ’t niet zou gaan worden, vanavond.  De Red Hill Trail, helemaal achterin het park, beviel ons al stukken beter. We liepen hier rondom een eenzame heuvel met een prachtige dieprode kleur. Op diverse plekken stond aangegeven dat het verboden is om de badlands op te gaan, het was dan ook best even storend toen we een lange lijn van voetafdrukken midden over de heuvel zagen lopen. Maar toen we wat beter keken begonnen we te twijfelen, waren dit menselijke voetafdrukken, of had hier een koe of een ander beest gelopen. “Nou ja”, zei Hans, “hoe dan ook, ‘t was sowieso een rund!”  Red Hill is een mooie heuvel, maar om nu bij zonsondergang één stuks badland te gaan fotograferen terwijl er elders in het park veel meer tegelijk in de aanbieding waren, dat was uiteraard ook geen optie. Dus ook Red Hill viel af voor onze avondfotoshoot. Net zoals het gebied rondom de Leaf Hill Trail, dat kon ons helemaal niet bekoren.

Bij de Painted Cove Trail liepen we via een boardwalk direct tussen de heuvels door, we konden zo de brokkelige structuur van de kleigrond heel goed zien. De lichtgekleurde boardwalk stak heel mooi af tegen de donkerrode heuvels. En toen we even later een stukje omhoog klommen, werd de kleurplaat nog mooier dankzij een helderblauw meertje en de groene vegetatie daar omheen, op de achtergrond. Bij zonsondergang zouden we hier vast mooie foto’s kunnen maken, dus deze trail hielden we er in!

John Day Fossil Beds National Monument

John Day Fossil Beds National Monument

We hadden nu nog één trail tegoed, de Painted Hills Overlook Trail. En dat bleek dus de onbetwiste nummer één te zijn. We bevonden ons hier weliswaar niet midden tussen de badlands, zoals bij de vorige trail, maar het viewpoint bij de parkeerplaats gaf ons wel zicht op een lange heuvelrug met mooi golvende vormen en uiteraard ook met de prachtige kleuren waaraan het park z’n faam te danken heeft. En toen moesten we aan de eigenlijke trail nog beginnen….. Via een geleidelijk stijgend pad liepen we omhoog, we hadden voortdurend zicht op de badlands. Boven lag een tweede viewpoint, we keken nu vanaf een heel andere hoek het kleurrijke dal in. Nou, wij wisten genoeg voor vanavond, nu eerst maar ons motel gaan opzoeken en even gaan eten.

John Day Fossil Beds National Monument

John Day Fossil Beds National Monument

Omdat in het plaatsje Mitchell maar nauwelijks overnachtingsmogelijkheden zijn, hadden we het niet aangedurfd om hier zonder reservering naartoe te rijden. Vandaar dat we twee dagen geleden telefonisch een reservering hadden gemaakt bij het enige hotel waarvan wij van het bestaan op de hoogte waren: The Oregon Hotel. Vooraf wisten we natuurlijk al wel dat Mitchell geen echte wereldstad zou zijn, maar dat ’t zo’n klein plaatsje was, nee, dat hadden we echt niet verwacht. Nog geen 200 inwoners, en volgens mij is dat zelfs nog ruim geteld! Toen we het dorpje binnenreden zagen we diverse leegstaande huizen en winkelpanden, helemaal in ghost town sfeer. Niet veel verderop zagen we ons hotel al liggen, het witte pand zag er van buiten af keurig uit. En ook binnen maakte het meteen een prima indruk, dankzij een knusse lobby met mooie zitjes en een heuse piano. Nadat we waren ingecheckt, vroeg de eigenaresse ons of ze eergisteren, toen we de telefonische reservering maakten, wel had verteld dat er op zondag geen restaurant open zou zijn. Uh nee….. dat had ze dus niet verteld! Nu hadden we dus wel een probleem, wat zouden we nu moeten eten vanavond? Gelukkig bleek er  een kleine supermarkt open te zijn, op loopafstand van ons motel. Als we nog iets nodig hadden moesten we wel snel zijn, zo vertelde de eigenaresse, ze wist niet hoe laat die zou gaan sluiten. Vijf minuten later stonden we al binnen bij de supermarkt, met z’n ‘jaren terug in de tijd’-inrichting. Cola was er gelukkig genoeg te koop, ’t is tenslotte wél Amerika hier, ook al is het dan nog zo klein. Broodbeleg werd al lastiger, maar een blikje Spam was wel genoeg om vanavond in elk geval iets te hebben. Fruit… hmmmm….. die bananen waren bijna zwart en de appels zagen er ook niet lekker uit. Die hebben we dan ook maar laten liggen.

John Day Fossil Beds National Monument

John Day Fossil Beds National Monument

We moesten nu nog de koffers uit de auto halen en onze hotelkamer inspecteren. Zo, dat was echt heel anders dan wat we gewend waren. Je treft het niet elke dag dat John Wayne maar liefst zes keer boven je bed hangt. En een heus bad op pootjes, in plaats van een douche, dat was ook een primeur voor ons. Helaas was er geen fatsoenlijke plek om onze laptop neer te zetten; Hans wilde natuurlijk wel onze foto’s van vandaag backuppen en onze e-mail even doornemen voordat we weer naar John Day Fossil Beds zouden gaan, maar o jee wat zat hij onhandig op een harde stoel met de laptop op een te hoog ladekastje. Ik had het makkelijker, even languit op bed met mijn e-reader.

Ruim voor zonsondergang waren we terug in het park. Deze keer kozen voor de overkapping bij het begin van de Painted Hills Overlook Trail als picknickplek, en terwijl we daar lekker op ons gemak zaten te eten zagen we het licht op de badlands steeds beter worden. Wat kwamen de kleuren nu goed tot hun recht, dit was echt genieten! Toen we klaar waren met eten zijn we nog gauw even naar de Painted Cove Trail gegaan, waar we uiteraard ook wat foto’s hebben gemaakt. En toen weer snel naar de Painted Hills Overlook, want dat was toch echt the place to be. Net zoals ’s middags zijn we via het steile pad naar boven gegaan, onze fototoestellen draaiden ondertussen overuren. Op de terugweg werden we aangesproken door een Amerikaans stel van wie de man het ook al zo druk had met foto’s maken. Ze vroegen heel belangstellend of wij ook in Mitchell bleven overnachten, en toen we daar bevestigend op antwoordden zeiden ze dat ze een kamer hadden in The Oregon Hotel. Wij misschien ook? was hun vraag. “Well, there ain’t that much choice in Mitchell….” lachte ik. Dus ja, wij verbleven ook in the Oregon Hotel. Waarop het stel ons uitnodigde om vanavond lekker samen in de lobby wat te gaan drinken.

’t Was wel grappig om te zien hoeveel moeite beide mannen hadden om weer bij de auto te komen. “Nog één foto, en dan gaan we…..”, hoorde ik Hans diverse keren zeggen. En bij zijn collega-fotograaf ging het precies hetzelfde. Zelfs toen we eindelijk weer in de auto zaten en het park uitreden, moest er zo nu en dan nog worden gestopt omdat er weer een paar mooie badlands werden gespot die dringend op de foto moesten. Ook de auto van het Amerikaanse stel ging nog een paar keer aan de kant!

’s Avonds hebben we heerlijk buiten op de veranda van het hotel gezeten. Samen met heel veel krekels, en met Theresa en haar man ……, o jee, nu moet ik bekennen dat ik zijn naam ben vergeten…… Ze kwamen uit Tacoma, het stadje waar de luchthaven van Seattle ligt. Vorige week zijn we dus zowat bij hen over de achtertuin heen gevlogen!! We hebben gezellig zitten kletsen, foto’s bekeken, tips uitgewisseld. Hij was al net zo’n fan als wij van het zuidwesten van Amerika, zo was hij bijvoorbeeld erg enthousiast over the Subway in Zion National Park. Een wandeling waarvan we hopen dat die we die ooit nog kunnen doen. Wij konden hem ook foto’s laten zien van plekken waar hij nog nooit was geweest, het was leuk om elkaar zo tips te kunnen geven. Rond 11 uur zijn we naar binnen gegaan, het was tijd om onder het toeziend oog van John Wayne van onze nachtrust te gaan genieten.


DAG 10 : MAANDAG 6 MEI: MITCHELL – COLUMBIA RIVER GORGE – CASCADE LOCKS

Gereden:  215 mijl
Ik had heel slecht geslapen. Nee, dat lag niet aan John Wayne, maar aan een berichtje van het thuisfront over een ziekenhuisbezoek van mijn vader. We wisten weliswaar dat het niet om iets echt verontrustends ging, maar toch…. het duurde zo midden in de nacht wel vreselijk lang tot het verlossende bericht “hij is weer thuis, alles is goed” ons bereikte. Ik ben daarna nog wel even weggedoezeld, maar om nou te zeggen dat ik lekker uitgerust wakker werd…… niet dus…..

In Columbia River Gorge hadden ze ongetwijfeld twee hele drukke weekenddagen achter de rug, die hadden we met ons rondje binnenland mooi vermeden. Maar nu, op een maandag, durfden we het wel aan om daar opnieuw op watervallenjacht te gaan. Eerst even afstand overbruggen, 172 mijl om precies te zijn. De lange rit van Mitchell naar Cascade Locks bleek verrassend mooi te zijn, het landschap was bijzonder afwisselend en daarnaast kwamen we ook nog diverse onverwachte surprises tegen. Zoals dat leuke houten keetje dat helemaal moederziel alleen op een gigantisch groen veld stond, met op de verre achtergrond de wit besneeuwde piek van Mount Hood. Of dat leegstaande kerkje uit 1895, dat overeind moest worden gehouden door een heftruck. In mijn aantekeningenboekje, dat ik onderweg altijd voor in de auto heb liggen, staat ook nog vermeld dat we tientallen windmolens zagen staan. Nadat ik die notitie had gemaakt, kwamen we opnieuw bij een groot veld waarop ontzettend veel windmolens stonden, mijn ‘tientallen’ moest dan ook veranderd worden in ‘honderden’. Maar ook dat klopte niet, want er kwam dus echt geen einde aan de velden die helemaal vol stonden met die grote witte molens……. duizenden hebben we er gezien, echt vele duizenden! Gek genoeg stonden ze bijna allemaal stil, alleen van dat eerste groepje waren de wieken heel energiek rondjes aan het draaien.

Tegen de tijd dat we Interstate 14 bereikten, konden we allebei onze ogen niet meer openhouden. Hans parkeerde de auto, zette z’n stoel achteruit, en ging er eens lekker voor liggen. Ik heb z’n goede voorbeeld meteen opgevolgd. We hebben hooguit een kwartiertje onze ogen dicht gehad, maar dat was lang genoeg om ons over de dip heen te helpen. Via de snelweg reden we de laatste 57 mijl van onze lange rit, het was nog vroeg op de middag toen we Cascade Locks binnen reden. Het was hoog tijd om te tanken: Hans was helemaal in z’n nopjes toen hij zomaar lekker achter het stuur kon blijven zitten terwijl een medewerkster van het tankstation de auto weer volgooide en ondertussen ook nog eens de vele vliegjes die we onderweg waren tegengekomen van de voorruit poetste. “Ideaal……”, verzuchtte hij, “we gaan voortaan altijd in Oregon op vakantie!”

Ons motel, de Best Western, lag vlak bij de grote brug die hier de staten Oregon en Washington met elkaar verbindt:  de Bridge of the Gods. Op een van de pilaren van die brug staan muurschilderingen, van wilde dieren, van Native Americans, en van de ontdekkingsreizigers Lewis en Clark. Helaas waren er net een paar mannen bezig met onderhoudswerkzaamheden, we konden nog wel een paar details van de muurschilderingen fotograferen maar een totaalplaatje was niet mogelijk.

Het leek ons een goed idee om nu alvast iets warms te gaan eten, en dan vanavond met een boterhammenpakketje een mooie watervallentrail te gaan doen. We hoefden niet eens meer de auto in om een restaurant te gaan zoeken, want er lag er een direct naast de brug. Tijdens het eten hebben we mijn lange lijst met watervallen samen eens doorgenomen, en zo kwamen we tot het besluit om vandaag twee trails te gaan lopen, met in totaal zes watervallen.

Hole in the Wall Falls

Hole in the Wall Falls

Cabin Creek Falls

Cabin Creek Falls

De Starvation Creek Trailhead was het beginpunt van onze eerste wandeling. Direct bij de parkeerplaats lag waterval nummer 1, Starvation Falls. En die stond zo hartstikke verkeerd in het zonlicht dat we niet eens geprobeerd hebben om er foto’s van te maken! Voor waterval nummer 2 moesten we terug naar de parkeerplaats, en vandaar de andere kant op. Jee, dit was niet leuk zeg, het wandelpad liep pal naast de snelweg. Tussen ons en de voortrazende auto’s zaten alleen de berm en een hek, dit was nou niet bepaald een rustige, ontspannen boswandeling! Gelukkig draaide het pad op gegeven moment naar links, het bos in. Al bleef het verkeerslawaai nog wel tijdens het grootste deel van de wandeling duidelijk hoorbaar, helaas.

Metlako Falls

Metlako Falls

Waterval nummer 2, Cabin Creek Falls, maakte veel goed. Niet dat het de mooiste waterval was die we tot nu toe waren tegengekomen, het was er een die in de categorie klein maar fijn geplaatst kon worden. En, ook belangrijk, Cabin Creek Falls lag helemaal in de schaduw.  Ook waterval nummer 3, de Hole-in-the-Wall Falls, kon ons zeker wel bekoren. We hoefden nu nog maar een halve kilometer te lopen naar de laatste waterval van deze trail, maar dat werden zomaar onverwacht 500 zeer vermoeiende meters steil omhoog…… jee, hadden ze ons daar niet even voor kunnen waarschuwen! Na zo’n inspanning is het eigenlijk toch wel de bedoeling dat je wordt beloond met een supergave waterval, maar nee hoor, we moesten het doen met de veel te fel verlichte en niet al te mooie Lancaster Falls. Verdorie, hadden we ons daarvoor zo uitgesloofd!!

We reden terug naar Cascade Locks, waar we in ons motel even een welverdiende pauze hebben genomen. En een pakketje boterhammen hebben gesmeerd, voor straks, tijdens de tweede watervallentrail. Laat op de middag stapten we weer in de auto, op naar de Eagle Creek Trailhead. Al snel hadden we door dat we nu een zeer goede keuze hadden gedaan, wat was dit een mooie wandeling zeg! Opnieuw leek het wel of we weer in een rainforest liepen, overal zaten mossen op de bomen en ook al hadden we dat nu al vaak gezien tijdens deze vakantie, het bleef mooi. Om Metlako Falls te kunnen zien moesten we een slecht aangegeven zijpad zoeken. “It’s easy to miss”, zo stond er in mijn aantekeningen. Toen we de beoogde 2,4 kilometer hadden gelopen vonden we inderdaad een erg onduidelijk zijpad dat we toen maar zijn ingegaan. En ja hoor, met succes, want zo kwamen we terecht op het viewpoint vanwaar we – tussen de bomen door – de waterval in de verte konden zien. Een hele mooie waterval in een hele mooie omgeving, die helaas maar op één manier kon worden gefotografeerd. Jammer dat het niet mogelijk was om er dichterbij te komen. Toen we teruggingen naar het hoofdpad zagen we dat we moeilijker hadden gedaan dan eigenlijk nodig was, we zagen nu een veel duidelijker pad, dat ook nog eens netjes met een bordje werd aangeduid. We moesten nu nog 700 meter overbruggen om bij de tweede waterval te komen. Op sommige plekken was het pad heel smal, met een afgrond er naast. Gelukkig hebben we geen van beiden last van hoogtevrees, dus dit was voor ons makkelijk te doen. Ik had wel iets meer moeite met een snel stromend kreekje, via gladde stenen naar de andere oever balanceren is niet echt mijn ding. Maar alles ging goed, ik bereikte zonder uit te glijden de overkant. Om even later tot de ontdekking te komen dat er toch nog een obstakel bleek te zijn waardoor ik Punchbowl Falls niet kon zien……

We stonden op een kiezelstrandje waarlangs een kreekje stroomde. De groen begroeide rotswanden aan beide zijden van dat kreekje kwamen op één plek dicht bij elkaar, en versperden het zicht op wat daar achter lag. Op Punchbowl Falls, dus! De enige plek vanwaar we de waterval zouden kunnen zien, lag midden in het kreekje…. Hans liet zich niet tegenhouden, hij liep gewoon het ijskoude water in. Met z’n schoenen en sokken nog aan. Heel voorzichtig, want de bodem bestond uit kleine ronde keitjes die hartstikke glad waren. Ik durfde helaas zijn voorbeeld niet te volgen, wat ongelooflijk zonde was want Punchbowl Falls is een van de mooiste watervallen in de Columbia River Gorge. Nadat hij een paar foto’s had gemaakt is Hans weer langzaam teruggeschuifeld naar het kiezelstrandje, en kon ik op het scherm van zijn toestel ziet wat ik zojuist had gemist.

Gelukkig bleek er een tweede viewpoint te zijn. Hans had z’n natte voeten gehaald bij het Lower Viewpoint, maar er was dus ook nog een Upper Viewpoint, schuin boven de waterval. Uiteraard vond ik het heel fijn dat ik Punchbowl Falls zo toch nog met eigen ogen kon zien, al moest ik wel toegeven dat het Lower Viewpoint méér indrukwekkend was. We konden er best wel comfortabel zitten, daar op het uitkijkpunt. Een prima plek dus om even lekker uit te rusten en onze boterhammen op te eten.

Met weer twee mooie watervallen ‘in the pocket’ konden we heel tevreden terug naar de auto. Daarna nog een klein stukje rijden, en we toen waren alweer in Cascade Locks. Waar we – voor ons doen – een vrij dure maar wel fijne motelkamer hadden in de Best Western daar. Voor twee nachten zelfs, morgen werd het opnieuw een echte watervallendag.

Punchbowl Falls

Punchbowl Falls


DAG 11 : DINSDAG 7 MEI : CASCADE LOCKS – COLUMBIA RIVER GORGE – CASCADE LOCKS

Gereden:  62 mijl
Het beste tijdstip om Elowah Falls te fotograferen is de vroege ochtend, vandaar dus dat die waterval als eerste op ons programma stond. Zo op papier zag de wandeling er eenvoudig uit, 1100 meter enkele afstand, wel met hoogteverschillen maar zonder moeilijke obstakels. Toch werd het meteen al lastig, toen we op zowat twee minuten lopen vanaf de trailhead een splitsing tegenkwamen.  Moesten we hier linksaf, rechtsaf…… we hadden echt geen idee??  In mijn routebeschrijving werd de splitsing niet genoemd, en op het bord dat we zagen staan kwam de naam Elowah Falls niet voor. Hans liep het bord voorbij en kijk, op de achterzijde stond wél de richting naar de waterval aangegeven. Rechtsaf, zo stond daar, en omdat wij van de andere kant aan waren komen lopen betekende dat voor ons dus dat we het pad naar links moesten hebben. En dat pad ging steil omhoog, het was dus meteen al hard werken. Na de korte maar wel pittige klim kwamen we opnieuw bij een splitsing. Er stond een houten paal waarop ooit een bordje moet hebben gezeten, zoveel was wel duidelijk. Maar verder was er nergens een aanwijzing te bekennen, deze keer moesten we dus gokken.

Elowah Falls

Elowah Falls

Elowah Falls

Elowah Falls

Rechtsaf”, was mijn gevoel. En ook Hans gokte dat we het pad naar rechts moesten hebben. Daar waren het dus meteen over eens, het werd rechtsaf. Jee…… we dachten dat dat eerste deel van het pad steil was……. nou hier ging het nog veel méér omhoog. Het pad was ook een stuk slechter, er lagen veel meer kleine stenen waardoor het lopen (voor mij, althans) lastiger ging. Op gegeven moment besefte ik dat we echt niet goed zaten, de afstand van de trailhead naar Elowah Falls was iets meer dan 1 kilometer en we hadden nu toch echt wel verder gelopen. Maar Hans hoorde water…… hij ging nog even om het bochtje heen kijken en ja hoor, daar zag hij een waterval. Maar dat was dus niet Elowah Falls, het was de Upper McCord Creek Falls. Het was nooit onze bedoeling geweest om die waterval te gaan bekijken, je kan ze immers niet allemaal zien. Maar ja, nu we er toch waren moest ie natuurlijk wel even op de foto. Al wilden we daar niet al te veel tijd aan besteden, we waren bang dat we anders te laat zouden zijn om Elowah Falls nog in de schaduw aan te treffen.

Om tijd te winnen besloten we even uit elkaar te gaan. Hans bleef achter bij de Upper McCord Creek Falls, voor de foto’s, terwijl ik weer terugliep naar de splitsing waar we verkeerd waren gegaan. Ik verwachtte dat Hans me gauw genoeg in zou halen, hij loopt immers veel sneller dan ik. Maar nee, hij kwam maar niet opdagen. Ik begon te vrezen dat ik bij de splitsing opnieuw verkeerd was gegaan, en dat ik nu dus terugliep naar de parkeerplaats, in plaats van naar Elowah Falls….. Ik stopte, en begon om me heen te kijken of ik ergens een oriëntatiepunt kon vinden. Net op dat moment zag ik Hans op het pad achter me verschijnen; hij verzekerde me ervan dat ik de splitsing toch echt nog niet had bereikt, en dat ik dus niet verkeerd was gelopen.

Fairy Falls

Fairy Falls

Bridal Veil Falls

Bridal Veil Falls

Hans ging nu in zijn eigen tempo vooruit, al gauw verdween hij uit beeld. Een klein stukje verder bereikte ik inderdaad de splitsing, ik wist nu zeker dat ik de goede kant op liep. En ja hoor, even later zag ik dan toch eindelijk de waterval waar het ons om ging: Elowah! Uiteraard verwachtte ik Hans daar nu ook aan te treffen, druk bezig met z’n fototoestel. Maar waarom zag ik hem nu nergens? Ik speurde de omgeving helemaal af, maar nee….. hij was onvindbaar. Ik snapte er helemaal niets van, er was verder geen enkel zijpad geweest dus dit was simpelweg de enige plek waar hij kon zijn. Om eerlijk te zijn, ik begon een beetje in paniek te raken. Ik besloot het pad voorbij de waterval nog even verder te volgen, misschien had hij ergens een hoger gelegen viewpoint gezien vanwaar hij de waterval kon fotograferen. Al snel zag ik dat daar verderop geen goede viewpoints waren, ik draaide om en liep weer terug naar de waterval. En hé…… wie zag ik daar op het pad waar ik zelf een paar minuten eerder nog had gelopen……. ja hoor, mijn Hansie. Wat een opluchting……. Wat bleek: hij was dus wél bij de splitsing verkeerd gelopen! En daar was hij pas achter gekomen toen hij de auto’s beneden zich op de parkeerplaats zag staan! Ja hoor, hij mocht toen dus nog een keer via dat steile pad omhoog……. Je snapt natuurlijk wel dat ik hem, nadat ik van de schrik was bekomen, hartelijk heb uitgelachen.

Wahkeena Falls

Wahkeena Falls

En nu was het dan toch eindelijk tijd om onze aandacht aan Elowah Falls te besteden. En wauw……. wat was ie mooi….. Heel hoog, heel smal, een met geel mos begroeide rotsklif, een bruggetje, een prachtige groene omgeving…… bijna een tweelingbroertje van de al even prachtige Latourell Falls. We hadden gigantisch veel last van stuifwater, mijn dunne zomerbroek was helemaal doorweekt en zat tegen mijn benen aan geplakt. En koud dat het was…. het zou dan weliswaar een hele warme dag worden vandaag maar daar merkten we hier, in de schaduw en met een stevige wind op onze doornatte kleding, helemaal niets van. We hebben er, zo alles bij elkaar bezien, heel wat voor over moeten hebben om Elowah Falls te kunnen zien en geloof me, ik zou het zo wéér doen. Want deze waterval had ik voor geen goud willen missen.

We liepen terug naar de auto (in één keer goed, deze keer) en reden vervolgens helemaal naar de andere kant van het watervallengebied. Voor de korte, eenvoudige trail naar Bridal Veil Falls. Vooral het kreekje dat bij die waterval hoort zou exceptionally photogenic zijn, zo was ons beloofd. Bij de meeste watervallen hier in de Columbia River Gorge valt het water naar beneden langs een kale rotswand. Bridal Veil Falls is anders, de rotswanden van de smalle kloof waar het water doorheen komt zijn groen begroeid en de onderliggende rotsstructuur is dus niet zichtbaar. Het kreekje waar het water in terecht komt bleek inderdaad heel mooi te zijn, met rotsblokken erin en mos-bomen er direct naast. Het kreekje en de waterval tegelijk fotograferen bleek echter een vrijwel onmogelijke opgave te zijn, vanaf het laag gelegen standpunt langs de oever was er van de waterval maar een heel klein stukje te zien en bovendien hadden we ontzettend veel last van het felle zonlicht en van het stuifwater dat een hele wolk mist creëerde. Bridal Veil Creek is voor ons dus wel een mooie herinnering, maar voor dit reisverslag heeft het geen bijzondere foto’s opgeleverd.

De vroege middag werd nuttig besteed in Cascade Locks: alvast warm eten, even lekker niksen, foto’s back-uppen, wasje draaien….. De schone was werd op ons bed gekieperd, ik had geen tijd meer om die nog op te ruimen want er moesten ook nog boterhammenpakketjes worden gemaakt voor in de rugzak. Want die picknick gisterenavond bij Punchbowl Falls was ons prima bevallen, vandaag zouden we vast ook wel weer zo’n mooie plek vinden.

De meeste mensen die Columbia River Gorge bezoeken beperken zich tot een korte stop bij Multnomah Falls en verder misschien nog één of twee andere watervallen die dicht bij de weg liggen. Maar wat mis je dan toch veel…. Zoals de schitterende trail naar Fairy Falls, bijvoorbeeld. We moesten er wel hard voor werken hoor, 12 steile switchbacks voel je behoorlijk in je beenspieren. Maar daarna werd het pad veel vlakker, we liepen nu via een bospad door een smalle kloof. Naast ons lag een snel stromend kreekje dat we diverse keren via bruggetjes moesten oversteken. ’t Kreekje lag helemaal vol met grote, groen begroeide stenen en met kleine boomstammen die ook al helemaal bedekt waren met groene mossen. En ook op de oevers was het groen: bomen, varens, andere groene planten……  fifty shades of green, zullen we maar zeggen. Ik vond het super hier, ook al zou de waterval helemaal niets zijn, dan nog was deze trail 100% de tijd en moeite waard.

Fairy Falls is klein, heel klein. Deze waterval moet ’t dan ook niet hebben van de indrukwekkende kracht van ’t water, maar juist van de mooie vorm. Het water waaiert als een dun gordijn uit over een trapvormige donkere rotswand, en dat geeft een prachtig effect. De jongeman die kort na ons bij de waterval arriveerde was duidelijk ook van dit natuurverschijnsel gecharmeerd. Eerst wachtte hij geduldig tot wij klaar waren met fotograferen, daarna liep hij het kleine bruggetje net voor de waterval over en bleef daar toen stilstaan. Heel intens bestudeerde hij de waterval, hij stond er echt bewegingsloos naar te kijken. ’t Was een heel aparte jongen, allebei vermoedden dat hij misschien wel autistisch was….

Omdat ik vooral berg af veel langzamer loop, besloot ik alvast aan de terugweg te beginnen terwijl Hans nog wat omgevingsfoto’s maakte. Deze keer hadden we onze portofoons meegenomen, zodat we contact konden blijven houden met elkaar. Ik wilde Hans niet nog een keer kwijt raken, net zoals deze ochtend. Kort voor ik de switchbacks bereikte zag ik een sok op het wandelpad liggen, hé die zag er precies zo uit als mijn eigen wandelsokken. Zelfde merk, zelfde kleur…. Ach, mijn sok kon het niet zijn want ik had geen reservepaar meegenomen. Een paar minuten later, ik was toen net begonnen aan de afdaling, riep Hans me op via de portofoon. “Of ik misschien een sok kwijt was?” Nee, ik was geen sok kwijt, dus ook Hans liet ‘m mooi liggen zodat de echte eigenaar hem op de terugweg nog zou kunnen vinden.

Omlaag lopen is voor mijn voeten veel meer belastend dan omhoog lopen. Een stukje voor Wahkeena Falls stond een bankje, en daar ben ik eens lekker gaan zitten. Met m’n schoenen uit, want mijn voeten deden zeer. Het viel nog niet mee om ze daarna weer aan te trekken, maar ja, ik moest wel. Want we hadden zowaar nóg een trail gepland deze avond. Die gelukkig wel minder zwaar was dan die naar Fairy Falls, nóg zo’n steile klim zou ik echt niet meer uit mijn benen hebben kunnen krijgen.

Wahclella Falls bleek een zeer waardige afsluiter te zijn van onze watervallentocht hier in Columbia River Gorge. Het was vooral de omgeving die heel veel indruk op me maakte: de hoge steile rotswand met het water dat in twee etappes door een smalle spleet naar beneden viel, de enorme rotsblokken in en naast het kreekje, het vele groen. Als totaalplaatje was dit zelfs een van mijn favorieten. Kan je je een nog mooiere picknickplek voorstellen??

Toen we weer terug waren op de motelkamer had ik nog één belangrijke taak. Namelijk: het wasgoed dat nog uitgespreid op ons bed lag sorteren en in de tassen doen. Hé, waarom kwam ik nu een sok tekort? Ik besefte meteen dat die sok die we op de trail naar Fairy Falls hadden zien liggen dus toch mijn sok was geweest, die blijkbaar ergens aan het klittenband van de rugzak was blijven hangen. Ik heb Hans nog even vriendelijk gevraagd of hij morgenvroeg niet even voor mij die 12 switchbacks weer omhoog zou willen lopen, maar verdorie, hij zei nee!!

Wahclella Falls

Wahclella Falls

 


DAG 12 : WOENSDAG 8 MEI : CASCADE LOCKS – ECOLA STATE PARK – CANNON BEACH

Gereden:  137 mijl
We ontbijten bijna nooit in een motel, we vinden het veel fijner om vroeg op pad te gaan en dan ergens onderweg op een mooie plek te picknicken. Maar we hadden een dagje rust verdiend, en dus zijn we lekker lang op bed blijven liggen en hebben we ook nog eens uitgebreid gebruik gemaakt van het ontbijt van de Best Western. Het was al bijna 10 uur toen we de auto instapten, een record! “Er is nog maar één plek waar ik wil gaan lopen…..”, zo verklaarde ik, “in een winkelcentrum.” Niet omdat ik nou zo van shoppen houd, maar het grote voordeel van een winkelcentrum is dat ze daar roltrappen hebben! Hadden ze die in de Columbia River Gorge niet ook een paar aan kunnen leggen??

We reden naar de stad Portland, waar we al snel een groot winkelcentrum vonden. Met dank aan internet en aan TomTom. Hoewel we er tijd genoeg voor hadden, zijn we toch maar niet echt uitgebreid gaan winkelen…..  onze koffers zaten immers al dicht bij het maximale gewicht dus veel mocht er niet toch meer bij. Alleen iets leuks voor Oona, daar maakten we graag een plekje voor vrij in onze koffers. En daarna, ik denk dat we misschien een uur binnen zijn geweest, hadden we het echt wel weer gezien, daar.

Ecola View Point

Ecola View Point

Indian Beach (Ecola State Park)

Indian Beach (Ecola State Park)

Vanuit Portland reden we naar het plaatsje Cannon Beach, helemaal in het noorden van Oregon. Van daaruit wilden we langs de kust naar Californië rijden, daar hadden we een dag of drie voor uitgetrokken. Cannon Beach was erg mooi, het viel ons vooral op dat er nergens grote bekende namen te zien waren.  Geen fastfoodrestaurants zoals McDonalds, geen grote winkels in de stijl van Best Buy, ook hotelketens zoals Super 8 of Best Western zijn nog niet tot in Cannon Beach doorgedrongen. Wij sliepen in de studio suite van de Harrison Street Inn, deze keer hoefden we niet in te checken bij een balie maar konden we – met behulp van een code die we via e-mail hadden doorgekregen – een kastje bij de voordeur openen waar de sleutel in lag. De suite was klein, maar prima voor 1 nachtje. Lekker op loopafstand van het strand.

Maar eerst moesten we nog even de auto in, voor de korte rit naar Ecola State Park. Via een smal bochtig weggetje, met aan weerszijden erg mooie bomen, reden we het park in. Er zijn daar diverse wandelmogelijkheden, maar daar hadden we niet zoveel belangstelling voor. We wilden gewoon even lekker uitwaaien op het strand, een paar foto’s maken uiteraard, meer plannen hadden we niet. Nu waren we tijdens de eerste week van onze vakantie al flink verwend met de mooie stranden van Olympic National Park, Indian Beach kon de vergelijking daarmee niet aan. Het weer werkte overigens ook niet echt mee, het was vrij koud en er hing een grijs wolkendek waardoor alles wat kleurloos werd. Jammer. De tweede plek die we bezochten was Ecola Viewpoint, vanaf dit hoog gelegen punt konden we een heel eind uitkijken over de kustlijn; ons doel van vanavond, Haystack Rock, was zo al heel goed herkenbaar. Direct onder Ecola Viewpoint lagen ook diverse seastacks in het water, en we gingen op zoek naar een plek vanwaar we die goed zouden kunnen zien. We liepen een toiletgebouw voorbij, daar achter lagen een paar vage paden die zo te zien niet al te vaak werden gebruikt. Net iets voor ons dus om juist daar even een kijkje te gaan nemen. Een klein stukje verderop zagen we ineens  een jong stel staan en het viel meteen op dat er iets bijzonders met hen aan de hand was. Het meisje was dol enthousiast, en viel de jongen al kussend om z’n nek. Ja hoor…… we waren hier getuige van een heus huwelijksaanzoek, dat was wel duidelijk. Gezien de stille, afgelegen plek waar we hen betrapten gingen we er vanuit dat ze graag wat privacy wilden hebben, we zijn dan ook maar snel verder gelopen. Om er een paar minuten later achter te komen dat we bezig waren met een doelloze missie – de seastacks die we wilden fotograferen waren vanaf hier niet te zien. We moesten dus terug,  waardoor we opnieuw langs het net verloofde koppel kwamen. Het meisje was nu druk aan het telefoneren…….. wie zou ze aan de lijn hebben gehad? Haar moeder, een goede vriendin……. we zullen het nooit weten. We verbaasden ons overigens wel heel erg over de plek die de jongeman had uitgekozen om zijn vriendin te vragen, want dit was toch echt wel zo’n beetje de meest onromantische plek die je hier maar kon vinden. Vlak bij het toiletgebouw, geen uitzicht op de oceaan, en midden tussen wat verwilderde vegetatie waar niks moois aan te ontdekken was……..

In Cannon Beach zijn we gaan eten bij het Morris Fireside Restaurant. Ik weet echt niet meer wat we daar hebben besteld, wel weet ik dat het ons prima smaakte. Terwijl we daar lekker zaten te eten, zagen we het jonge stel op straat lopen. “Kijk, de romantiek is er al vanaf,” merkte Hans op, “ze lopen niet eens meer hand in hand!”

Rond 7 uur ’s avonds zijn we op ons gemak vanuit onze ‘suite’ naar het strand gewandeld. In een paar minuten tijd stonden we al op het zand, waar we de gigantisch grote Haystack Rock op ruim 1 kilometer afstand al zagen liggen. Natuurlijk hadden we het al aan zien komen dat er geen mooie zonsondergang in zou zitten, het weer was nog steeds grauw en grijs. Maar het was in elk geval wel droog, dus dat viel dan toch weer mee. En ook al waren de omstandigheden verre van optimaal, zo heel nu en dan was er dan toch even een momentje waarop de zon er nét even doorheen kwam en de wolken een beetje kleur lieten zien.  En natuurlijk is het leuk als je dan precies op dat moment met je fototoestel op de goede plek staat…

Met deze strandwandeling kwam er een einde aan deze vakantiedag. Ach, tijdens elke reis zijn er wel twee of drie dagen waarover we toch wat minder enthousiast zijn, en dit was dus zo één. Maar gelukkig hadden we nog ruim een week vakantie voor de boeg, ongetwijfeld zou er nog heel veel moois voorbij gaan komen.

Cannon Beach

Cannon Beach


DAG 13 : DONDERDAG 9 MEI : CANNON BEACH – NEWPORT

Gereden:  153 mijl
We hadden de wekker van onze telefoon gezet op half 7. Dat gaf ons genoeg tijd om rond laagtij bij Hug Point State Park te kunnen zijn, een klein strandje net ten zuiden van Cannon Beach. Maar toen ik mijn ogen opendeed en nog half slapend op de telefoon keek, zag ik daar 6.48 uur op staan. Hé, de wekker was niet afgelopen!! Ik maakte Hans direct wakker, en vertelde hem dat we ons hadden verslapen. Niet dat we ons nu moesten gaan haasten, die twintig minuten maakten natuurlijk niet zo heel veel uit, maar we begonnen toch maar meteen met het ochtendritueel. We waren zo een tijdje aan het rommelen, toen Hans ineens opmerkte dat het nog maar 10 over 6 was!!  Uhhhh, blijkbaar had ik op de telefoon de 5 voor een 6 aangezien, ik denk dat ik voortaan toch maar eerst mijn bril op moet zetten voordat ik probeer te ontdekken hoe laat het is!

Hug Point Falls

Hug Point Falls

Nu hadden we dus ineens meer dan tijd genoeg. En kwam dat even goed uit…… want daar verschenen zomaar dochter Melanie en kleindochter Oona via Skype op onze laptop. Heerlijk, konden we weer even lekker bijkletsen. Oona vroeg wat we gingen doen, in Merika…. Waarop we vertelden dat we lekker op het strand zouden gaan picknicken. Oona reageerde heel blij: “Wij gaan ook mikpikken. Op het gras!” Nou, voor zo’n blij gezichtje wil ik heel graag een uurtje te vroeg wakker worden hoor!

Na de Skype-sessie verlieten we onze suite en Cannon Beach, en niet veel later arriveerden we al bij de eerste van de hele reeks van plekken die we vandaag wilden gaan bekijken: het kleine Hug Point State Park. We hoefden maar een paar honderd meter te lopen om bij een lieflijk klein watervalletje te komen, het water valt daar van een rots zomaar op het strand. Vergeleken met al die super watervallen die we de afgelopen dagen in Columbia River Gorge hadden gezien viel Hug Point Falls natuurlijk helemaal in het niet. Maar dat wisten we al vooraf, het was ons hier meer te doen om die leuke combinatie van waterval, rotsen en strand. Eigenlijk hadden we hier – zoals we Oona hadden verteld – willen picknicken. Maar dat ging dus mooi niet door, het was veel te koud. We hebben onze boterhammen, die ik op de kamer al had gesmeerd, lekker in de warme auto opgegeten.

Onze auto had dorst, dus er moest getankt worden. Direct voorbij het tankstation lag een zijweg, en we zagen op een bord dat ergens aan die weg het “Cemetery Recycle Center” zou moeten liggen. Luguber!! Toen we na het tanken weer wegreden zagen we pas het hele bord, er stonden twee afstanden op vermeld en daardoor werd toch wel duidelijk dat “Cemetery” één bestemming was en  “Recycle Center” een andere. Gelukkig maar, we hoefden dus niet te vrezen dat we hier nog een stel zombies langs de kant van de weg zouden zien lopen.

Dicht bij de plaats Garibaldi ligt, zo wisten we dankzij internet, een mooie rots met een eenzame boom erop in het water van Tillamook Bay. Garibaldi Crab Rock, zo heet ie. Zomaar langs de kant van de weg zijn we gestopt om er een paar foto’s van te maken, het was niet echt een prettige plek om stil te staan want het drukke ochtendverkeer raasde vlak langs ons af. Gauw maar weer verder dus, we reden om de grote baai heen en gingen op zoek naar het begin van de Three Capes Scenic Route die ons langs drie mooie kapen zou brengen. Daar zou het vast wel rustiger zijn, zo hoopten we. Maar we hadden pech, de route was gedeeltelijk afgesloten en we zouden dus Cape Meares moeten missen. Het deel van de Scenic Route dat we wel konden zien, viel ons behoorlijk tegen. We hadden verwacht dat we vaak pal langs de kust af zouden rijden, maar dat was dus niet zo. Tijdens vrijwel de hele rit zagen we alleen maar bomen, links en rechts van ons. Gewone, saaie bomen. Wat ons betreft verdient deze weg de titel “Scenic” absoluut niet, al kunnen we uiteraard niet oordelen over het deel van de route waarin Cape Meares valt. De tweede kaap, Cape Lookout, lieten we rechts liggen. Van deze kaap hadden we namelijk nooit mooie foto’s gezien of boeiende reisverslagen gelezen, we hadden dan ook de indruk dat dit de minst interessante van de drie kapen zou zijn.

Cape Kiwanda

Cape Kiwanda

Yaquina Head Lighthouse

Yaquina Head Lighthouse

Maar nummer drie, Cape Kiwanda, wilden we wel graag zien. Vlak bij de kaap lag een grote zandbak waaronder blijkbaar een parkeerplaats schuil ging, hier en daar was nog net een klein stukje asfalt met de bijbehorende belijning zichtbaar. We zaten direct aan de kust, vanaf de parkeerplaats liepen we het strand op en daar zagen we Cape Kiwanda al liggen. Een prachtige, grillig gevormde rots die vanaf het strand een stuk de oceaan in stak. Aan de achterzijde van de kaap liep een zanderig pad steil omhoog, we zijn daar naar boven geklommen om zo nog meer van de rots te kunnen bekijken. Hele stukken waren met hekken en met draad afgezet, het was wel duidelijk dat het gevaarlijk zou zijn als je te dicht bij de rand zou komen. In de oceaan zagen we nog een grote donkere seastack staan, dat vormde een mooi contrast met het hele lichte gesteente van Cape Kiwanda. De naam van die seastack is Haystack Rock, net zoals die van zijn meer bekende soortgenoot in Cannon Beach.

Seal Rock State Park

Seal Rock State Park

We liepen terug naar het strand. Daar kwamen op dat moment een stel kleine motorboten vanuit de oceaan met hoge snelheid aan zetten, ze gingen recht op het strand af! Dan denk je eerst nog dat ze kort voordat ze de branding bereiken wel af zullen remmen, of een bocht zullen nemen, maar nee hoor….. ze gingen gewoon op volle kracht verder. Totdat de voorzijde van de boot op het zand terecht kwam, waardoor ze vanzelf stopten. Spectaculair, nou nee, dat woord is een beetje overdreven. Maar wel leuk om dit zo te zien gebeuren. Op het strand stonden al een stel trailers klaar, ongetwijfeld om de motorboten op te pikken.

We zagen een groot duinenveld achter Cape Kiwanda liggen, en daar zijn we ook nog even naartoe gelopen. Los zand, heuveltje op, heuveltje af……  het vest dat ik eerst nog tot boven toe had dichtgeritst vanwege de koude wind ging steeds verder open……. Hoog boven ons zagen we een gedeelte van Cape Kiwanda waar we nog niet waren geweest, het pad dat daarnaartoe liep zag er wel heel erg steil uit. Er trad bij mij spontaan een werkweigering op, die zandduinen hadden al meer dan genoeg van mijn energie gekost. Gelukkig hadden we onze portofoons meegenomen, ik ging lekker boven op een duintop zitten en Hans ging op pad. Onderweg riep hij me op, of ik hem kon zien en hoe ver hij al was? Want het viel best wel tegen, dat pad was steiler en hoger dan hij vooraf had ingeschat. Gelukkig kon ik hem melden dat hij het grootste gedeelte inmiddels al had overwonnen. Toen hij helemaal boven was, verloor ik hem uit het oog. Maar zo nu en dan meldde hij zich even via de portofoon, hij was toch wel blij dat hij naar boven was gegaan want het had nog diverse mooie plaatjes van Cape Kiwanda opgeleverd.

Seal Rock State Park

Seal Rock State Park

Over de twee daaropvolgende stops die we maakten, waren we minder enthousiast. Proposal Rock, een grote seastack bij de plaats Neskowin, konden we niet goed zien. Er lagen huizen en hotels tussen de weg en de oceaan, en we vonden nergens een plek waar we konden parkeren en naar het strand konden lopen. Veel moeite hebben we er ook niet voor gedaan, we wisten immers dat deze rots het mooist zou zijn bij laagtij, en dat tijdtip was inmiddels alweer ruimschoots voorbij. Via de kleine, kronkelige weg Otter Crest Loop reden we naar Devils Punchbowl, dat is een ingestorte grot die zich tijdens hoogtij met water vult. We hadden verwacht dat Devils Punchbowl aan een afgelegen, ruig stukje kust zou liggen. Maar nee, het was hier heel toeristisch, met een grote parkeerplaats, een ruime picknickplaats, een net aangelegd paadje met hekken ervoor….. en vanachter zo’n hek konden we dus kijken naar dat gat dat vroeger ooit een grot is geweest, het water was heel tam en het zonlicht stond hartstikke verkeerd…… Nee, Devils Punchbowl deed ’t hem niet, voor ons.

Langs de kust van Oregon liggen diverse vuurtorens. Daarvan leek Yaquina Head Lighthouse ons de mooiste, we wilden die graag zowel van buiten als van binnen gaan bekijken. En dan, als toetje voor vandaag, nog een zonsondergang met de vuurtoren op de voorgrond. Maar onze plannen vielen in het water…… Wegens bezuinigingen was de vuurtoren niet meer voor het publiek toegankelijk, we konden er dus niet naar binnen toe. En bovendien ging het park zelf al om 5 uur ’s middags dicht, dus ook die zonsondergang zat er niet in. We moesten ons dus noodgedwongen beperken tot het maken van foto’s bij daglicht, en dan alleen van de buitenzijde. We zijn daarvoor een stuk naar beneden gelopen, naar Cobble Beach. Dat strandje is bedekt met miljoenen kleine ronde basaltstenen, dat liep niet makkelijk maar het zag er wel heel leuk uit.

Op onze motelkamer in de plaats Newport hebben we onze planning voor de komende dagen doorgenomen. Hmmm, nog twee dagen hier aan de Oregon Coast, om eerlijk te zijn leek dat idee ons nu veel minder aantrekkelijk dan toen we dit thuis op papier hadden gezet. Die watervallen langs de North Umpqua River Highway spraken ons veel meer aan, ook na de Columbia River Gorge hadden we absoluut nog geen ‘overdosis watervallen’-gevoel. We zouden wel flink wat meer mijlen moeten maken, maar dat vinden we geen van beiden erg. Het grootste probleem zou het vinden van een geschikte overnachtingsplaats zijn, heel veel mogelijkheden zijn er daar niet en we wilden niet het risico lopen dat we ’s avonds laat geen motel zouden kunnen vinden. Dus pakten we de telefoon, en belden we naar het Lemolo Lake Resort met de vraag of we daar morgenavond zouden mogen komen. En ja hoor, we waren welkom!

Tegen zonsondergang zijn we naar Seal Rock State Park gereden. En dat bleek een waardig alternatief te zijn voor Yaquina Head Lighthouse, dit strand beviel ons prima. Aan de rechterzijde stond de massieve Seal Rock, aan de linkerzijde lagen veel kleine spitse rotsen in het water. En op het strand vonden we heel veel tidepools, met kleurrijke zee-anemonen en zeesterren. Zeehonden en zeeleeuwen zagen we niet, maar zeemeeuwen des te meer. We waren blij dat we de toch wat tegenvallende dag op zo’n mooie manier af konden sluiten.


DAG 14 : VRIJDAG 10 MEI : NEWPORT – LEMOLO LAKE

Devil's Churn

Devil’s Churn

Gereden:  258 mijl
Voordat we het binnenland weer ingingen, reden we eerst nog een stuk langs de kust. Bij Cape Perpetua wilden we een korte stop maken om de rotskloof Devils Churn te bekijken; op de parkeerplaats werden we aangesproken door een vrouw die zei dat ze een stukje terug, ter hoogte van een stel huizen, walvissen in de oceaan had gezien. Zo, dat was een mooie tip zeg, we reden meteen naar de aangewezen plek en speurden intensief het water af. Eerst nog zonder resultaat, maar toen ineens….. ja daar zagen we een hele spuit water omhoog komen, een vin, heel even een grote donkere rug die boven het water uitkwam…….. De walvissen bevonden zich op grote afstand, dus heel erg goed konden we ze niet zien. Maar toch, het was wel hartstikke leuk om dit zo onverwacht mee te maken.

Even later stopten we voor de tweede keer op de parkeerplaats bij Devils Churn. We moesten een stukje lopen via een steeds dalend pad om de kloof te bereiken. Langs het pad stonden veel bloemen, struiken en bomen, we zagen zelfs een heuse Spruce Burl, zo’n boom met een vergroeiïng zoals we die al eerder in Olympic National Park hadden gezien. Bij Devils Churn hebben we staan kijken hoe de kloof zich bij elke golf met water vulde, waarna het water weer terugtrok.  Niet al te lang natuurlijk, want we hadden nog een lange rit voor de boeg.

Shadow Falls

Shadow Falls

Bij de plaats Reedsport verlieten we de kust, we gingen nu via State Route 38 naar het oosten. Langs de weg lag de Umpqua River, we vonden deze route direct al veel mooier dan de kustroute. En niet alleen de omgeving, ook het weer verbeterde zienderogen. Al gauw gingen we van het dikke-vesten-weer naar een korte-broeken-temperatuur. Vanaf de plaats Roseburg gingen we verder via State Route 138, de North Umpqua Scenic Highway. En deze weg mag wat ons betreft zeker ‘scenic’ worden genoemd, de North Umpqua River waar we nu voortdurend langs af reden was lekker ruig. Er moesten nu wel wat beslissingen worden genomen. We wilden hier in dit gebied  weer watervallen gaan bekijken, maar het tijdstip daarvoor was nu dus wel hartstikke verkeerd. De meeste watervallen hier aan het begin van de route staan overdag vol in de zon, en dat is nu juist wat we niet willen. Er was eigenlijk maar één goede optie, en dat was Shadow Falls. Die, de naam zegt het al, een groot deel van de dag in de schaduw zou staan. Voor deze waterval zouden we echter wel een flink stuk extra moeten rijden, het was echt even passen en meten of we vanavond nog genoeg tijd over zouden hebben voor de waterval die als absolute nummer 1 op onze wensenlijst stond, Lemolo Falls.

We concludeerden dat ’t net moest lukken, dus in de plaats Glide namen we de zijweg die ons naar de trailhead voor Shadow Falls zou brengen. De afstanden die in mijn routebeschrijving stonden klopten niet helemaal. En er bleek ook nog een heel stuk dirtroad in de route voor te komen, goed berijdbaar maar wel heel smal en bochtig. Waardoor onze snelheid flink wat lager lag dan we hadden voorzien. De wandeling naar de waterval was gelukkig heel eenvoudig, het bospad ging wel voortdurend omlaag maar echt steil was ’t nergens. Na zo’n anderhalve kilometer lopen eindigde het pad bij een hek, en daar voor ons zagen we Shadow Falls liggen…… voor de helft in de zon!! ’t Was een prachtige waterval, het water viel hier in een soort van kurketrekkervorm door een smalle rotsspleet heen. Als kijkspel een dikke 8, als fotografie-object een magere 5. Verdorie, waarom hadden we hier nu niet die wolken die ons aan de kust zo dwars hadden gezeten, dan zouden we hier de complete waterval hebben kunnen laten zien in plaats van alleen maar het onderste stukkie……

Rond 5 uur arriveerden we bij het afgelegen Lemolo Lake Resort. Midden tussen de bomen stonden diverse houten cabins en houten huisjes, en achteraan zagen we het meer liggen waarnaar het Resort is vernoemd. Het was er niet druk, hier en daar stond wel een auto bij een cabin, maar de meeste plekken waren nog leeg. In het winkeltje annex restaurantje annex incheckbalie zat een vrouw met een mooie hond aan haar voeten gitaar te spelen. Dat is nog eens een sfeervolle binnenkomst, toch! De vrouw vroeg heel belangstellend wat onze plannen hier in dit gebied waren, waarna wij uiteraard graag vertelden dat wij Lemolo Falls en Warm Spring Falls wilden gaan bekijken. “Oh, that’s a great choice”, reageerde ze enthousiast, “but do you know there have been bear en cougar sightings in that area?” Ik schrok me rot…….. beren….. poema’s……. daar had ik echt geen rekening mee gehouden. Waarom kreeg ik nu spontaan een flash-back naar dat moment van vorig week, met die agressieve elk in de hoofdrol?

Lemolo Falls

Lemolo Falls

Ons huisje bleek er beter uit te zien dan we hadden verwacht. Het meubilair was heel simpel, maar het was schoon, het was ruim, er was een nette douche, een koelkast, een magnetron…… wat wil je nog meer? Een televisie heb ik echt niet nodig, en internet konden we ook best wel een dagje missen. Maar terwijl we onze spullen naar binnen droegen, bleef die opmerking over die gevaarlijke beesten me behoorlijk dwars zitten….. ik twijfelde heel erg of ik überhaupt nog wel naar de beide watervallen toe wilde gaan. “Kom,” zei Hans, “we gaan nog een keer goed navragen hoe reëel het gevaar is dat we een beer tegen gaan komen.” En dus stonden we een minuutje later weer binnen bij de vrouw die ons had ingecheckt. Deze keer stelde ze ons gerust……. de kans dat er een beer in onze buurt zou zijn, was heel erg klein. Er komen vaak jagers in dit gebied, de beren waren daardoor extra mensenschuw geworden. Dus áls er onverhoopt toch een in de buurt zou zitten, dan zou die banger zijn van ons dan wij van hem.  (Hmmm…… daarover valt toch wel te discussiëren, lijkt me…… ) Lemolo Falls kan vanaf een laag gelegen punt worden bekeken, en ook vanaf een hoog gelegen punt. De wandelroutes naar die beide punten beginnen vanaf twee heel verschillende locaties, en onze keuze zou veruit de beste zijn, bezien vanuit het berengevaaroogpunt. Juist in dat laag gelegen gebied dat wij op het oog hadden waren tot nu toe nog geen beren gesignaleerd.

Een beetje gerustgesteld (met de nadruk op ‘een béétje’) zijn we toch maar aan onze tocht naar Lemolo Falls begonnen. De aanrijroute, via een aantal dirtroads, was eenvoudiger dan we vooraf hadden verwacht, het was allemaal heel makkelijk te vinden. Het laatste stuk ging via een heel smal weggetje, we moesten uitkijken om de zijkanten van de auto niet te beschadigen doordat de takken van de bomen echt maar weinig ruimte overlieten. En laat nou net daar ineens een boomstam midden over de weg heen liggen, het was onmogelijk om verder te rijden. Gelukkig waren we op dat moment niet ver meer van de trailhead vandaan, dat kleine stukje extra konden we best wel lopen. En de auto, die lieten we gewoon midden op het pad staan, het was immers niet zo dat we hierdoor eventuele andere bezoekers de weg versperden.

De wandeling naar Lemolo Falls was 1600 meter lang, met ons stukje extra erbij werd het een kleine 2 kilometer. En nee, ik voelde me bepaald niet op mijn gemak daar in het bos, ik heb heel wat om me heen gekeken of er niet ergens een poema of beer tussen de bomen vandaan zou komen. Lawaai maken is een goed middel om dieren op een afstand te houden, Hans sloeg regelmatig met een tak hard tegen de bomen, we hebben meer dan anders gepraat en ook ons liedje over Yogi Beer, dat we zes jaar geleden in Yellowstone hadden gecomponeerd, werd weer opgediept. Vooral het laatste gedeelte ging de trail flink omlaag, en op sommige plekken was het pad heel smal. Met een kleine afgrond ernaast. Maar het was nergens echt lastig; we moesten gewoon even goed kijken waar we onze voeten neerzetten, en daarmee lukte het prima. En daar was ie dan……. Lemolo Falls. Wauw…… wat was ie mooi………. Wat een ongelooflijke power had dat water, en wat zag er dat mooi uit zo met die smalle stroompjes naast de eigenlijke waterval. En we waren ook precies op het goede tijdstip, de zon verdween net achter de waterval waardoor we geen last meer hadden van contrastverschillen. Hans maakte de foto’s, en ik keek ondertussen beurtelings naar de waterval en naar de omgeving….. toch even blijven checken of er geen wilde beesten op kwamen dagen.

De dieren bleven weg. Maar een andere dreiging diende zich wel aan: flinke donderkoppen in de lucht. We hoorden het zelfs al onweren in de verte. We zaten hier in het bos niet echt op de meest veilige plek, we besloten dan ook om er op de terugweg maar even een flink tempo in te zetten. Ha, met dat steile pad zeker! Niks flink tempo…… gewoon zwoegen en zweten om weer boven te komen….. Gelukkig zette het onweer niet door, en droog en wel bereikten we onze auto. We moesten nu noodgedwongen nog een eind achteruit rijden via dat smalle paadje, keren was immers niet mogelijk. Maar ook hier ging alles goed, we bereikten zonder krassen of andere onrechtmatigheden de bredere dirtroad, en vanaf daar konden we gewoon weer lekker vooruit. Letterlijk en figuurlijk.

Het restaurant van Lemolo Falls Resort was inmiddels al gesloten. Dat werd dus een noodgedwongen picknick met de spullen die nog in onze koelbox zaten, gelukkig hadden we dit al voorzien dus we hadden eten en drinken genoeg in huis. Jammer genoeg konden we geen gebruik maken van de picknicktafel bij ons huisje, want inmiddels was het stevig gaan regenen. De bui duurde niet lang, na het eten zijn we nog even een stukje over het terrein van het Resort gaan lopen. Héérlijk, die geur van een bos direct na een regenbui…… We liepen naar Lemolo Lake, waar net twee mannen in een vissersbootje aan het ronddobberen waren. Met op de achtergrond de besneeuwde toppen van de Cascade Mountains. Hoe idyllisch….

Lemolo Falls

Lemolo Falls


DAG 15 : ZATERDAG 11 MEI: LEMOLO LAKE – BANDON

Gereden:  199 mijl
Als ik deze zaterdag in het kort moet omschrijven, dan ziet dat er als volgt uit:  We werden wakker op een intens rustige plek midden in de natuur, we zagen twee mooie watervallen en één supermooie waterval, we liepen een prachtige trail, en tot slot waren we getuige van een magnifieke zonsondergang bij een strand met geweldige seastacks!! Nou, dat klinkt goed, toch. En geloof me, het wás ook goed!!

Warm Spring Falls

Warm Spring Falls

Zoals gezegd, toen we onze ogen opendeden en naar buiten keken, zagen we alleen maar bomen en stille bospaadjes. Heerlijk was dat….. We zeggen wel eens tegen elkaar dat we zoiets veel vaker moeten doen, maar toch, het komt er bijna nooit van. Meestal belanden we in een Super 8 of Motel 6 ergens in een dorp of stad, gewoon omdat dat toch vaak de meest gunstig gelegen plaatsen zijn voor de dingen die we overdag willen gaan doen. En aangezien we ‘overdag druk bezig zijn’ toch net wat belangrijker vinden dan ‘overnachten midden in de natuur’ zal het altijd wel zo blijven, met die slaapplaatsen van ons. En als we dan toch een keer onverwacht belanden op zo’n plek als hier, bij Lemolo Lake, dan genieten we daar volop van.

Toketee Falls

Toketee Falls

Het was gewoon jammer om zo snel alweer weg te gaan van dit mooie plekje. Maar ja, je moet er wat voor over hebben als je drie watervallen wilt zien voordat de zon te hoog staat. Dus ook vandaag waren we alweer vroeg op pad. De eerste waterval lag lekker dichtbij, we hoefden maar zo’n vijf mijl te rijden en toen stonden we al bij de trailhead. Ook de wandeling was een makkie, heel kort en heel vlak, dat konden we al zingend doen. Letterlijk…. we zaten hier immers nog in berengebied dus een beetje lawaai maken was wenselijk. En het heeft gewerkt hoor, dankzij onze zangkwaliteiten heeft geen enkele beer of poema zich bij ons in de buurt gewaagd. Na zo’n 800 meter lopen bereikten we een mooi aangelegd viewpoint, vanwaar we Warm Spring Falls konden zien. We stonden vrij hoog ten opzichte van de waterval, anders dan bij de meeste andere watervallen zagen we nu dus hoe het water aan de bovenzijde kwam aanstromen, om vervolgens 18 meter beneden ons in een poel terecht te komen. De rotswand waarover het water naar beneden viel bestond uit basalten kolommen, en in de poel lag het vol met groen begroeide keien en boomstammen. Niet nieuw, we hadden zoiets tijdens deze vakantie al vaker gezien, maar daarom niet minder mooi.

Vanaf de trailhead van Warm Spring Falls gingen we terug naar de North Umpqua River Highway. Gisteren hadden we die weg van west naar oost gereden, vandaag werd het dezelfde route maar nu van oost naar west. Langs de weg liggen veel mooie watervallen, en de bekendste daarvan is zonder twijfel Toketee Falls. En da’s niet voor niets uiteraard, Toketee is echt een supermooie waterval. Makkelijk bereikbaar ook, via een netjes aangelegd pad van ongeveer 600 meter lengte. Er waren wel wat hoogteverschillen, maar die konden eenvoudig door middel van traptreden worden overbrugd. Ook hier eindigde de trail bij een met hekken afgezet platform, vanwaar we de waterval konden bekijken. Toketee Falls bestaat uit twee trappen. Eerst valt het water 8,5 meter omlaag, het komt dan terecht in een poel midden in een alcove hoog in de rotswand. Vanuit die alcove gaat het water over de rand heen en valt dan nog eens 26 meter verder naar beneden. Ook hier waren weer die basalten kolommen in de rotswand te zien, met prachtig groene wanden daarnaast. En dat alles leverde echt een supermooi plaatje op, Toketee Falls is fantastisch!

We waren niet alleen op het viewpoint. Er stond een fotograaf die vertelde dat hij puur en alleen voor Toketee Falls naar dit gebied was gekomen. Helemaal vanuit Portland. Hij moest straks meteen terug naar huis, hij was dan ook heel blij dat de waterval net nu in de schaduw bleek te staan. Want, zo zei hij, het zou toch wel zonde zijn geweest als hij na die lange rit tot de ontdekking zou zijn gekomen dat de vroege ochtend niet het beste tijdstip is om deze waterval te fotograferen. Een beetje verbaasd waren we wel, als je het juiste fotografielicht zo belangrijk vindt (wat wij uiteraard helemaal begrijpen), dan zoek je zoiets toch van te voren uit?? Of zijn alleen wij nu zo gek?? Terwijl wij op het platform stonden kwamen er nog drie andere bezoekers aan, een man en twee vrouwen. Een van die vrouwen was nog jong, maar ze was erg fors en liep heel moeilijk. Het toch vrij eenvoudige pad naar de waterval toe was voor haar al een hele opgave, maar het was duidelijk dat ze zich daardoor niet liet tegenhouden.  De andere vrouw maakte nog een opmerking over mijn Nordic Walking stokken, ze had er zelf thuis ook liggen maar ze vergat altijd om ze mee te nemen. Nou, ik zou ze echt niet meer kunnen missen hoor, zeker als er veel hoogteverschillen zijn kan ik niet meer zonder!

Zoals op de trail naar Watson Falls, bijvoorbeeld. Dat was dus de derde waterval die we voor deze ochtend op het lijstje hadden gezet. Het was voortdurend klimmen op de trail naar deze waterval toe, niet steil gelukkig dus wel heel goed te doen. En jongens, wat was dit een verrassend mooie trail zeg…… we liepen langs een kreekje met allemaal kleine mini-watervalletjes en grote groen ‘bemoste’ boulders. In het verlengde daarvan zagen we de waterval al voor ons. Een beetje verborgen achter de vele bomen, dat wel. Ook toen we dicht bij de waterval waren, bleek dat die zich maar heel moeilijk liet fotograferen, het vele groen stond behoorlijk in de weg. Maar dat mocht de pret niet drukken, de trail alleen had er al voor gezorgd dat deze bezienswaardigheid bijzonder geslaagd mocht worden genoemd. Op de terugweg kwamen we zowaar het drietal weer tegen dat we ook al bij Toketee Falls hadden gezien. Petje af voor die vrouw die deze klim toch ook weer wist te maken, ondanks het feit dat ze zo moeilijk liep. Beneden bij de parkeerplaats stond een picknicktafel, direct naast het kreekje en midden tussen de bomen. We hoefden er niet lang over na te denken waar we zouden gaan lunchen, vandaag!

Watson Falls

Watson Falls

Bandon Beach

Bandon Beach

Het had ons heel veel extra mijlen gekost om de watervallen aan de North Umpqua River Highway te gaan bekijken. Maar we hadden het hier wel veel beter naar onze zin gehad dan toen we nog de kustroute volgden, het was dus een prima beslissing geweest om dit te gaan doen. We hadden nog lang niet alle watervallen in deze omgeving gezien, maar ja, we moesten nu wel kiezen hoe we deze dag verder zouden gaan indelen. Gedurende de middag watervallen fotograferen had geen zin, en om hier nu tot vanavond te wachten totdat het fotografielicht beter zou zijn zagen we ook niet zo zitten. We besloten dan ook om toch weer naar de kust terug te rijden. Op gegeven moment reden we een grote gele letter M voorbij, ofwel: een vestiging van McDonalds. En spontaan kreeg ik zin in zo’n lekker softijsje, ook Hans was daar meteen voor te porren. Die McDonalds van zojuist lag op dat moment net al te ver achter ons, maar ongetwijfeld zouden we er verderop nog wel één tegenkomen. Dachten we…… Maar nee, we kwamen alleen nog maar kleine McDonalds-loze gehuchten tegen. Verdorie, dat ijsje werd ondertussen in onze gedachten alsmaar lekkerder….

Bandon Beach

Bandon Beach

Bandon Beach

Bandon Beach

Toen we de plaats Bandon bereikten was het al zowat etenstijd. Niet echt het goede moment dus om een ijsje te gaan scoren. Een motel zoeken was nu belangrijker, we liepen eerst maar eens binnen bij de office van het Table Rock Motel. Achter de balie stond een kleine, niet meer zo jonge vrouw met Aziatische roots. Toen wij vroegen of er een kamer beschikbaar was begon ze meteen heel druk te praten, eerst kwam het op mij over of zij op een of andere manier heel zenuwachtig was maar tijdens het gesprek merkte ik toch wel dat dit gewoon haar manier van doen was. We gaven aan dat we het liefst een kamer op de begane grond hebben, maar dat weerhield haar er niet van om alle beschikbare kamers voor ons op een papiertje te noteren, ook de kamers die op de eerste verdieping lagen. En ze praatte maar……. hartstikke vriendelijk en behulpzaam, maar ook heel apart…… Uiteindelijk kozen we voor een kamer aan de achterzijde, op de begane grond uiteraard. Dat bleek zowaar de ‘honeymoonsuite’ te zijn! Toen we zijn getrouwd, 32 jaar geleden alweer, zijn we niet op vakantie geweest; ach, nu konden we toch mooi deze vakantie als een enigszins verlate huwelijksreis beschouwen, toch? Niet dat de honeymoonsuite in het Table Rock Motel nou zo luxe was, het was gewoon een gemiddelde kamer met een keukentje erbij, een paar romantische fotootjes aan de muur, en enkele inspirerende spreuken op de gordijnkoof geschilderd. En, dat moet ik zeker niet vergeten om te vermelden, met uitzicht op de oceaan!

Op het strand bij ons motel zagen we diverse mooie seastacks staan. Maar in de verte stonden er nog veel meer, en het was al snel duidelijk dat we tijdens zonsondergang dáár moesten zijn. Eerder in dit reisverslag waren we niet heel erg enthousiast over de seastacks bij Cannon Beach. Maar de seastacks bij Bandon, dat is echt een heel ander verhaal…… er staan hier veel meer van die rotspunten, met prachtige vormen, in fotogenieke groepen bij elkaar……. En wat natuurlijk ook heel erg meetelt in onze beleving, we kregen er ook nog eens een schitterende zonsondergang bij cadeau! Waar we het in Cannon Beach en bij Seal Rock State Park moesten doen met die hele spaarzame momenten waarop we net even een mooi plaatje konden schieten, hier in Bandon heb ik letterlijk de batterij van mijn fototoestel helemaal leeggeknipt……

Bandon Beach

Bandon Beach


DAG 16 : ZONDAG 12 MEI: BANDON – REDWOOD NATIONAL PARK – CRESCENT CITY

Gereden:  177 mijl
Vandaag zouden we voor het eerst tijdens deze vakantie weer op bekend terrein komen. In Redwood National Park in de staat Californië, om precies te zijn. Dit park hadden we in het jaar 2004 ook al eens bezocht, samen met Melanie en Rob, en omdat het ons toen zo goed was bevallen wilden we er heel graag nog eens naartoe. Maar voor het zover was, hadden we eerst nog een klein stukje Oregon te goed.

Het zuidelijke deel van de Oregon kustroute is naar onze mening beduidend mooier dan het noordelijke deel. Simpelweg omdat je hier ook daadwerkelijk de kustlijn ziet, in plaats van alleen maar bomen. Op diverse plekken stonden er mooie ruige seastacks in het water; uiteraard hebben we de auto een aantal keer aan de kant gezet om daar even naar te kijken. Met een grauwe, grijze bewolking op de achtergrond kwamen die seastacks niet echt tot hun recht, we hebben er dan ook geen moeite voor gedaan om ze op de foto vast te leggen.

De enige serieuze fotostop die we hebben gemaakt was in het plaatsje Gold Beach, bij de Rogue River. Daar ligt het scheepswrak Mary D. Hume, een boot met een lange geschiedenis. Die geschiedenis startte in het jaar 1880, toen ene meneer R.D. Hume een 43 meter lange White Cedar Tree langs de Rogue River liet omhakken omdat hij een vissersboot voor zijn onderneming nodig had. De boot, die de naam van zijn vrouw kreeg, werd op 21 januari 1881 in gebruik genomen. Pas 97 jaar later, in de zomer van 1978, is de Mary D. Hume op eigen kracht naar ‘haar laatste rustplaats’ gevaren. Het is daarmee van alle commerciële boten aan de Pacific Coast het vaartuig dat het langst actief in gebruik is geweest, en daarbij is het ook uniek dat de boot gedurende al die tijd dezelfde naam heeft behouden. De boot is nu een mooi object voor fotografieliefhebbers, al vrezen we dat ze wat dat betreft ook haar beste tijd heeft gehad. De kajuit bleek namelijk veel verder vervallen te zijn dan op foto’s die we op internet hadden gevonden, we vragen ons af hoe lang het nog zal duren voordat er van de bovenzijde niet veel meer over zal zijn.

Mary D Hume

Mary D Hume

Zo rond het middaguur reden we Redwood National Park in. De 8 mijl lange Newton B. Drury Scenic Parkway loopt midden door een Redwoodbos heen, net zoals negen jaar geleden maakte deze rit ook nu veel indruk op ons. Destijds hadden we in dit park alleen maar enkele korte trails gelopen. Deze keer moest er toch minstens één langere wandeling worden gemaakt, zo hadden we afgesproken. We hadden nog een lekker lange middag voor ons, het was droog en gelukkig niet al te warm, dus een trail van 9 kilometer zat er voor vandaag zeker wel in. De auto werd geparkeerd bij het Prairie Creek Visitor Center, de sandalen werden omgeruild voor stevige wandelschoenen, en we gingen op pad.

Tijdens de West Ridge Trail moesten we klimmen. Veel klimmen. Het wandelpad was op veel plaatsen zo smal, dat we noodgedwongen achter elkaar moesten lopen. De meeste bomen waren groot, en sommige bomen waren zelfs héél groot. Meestal staan we zelf niet op de foto, we zijn nu eenmaal minder fotogeniek dan watervallen, seastacks of onze gebruikelijke hoodoo’s en badlands. Maar deze keer vroeg Hans me wel diverse keren of ik een stukje vooruit wilde lopen, zodat hij mij samen met zo’n enorme Redwood kon fotograferen. Want alleen op die manier kan je écht laten zien hoe groot die bomen zijn. Op gegeven moment bereikten we de splitsing van de West Ridge Trail met de Zig Zag Trail. Voor ons het teken dat het zwaarste deel van de wandeling nu achter de rug was, vanaf hier zou het deels berg af zijn, terwijl we ook nog een vrij vlak gedeelte zouden tegenkomen. Nu vind ik berg af vaak nog lastiger dan berg op, maar dat viel tijdens deze wandeling gelukkig heel erg mee. We hadden hier niet te maken met de rotsachtige ondergrond die het me tijdens de hikes in Columbia River Gorge toch wel diverse keren vrij lastig had gemaakt, een gelijkmatig bospad loopt toch heel wat makkelijker. Zelfs berg af.

Prairie Creek Trail

Prairie Creek Trail

Een van de mooiste delen van onze wandeling kwam halverwege, toen we afdaalden via de Zig Zag Trail. Monster Redwoods, zo noemen ze de bomen die hier staan. En dat zegt al genoeg, denk ik zo. Niet alleen de grootte van de bomen was indrukwekkend, ook de kleinere details waren mooi om te zien. Zoals de boomschors, bijvoorbeeld. Het pad waarover we weer terugliepen naar het Visitor Center heette de Prairie Creek Trail. Ook hier werden we getrakteerd op twee bijzonder mooie groepen Redwoods. En zowaar ook nog, tot onze grote verrassing, op een klein gebied met regenwoudachtige begroeiïng.

We hebben wel genoteerd hoe laat we aan de trail begonnen, maar helaas niet hoe laat dat we weer terugwaren bij het Visitor Center. Dus hoe lang we over deze ruim 9 kilometer lange wandeling hebben gedaan, weet ik niet. Wel lang in elk geval, want we hebben uiteraard heel veel stilgestaan om foto’s te maken en ik ben ook regelmatig even op een bankje of een boomstronk gaan zitten om mijn voeten wat rust te gunnen. En al die tijd was de prachtige omgeving helemaal alleen voor ons, we hebben urenlang geen mens gezien……


DAG 17 : MAANDAG 13 MEI: CRESCENT CITY – REDWOOD NATIONAL PARK – EUREKA

Gereden:  131 mijl
Als je grote Redwoods wilt zien, dan kan je ervoor kiezen om een lange trail te lopen zoals wij gisteren hadden gedaan. Maar je kan natuurlijk ook lekker lui in je auto blijven zitten, en de Howland Hill Road gaan rijden. Die smalle, onverharde weg met links en rechts ervan de meest prachtige bomen pal er naast……. Negen jaar geleden hadden we hier ook al gereden, maar dat de weg zó ontzettend mooi was, nee dat wist ik echt niet meer. Zomaar langs de kant van de weg hebben we ons ontbijt verorberd, terwijl we ondertussen een heel filosofisch gesprek hadden over wat de bomen allemaal te vertellen zouden hebben, als ze konden praten. Niet zo heel veel, waarschijnlijk, zo dachten we. Want hoe vaak zou er tijdens de afgelopen honderden jaren nou net op deze ene plek iets noemenswaardig zijn gebeurd? ’t Is dus eigenlijk best wel saai om een Redwoodboom te zijn, was onze conclusie…… Tja, dit soort gesprekken krijg je hè, als je al twee-en-een-halve week gedurende 24 uur per dag bij elkaar bent……

Howland Hill Road

Howland Hill Road

Howland Hill Road

Howland Hill Road

We vroegen ons af of er nog meer van dit soort wegen te vinden zouden zijn. Natuurlijk kenden we al wel de Cal Barrell Road en de Davison Road, van ons vorige bezoek hier aan het park. Maar misschien zouden er nog wel meer van dit soort juweeltjes ergens tussen de bomen verborgen liggen. We besloten om eens navraag te gaan doen in het Tourist Information Center in Crescent City. We werden te woord gestaan door Ralph, de vriendelijke, behulpzame en al ruimschoots gepensioneerde Ralph. Die lieve man begon zo enthousiast te vertellen over deze omgeving, we kwamen echt van alles te weten. Hij vertelde hoe geweldig het is dat de commercie rondom Redwood nog niet de overhand heeft, hoe een uit Redwood-hout opgetrokken huis van een van zijn vrienden ooit een brand doorstond, hoe zijn eigen gezondheid er op vooruit was gegaan sinds hij jaren geleden hier was komen wonen, hoe we het beste naar Humboldt Redwoods State Park konden rijden, welke rol de Russen in de geschiedenis van de kust van California hadden gespeeld, enzovoort, enzovoort…….. enzovoort, enzovoort……… enzovoort………. Een paar maal probeerden we op een nette manier het gesprek af te breken, maar het lukte niet…….. Ralph hield gewoonweg niet meer op met praten. Na een half uur (!) hadden we toch echt genoeg biologie- en geschiedenisles gehad, Hans pakte de vele folders die Ralph ondertussen voor ons op de balie had uitgespreid en vroeg of we die mochten hebben. Dat mocht, ’t was allemaal gratis, benadrukte hij. En dat was het moment waarop we er tussendoor konden komen, we bedankten hem vriendelijk voor de informatie en zijn er toen snel vandoor gegaan. Er was nu nog maar één ding dat we niet wisten…… namelijk of er nog meer van die prachtige dirtroads in deze omgeving te vinden waren!

Natuurlijk zijn er volop wandelmogelijkheden in Redwood National Park. Maar wij hadden allebei een ‘liever lui dan moe’-gevoel, dus een flinke hike zat er niet in vandaag. Een korte wandeling zou nog wel moeten lukken, tijdens ons vorige bezoek hadden we erg genoten van de Fern Canyon Trail dus die wilden we graag nog een keer doen. En nu we toch bezig waren met herhalen, konden we ook best nog eens de Cal Barrel Road gaan bekijken, toch! Het begin van de weg was makkelijk te vinden, we sloegen linksaf en wilden meteen daarna via een bocht weer links gaan. Maar daar hield dit avontuur meteen al op, een hek versperde ons de weg. Chips, dat was een tegenvaller.

We besloten om de weg een klein stukje te voet in te gaan en al snel zagen we wat de reden was van de afsluiting: er was sprake van diepe spoorvorming. Zelfs met een fatsoenlijke high clearance zou het lastig zijn om hier te rijden. Omdat we te voet waren, konden we uiteraard niet de hele Cal Barrel Road zien. Al zijn we wel aanmerkelijk verder gelopen dan we vooraf hadden afgesproken, je wilt toch steeds net even om de volgende bocht heenkijken….  Wat ons vooral opviel, dat waren de boomstammen waarvan de schors wel haast gevlochten leek. Sommige van die vlechtwerkjes waren bruin van kleur, maar er waren er ook bij die helemaal groen uitgeslagen waren. De meest opvallende boom was aan één kant van boven naar beneden toe opengespleten. De binnenzijde was helemaal zwart geblakerd, het was duidelijk dat deze boom ooit door de bliksem was geraakt. Verder zagen we heel veel varens en andere planten langs de weg, ook een mooie nurse log, dat is een omgevallen boom waarop nieuw plantenleven is ontstaan.

Cal Barrel Road

Cal Barrel Road

Fern Canyon Trail

Fern Canyon Trail

Een paar minuten nadat we de Cal Barrel Road achter ons lieten, bereikten we de Davison Road. Een van de allereerste dirtroads die we ooit hebben gereden! Destijds waren we ontzettend enthousiast over deze route, de met grijs stof bedekte varens, de zonnestralen die door het opwaaiende stof gefilterd werden, we vonden het allemaal even prachtig. Maar onze herinnering sloot niet aan bij het plaatje dat we nu te zien kregen….. het wat mystieke sfeertje van toen ontbrak deze keer helemaal.  De Davison Road eindigt bij het strand, bij Gold Bluffs Beach, om precies te zijn. Op het moment dat we het pad dat parallel loopt aan het strand op wilden rijden, werden we door een jonge Ranger gewaarschuwd. Er zou daar een grote mannetjes-elk zijn gesignaleerd, we moesten vooral niet te dicht bij dat beest in de buurt komen. Nou, geloof me, dat waren we zeker niet van plan! Een stukje verder zagen we het beest inderdaad langs het pad staan, hij was indrukwekkend groot en erg mooi om te zien. Gelukkig zaten we veilig en wel in onze auto, alleen jammer dat onze fotospullen achterin lagen dus we konden hem niet op de foto zetten.

Fern Canyon is een korte, ondiepe kloof waar een smal kreekje doorheen stroomt, de wanden van de kloof zijn begroeid met mossen en varens. Het is duidelijk dat het kreekje er soms heel wat minder onschuldig uit zal zien, want overal in de kloof lag het bezaaid met takken en boomstammen die ooit door het water moeten zijn meegevoerd. Voor ons gevoel was er best wel wat veranderd, tijdens de afgelopen negen jaar. Juist dat wat de kloof z’n charme geeft, de vele varens, dat ontbrak nu enigszins. Er waren wel varens te zien hoor, maar het was niet die dichte groene wandbekleding van de vorige keer (we hebben dat thuis nog eens gecheckt, door het met de foto’s van toen te vergelijken). Er lagen ook veel meer boomstammen, waardoor het totaalplaatje wat rommelig oogde. We moesten het kreekje heel vaak oversteken, de vorige keer lagen er overal keurige plankjes waar we overheen konden lopen, maar nu moest er gebalanceerd worden via provisorisch neergelegde takken en half verrotte plankjes. Voor Hans geen probleem, maar voor die wiebelvoeten van mij was het toch een hele lastige opgave. Op gegeven moment ben ik maar gewoon het water ingestapt, liever natte voeten dan zo meteen een heel nat pak als ik mijn evenwicht niet zou kunnen bewaren……..

Via de bovenzijde van de canyon zijn we teruggelopen naar de parkeerplaats. En zowaar, het enthousiasme dat tijdens onze wandeling door Fern Canyon helemaal ontbrak, kwam hier zomaar spontaan wél opzetten. Het bos waar we nu  doorheen liepen bestond niet uit majestueuze Redwoods, maar uit talloze smalle bomen die heel dicht opeen groeiden. Veel bomen hadden korte dunne zijtakken die horizontaal uitstaken, en die met groene mossen waren bedekt. Ik mocht van Hans weer als fotomodel fungeren, of ik maar even 10 of 12 seconden doodstil wilde blijven staan….. Ik moet zeggen, ik heb nu heel wat respect gekregen voor de mensen die als Living Statue aan wedstrijden deelnemen! Nadat we – met matig succes – geprobeerd hadden de prachtige dieptewerking van dit bos op de gevoelige plaat vast te leggen, gingen we terug naar de auto. Waar ik mijn kletsnatte schoenen en sokken voor droge exemplaren heb omgeruild. Tijdens de rit terug konden we nog een close-up foto maken van een vrouwtjes elk die direct naast het pad wat smakelijke plantjes stond te verorberen, het imposante mannetje liet zich helaas niet meer zien.

We namen afscheid van Redwood National Park, een klein uur later arriveerden we in de plaats Eureka waar we wilden gaan overnachten. De Super 8 zag er heel standaard uit, dus stapten we bij het kantoortje naar binnen en vroegen of ze nog een kamer op de begane grond voor ons beschikbaar hadden. Ja, dat hadden ze. We moesten even met de auto om het kantoortje heenrijden, onze kamer lag aan de achterzijde.

Eureka

Eureka

Eureka

Eureka

Cultuurschok……. Van de normaal uitziende voorkant belandden we in een achterbuurtachtig steegje, compleet met uitpuilende afvalcontainers en een jonge vrouw met haveloze kleding aan, die luid scheldend rondstrompelde. Duidelijk een zwerfster, verslaafd aan heroïne, alcohol of weet ik veel wat….. Even later zagen we nog twee zwervers door het steegje lopen. We twijfelden of we hier wel veilig zaten, een gevoel waar we gelukkig niet vaak last van hebben tijdens onze USA-vakanties. Hans checkte onze motelkamerdeur, en ook die van de naastgelegen kamers. Nergens zag hij braaksporen, en dat stelde ons net genoeg gerust om de nacht toch maar hier door te gaan brengen. Al hebben we wel voor het eerst onze auto echt helemaal leeggehaald!

We hadden nog tijd genoeg over om een rondje Eureka te doen. Voor de opvallende Victoriaanse huizen die daar te vinden zijn, en voor de mooie muurtekeningen. De huizen, met hun torentjes en tierelantijntjes, en geschilderd in roze, blauw of groen, zouden in de Efteling niet misstaan. Hmmm, ik geloof dat dit niet helemaal onze smaak was. Maar ja, als je in Eureka  bent moet je ze wel even gezien hebben, toch. De muurschilderingen boeiden ons oneindig veel meer. We hadden op internet al wat voorverkenning gedaan, zodat we wisten in welke straten we ze zouden kunnen vinden. Ik was de navigator (met een beetje hulp van TomTom), en Hans uiteraard de chauffeur. En zo gingen we dus op zoek….. Meteen al bij de eerste mural stuitten we op een probleem, de tekening van vier werkpaarden stond op de muur van een bedrijf, op een afgesloten terrein. We hebben er wat kunst- en vliegwerk voor uit moeten voeren om de tekening te kunnen fotograferen, Hans reed de auto achteruit tot heel dicht bij het hek, vervolgens ging hij op de bumper staan en terwijl ik hem ondersteunde maakte hij de foto’s, over het hek heen.

De overige muurschilderingen waren gelukkig allemaal in en rondom het centrum van Eureka te vinden. Onze favoriet was een lange tekening waar we Louis Armstrong al spelend op zijn trompet konden bewonderen, met direct naast hem een zeer geslaagd clownsgezicht, een danseres, een portret van William Shakespeare en een close-up van piano spelende handen. Echt knap hoor, dat iemand zoiets kan maken. Terwijl we aan ons rondje Eureka bezig waren, viel het ons op hoe ontzettend veel zwervers er hier rondliepen. We zagen er tientallen, over het algemeen vrij jonge mensen die – voor zover wij dat konden beoordelen – allemaal verslaafd waren. Een totaal vervallen motel was blijkbaar door hen in beslag genomen, er zat een hele groep op de galerij. Wat een tegenstelling, aan de ene kant de kitscherige pracht en praal van de Victoriaanse huizen, aan de andere kant de trieste aanblik van deze aan lager wal geraakte mensen. Nee, Eureka was bepaald niet onze favoriete overnachtingsplaats.

Eureka

Eureka


DAG 18 : DINSDAG 14 MEI : EUREKA – FERNDALE – HUMBOLT REDWOODS STATE PARK – WILLITS

Gereden:  161 mijl
Om zes uur ’s ochtends werden we allebei wakker omdat de vloer van onze kamer trilde….. Oorzaak: een continu zacht dreunend geluid. In eerste instantie hadden we geen idee wat het was. Hans ging op onderzoek uit, en merkte dat het geluid afkomstig was uit de ruimte direct naast onze kamer. Blijkbaar was dat de wasruimte van het motel, en waren daar de wasmachines aangezet. Waarmee deze Super 8 zich definitief van een prominente plek op ons ‘slechte motels’-lijstje verzekerde. Dat we even later bij het kantoor aan een gesloten deur kwamen – er hing een briefje waarop stond dat de receptionist binnen 10 minuten terug zou zijn –   zorgde voor nog een extra minpuntje. Verdorie, dan wil je weg, en kan je niet eens uitchecken!

Eureka

Eureka

We hadden onze route in Eureka zo gepland dat we onderweg nog twee muurschilderingen tegen zouden komen, en vooral de eerste daarvan bleek fantastisch mooi te zijn. Het stond op de zijmuur van een gebouw, een winkelpand. Er werd een ouderwets tankstation afgebeeld, de echte ramen van het pand waren heel ingenieus in de tekening verwerkt. Ook de dieptewerking was bijzonder goed, hoewel het gewoon een tweedimensionaal plaatje was leek het of het getekende gebouw een heus dak en een echte zijmuur had. De tekening had een heerlijk jaren ’50-sfeertje, het was dan ook heel jammer dat er een gewone hedendaagse auto net voor stond geparkeerd. Dat vloekte samen! We konden dan ook niet het totale plaatje in één keer op de foto zetten. Maar ’t was wel heel leuk dat er net een voetganger voorbij kwam lopen die wel haast in het plaatje thuis leek te horen.

Een stukje verderop vonden we de tweede muurschildering, die bestond uit twee taferelen van mannen die een ruige riviertocht maakten. De afbeeldingen spraken ons veel minder aan dan die van het oude tankstation. Maar één detail vonden we wel heel leuk, direct naast een van de beide panelen was de afbeelding van een man geschilderd die naar de mural stond te kijken. Ik heb nog even gezellig met hem staan te kletsen (zie grote foto’s).

Zo, nu konden we Eureka dan toch echt achter ons laten. Gelukkig! Op naar het heel wat mooiere plaatsje Ferndale, dat net zoals Eureka bekend staat om de vele Victoriaanse huizen, maar waar de zwervers en het slechte motel gelukkig ontbreken. We vinden oude begraafplaatsen vaak erg sfeervol, ons eerste doel was dan ook de historische Ferndale Cemetery. Het kerkhof bleek op de helling van een heuvel te liggen, dankzij het hoogteverschil was het totaalplaatje met al die oude graven heel mooi. Er stonden diverse grote, bloeiende rhododendrons, dat gaf veel kleur tussen al het grijs van de grafstenen. We hebben ook nog even het prachtige witte kerkje van Ferndale bezocht. We konden er zelfs zomaar even naar binnen toe lopen, het interieur bleek al net zo wit te zijn als de buitenzijde. Met een wandeling door het historische centrum hebben we ons korte bezoek aan dit vriendelijke plaatsje afgesloten.

Ferndale Cemetery

Ferndale Cemetery

Negen jaar geleden was de Avenue of the Giants, de 32 mijl lange autoroute die door een aantal Redwoodbossen loopt, een van de hoogtepunten van onze vakantie. Destijds hadden we er niet veel tijd voor uitgetrokken, dat moest deze keer beter. Ik had dan ook diverse hikes uitgekozen, zodat we nu iets méér zouden kunnen zien dan de bomen die direct langs de weg staan.

Ferndale kerk

Ferndale kerk

We begonnen met de Grieg French Bell Trail, niet omdat de bomen zo heel bijzonder zouden zijn, maar omdat de bodem daar bedekt is door een prachtig groen tapijt. Een prima keuze, zo bleek al snel. Het groene vloerkleed lag er ontzettend mooi bij, en het was heel leuk om zomaar wat door dit kleine gebied rond te dwalen en de meest fotogenieke paadjes tussen het groen te zoeken. Liefst zonder zonnevlekken erin, dat bleek nog de moeilijkste opgave te zijn. Overal lagen kleine paadjes kriskras door elkaar heen, we raakten al snel onze oriëntatie kwijt. Wat overigens geen enkel probleem was, het gebied was zo klein dat het geluid van de voorbijrijdende auto’s al genoeg navigatie bleek te zijn. We liepen zo simpel naar de weg terug, een stukje verderop zagen we onze auto alweer staan.

We namen nu een zijweg van de Avenue of the Giants, ons doel was een gebied dat The Big Tree Area wordt genoemd. Na ruim 4 mijl bereikte we de parkeerplaats, direct naast de vrij brede Bull Creek. De Redwoods die we wilden gaan bekijken lagen aan de overkant van die kreek, en het zou heel handig zijn geweest als de brug waarover ik had gelezen er ook daadwerkelijk had gelegen. Maar in plaats van een brug lag er een boomstam over het water heen, dat betekende dus schuifelen en balanceren om de overkant met droge voeten te kunnen bereiken. En dat lukte. Het bos lag hoger dan de oever, we moesten dus nog ergens een klein stukje omhoog klimmen om de hike te kunnen vervolgen. Maar waar precies, dat was erg onduidelijk. Ik pakte het blad met de routebeschrijving die ik thuis had uitgeprint er nog maar eens bij, maar er stond niets herkenbaars op vermeld. Terwijl we zo al zoekend in het rond keken, drong het tot ons door dat er hier nog maar kort geleden een flash flood moest zijn geweest. Waardoor het begin van de trail was weggespoeld, het bruggetje zal er ongetwijfeld ook het slachtoffer van zijn geweest. We vonden een plek waar we omhoog konden klimmen, en daar zagen we gelukkig ook het pad dat we moesten hebben. Meteen al kwamen we uit bij een van de voornaamste trekpleisters van dit gebied, The Giant Tree. Honderd-en-elf meter hoog, een hele jongen dus! We liepen verder het bos in, de Redwoods hier waren minder groot maar jee, wat waren het er véél….. Links, rechts, voor, achter, het was één en al Redwood en ze stonden ook nog eens heel dicht op elkaar.  Eén massa donkere boomstammen met fel zonlicht daar tussendoor, mooi om er doorheen te lopen maar als fotografie-onderwerp absoluut geen succes.

We reden terug naar the Avenue of the Giants voor de derde wandeling van vandaag. In The Big Tree Area was het lekker rustig, daar hadden we maar enkele andere bezoekers gezien. Maar hier, in Founders Grove, was het file lopen tussen de vele andere toeristen.Tja, dat konden we natuurlijk verwachten van een supermakkelijke trail die direct langs de doorgaande route begint. Nu moet ik eerlijk toegeven dat deze wandeling geen onuitwisbare herinnering bij ons heeft achtergelaten, natuurlijk zagen we ook hier mooie Redwoodbomen maar er zaten geen echte blikvangers tussen die om onze speciale aandacht vroegen.

Helaas moet ik hier nu schrijven dat een eerste indruk niet noodzakelijkerwijs ook een betrouwbare indruk is. Negen jaar geleden waren we zo laaiend enthousiast over Avenue of the Giants, we verwachtten nu echt om weer één en al hoge bomen te zien, en een prachtig kronkelende weg daar tussendoor. Maar de werkelijkheid was anders, op heel veel plekken stonden er helemaal geen Redwoods langs de weg en daar waar we ze wel tegenkwamen misten we de fotogenieke bochtjes die er – afgaande op onze herinnering – toch eigenlijk wel hadden moeten zijn. Als deze route je eerste kennismaking met de Redwoods vormt, zoals dat voor ons destijds dus het geval was, dan is het zeker wel indrukwekkend. Maar als je het echte Redwood National Park hebt gezien, en de prachtige Newton B. Drury Scenic Parkway hebt gereden, dan wordt de Avenue daardoor toch wel tot een middelmaatje gedegradeerd.

Grieg French Bell Trail

Grieg French Bell Trail

We reden verder naar het zuiden, het was onze bedoeling om in de plaats Ukiah te gaan overnachten. Ter hoogte van de plaats Laytonville maakten we iets heel erg moois mee: een grote roofvogel vloog plotseling voor onze auto door en draaide daar een paar bochten, zwevend op de thermiek. Het duurde maar een paar seconden, maar het was wel een prachtige ervaring. Even later reden we door het kleine plaatsje Willits, en zomaar spontaan besloten we om niet naar Ukiah door te rijden maar om hier te gaan overnachten. Na de slechte motelervaring van de afgelopen nacht was het nu wel heel erg aangenaam dat we in The Old West Inn aan Main Street belandden, wat een leuk motel was dat. Helemaal in western-sfeer, met een groen grasveld tussen de kamers en een zonnig terrasje daarnaast. Heel veel rustmomenten nemen wij niet, tijdens onze vakanties, maar dat terrasje stond ons nu toch wel heel uitnodigend aan te kijken. We hebben er een tijdlang zomaar zitten te niksen, en geloof me, dat was héérlijk!


DAG 19 : WOENSDAG 15 MEI : WILLITS – MONTGOMERY WOODS SNR – SALT POINT SP – BOWLING BALL BEACH – GUALALA

Gereden:  166 mijl
Soms zie je borden langs de weg staan met de tekst “Report Drunk Drivers”. Hans z’n opmerking van deze ochtend was dat ze hem ook wel zouden kunnen aangeven, zo was hij over de weg aan het slingeren met onze auto. Oorzaak: geen drank, maar een oneindig aantal bochten. De Orr Springs Road was een van de meest bochtige weggetjes die we ooit gereden hebben, er zat haast geen recht stuk tussen. Prachtig zoals we vanaf de hoog gelegen gedeeltes de glooiende heuvels in konden kijken, alleen al deze aanrijroute maakte onze ochtend tot een succes.

Montgomery Woods State Natural Reserve

Montgomery Woods State Natural Reserve

Na al het gekringel bereikten we de parkeerplaats van Montgomery Woods State Natural Reserve, een Redwoodpark dat op het allerlaatste moment nog in ons roadbook terecht was gekomen. Niet vanwege de bomen, die hadden we natuurlijk in Redwood National Park al volop gezien, maar vanwege de prachtige combinatie van de Redwoods met kleine waterpoelen en een kreekje. De foto´s die we daarvan hadden gevonden zagen er veelbelovend uit.

Op de parkeerplaats van het park stond een bord met een verontrustende mededeling. Er zouden de laatste tijd vaak auto-inbraken plaatsvinden, zo stond er vermeld. Niet leuk om zoiets te lezen als je net op het punt staat om aan een wandeling te beginnen. Maar ach, bij Shi Shi Beach hadden we de auto veel langer op een ‘gevaarlijke’ plek moeten laten staan en daar was het ook allemaal goed gegaan. Dus ook nu lieten we ons niet afschrikken, we gingen gewoon op pad.

Montgomery Woods State Natural Reserve

Montgomery Woods State Natural Reserve

De eerste paar honderd meter moesten we klimmen. Flink klimmen zelfs, het pad ging best wel steil omhoog. Eenmaal boven bereikten we een open plek met hoge Redwoods er omheen, met grote knoesten aan de onderzijde van de stam. Zo, dit was een indrukwekkende binnenkomst! We moesten even zoeken hoe de trail vanaf hier verder ging, toen we het pad eenmaal gevonden hadden ging het verder heel gemakkelijk. In 2008 heeft er een flinke brand gewoed, en dat was uiteraard nog heel goed te zien. Vooral in het begin kwamen we veel zwartgeblakerde bomen tegen, maar ook verderop waren de gevolgen van de brand nog duidelijk zichtbaar. Via een paar bruggetjes staken we een moerassig gedeelte over. Of, beter gezegd, het gebied dat normaal gesproken vrij moerassig is. We hadden pech dat 2013 tot nu toe heel droog was verlopen, er stond duidelijk veel minder water dan op het moment dat de foto’s die we op internet hadden gezien waren gemaakt. Geen mooie combinatie dus van bomen en water, waar we op hadden gehoopt. Maar toch waren we dik tevreden met deze wandeling hoor, het was een prima afsluiting van onze vier Redwood-dagen. En dat goede gevoel werd nog beter toen we de auto ongeschonden op de parkeerplaats aantroffen!

We wilden in het kleine kustplaatsje Gualala gaan overnachten. En omdat we het niet aandurfden om daar op de bonnefooi naartoe te gaan, hadden we alvast een kamer gereserveerd. Toen we in Gualala arriveerden was het nog veel te vroeg om al in te checken, we reden ons motel dan ook voorbij. Eerst maar eens gaan kijken of Salt Point State Park, een stukje verder naar het zuiden, ons net zo goed zou bevallen als het vergelijkbare Bean Hollow State Beach dat we drie jaar geleden hadden bezocht.

Vanwege bezuinigingen waren sommige delen van Salt Point State Park afgesloten. En laat daar nou net Stump Beach bij zitten, het gedeelte van het park waarin wij het meest waren geïnteresseerd. We hadden thuis op Google Earth al gezien dat de parkeerplaats met een hek was afgesloten, maar ook dat er daar vlakbij wel een beperkt aantal pull-outs langs de weg lagen. Parkeren leek dus geen probleem te zijn. Maar of de 400 meter lange trail naar Stump Beach toegankelijk zou zijn, dat wisten we dus niet. En er was maar één manier om daar achter te komen, namelijk door het gewoon ter plekke uit te gaan proberen.

Salt Point State Park

Salt Point State Park

Het begon goed, we vonden een vrije pull-out dicht bij de afgesloten parkeerplaats. De trail naar het strand was makkelijk te vinden en goed begaanbaar. Alleen het allerlaatste stukje, daar werd het wel even lastig. We moesten een stuk omlaag klimmen, en het was duidelijk dat het pad niet meer werd onderhouden. Door erosie was de afdaling helemaal verbrokkeld, het was dan ook alleen maar mogelijk om met een beetje kunst- en vliegwerk beneden te komen. En ja, wat nu…… nergens zagen we de mooie tafoni-rotsen waarnaar we op zoek waren…… We zagen wel een pad dat behoorlijk steil omhoog ging, aan de linkerkant van het strandje. Hans besloot om op verkenning uit te gaan, we hadden onze portofoons bij ons dus hij zou het me laten weten als ik de klim omhoog ook moest gaan wagen. Terwijl ik op zijn berichtje wachtte, keek ik of ik ergens een beschut plekje zou kunnen vinden. Want het was ijzig koud daar aan de kust, en de keiharde wind blies die kou dwars door m’n fleecejack heen…..

Salt Point State Park

Salt Point State Park

Na een tijdje liet Hans me weten dat ik ook boven moest komen. Dus wind en kou trotserend worstelde ik mezelf omhoog, toen ik de top van de klif bereikte werd het pad gelukkig weer vlak. Voor me – een heel stuk lager dan waar ik stond – zag ik de oceaan. En rechts lag het zandstrandje. Hans zag ik nergens, maar de enige mogelijkheid was om de rand van de klif naar links toe te volgen dus dat heb ik toen maar gedaan. En zo zag ik op gegeven moment de tafoni-rotsen verschijnen, en hoe verder ik liep, hoe meer het er werden. En ze werden ook nog eens steeds mooier!

Hans was uiteraard al druk bezig met het fotograferen van al dat moois. Hij vertelde me dat hij eerst nog even had getwijfeld of de onderneming wel de moeite waard was, maar wat was hij blij dat hij ondanks die aarzeling toch nog een stuk was doorgelopen. En ik kon hem alleen maar gelijk geven, Salt Point State Park mag tot de hoogtepunten van onze vakantie worden gerekend! Alleen al al die kleuren: we zagen rotsen in allerlei tinten grijs, van heel licht tot heel donker. Met daar tussendoor ook veel lichtbruin gesteente. Aan de ene kant omlijst door velden vol met gele en paarse bloemetjes, terwijl aan de andere kant het blauwe oceaanwater en de witte schuimkoppen van de branding te zien waren. De grillig gevormde rotsen zaten op veel plaatsen vol met kleine en wat grotere gaten, de zogenaamde tafoni. Volgens de geleerde dames en heren zouden deze gaten zijn ontstaan doordat er water in de rotsen is gesijpeld, waarna door een chemische reactie het gesteente van binnenuit is uitgehold. Ondertussen vindt aan de buitenzijde ook nog de gewone erosie plaats, waardoor het gesteente rondom de gaten wegslijt en de gaten dus aan de buitenzijde zichtbaar worden. En dat heeft weer tot gevolg dat Hans en Henriëtte vanuit het verre Nederland helemaal naar Noord-California reizen om dat verschijnsel te gaan bekijken….

Salt Point State Park

Salt Point State Park

Dit was een gebied waar we zomaar rond konden dwalen, zonder trail, zonder pad, gewoon lekker zelf op zoek gaan naar de meest fotogenieke details. Zo was het bijvoorbeeld erg leuk dat we zelfs een heuse arch vonden. We genoten volop, dit is een van onze meest favoriete manieren van ‘Amerika beleven’.

Op gegeven moment hoorden we een helikopter aankomen. Die begon rondjes te cirkelen precies boven ons, we vroegen ons op gegeven moment zelfs af of ze het op ons gemunt hadden. Waren we hier misschien illegaal? De parkeerplaats was weliswaar afgesloten, maar voor zover we wisten was het niet verboden om dit gebied in te lopen. Die helikopter bleef steeds maar terugkomen, dat was best irritant. Maar uiteindelijk vloog ie toch weg, en hadden wij onze rust weer terug. We zagen nu wel in de verte twee wandelaars aankomen, niet vanaf de noordelijke kant waar wij vandaan waren gekomen maar helemaal vanaf het zuiden. Toen ze dichterbij waren zagen we dat het gewoon toeristen waren, geen Rangers dus die door de bemanning van de helikopter op onze aanwezigheid waren geattendeerd. Zo, die twee dames hadden een flinke wandeling achter de rug, de dichtstbijzijnde trailhead vanaf de zuidzijde lag hier immers best een eind vandaan.

Nog één prachtig moment maakten we mee. Gisteren zagen we een roofvogel voor onze auto vliegen, nu waren we getuige van een andere roofvogel die vlak boven onze hoofden een hele show weggaf. Wat is dat indrukwekkend, zo’n prachtig beest dat zich met gespreide vleugels op de thermiek laat ronddraaien. Na een paar minuten vloog de roofvogel weg, en konden wij onze verder met onze terugtocht naar de auto.

We reden terug naar Gualala, ondertussen was het natuurlijk een heel stuk later geworden dus inchecken zou nu wel moeten lukken. De eigenaresse van het motel wilde graag weten waarom wij om een kamer op de begane grond hadden gevraagd, waren we misschien gehandicapt? Huh…..  die vraag hadden we nog nooit eerder gehoord. Zagen we er zo krakkemikkig uit, vandaag? Wat bleek, de laatste kamer die zij op de begane grond nog vrij had, was een kamer voor minder-validen. En als er vanavond nog iemand met een handicap bij het motel zou komen vragen of er een kamer vrij zou zijn, dan was zij wettelijk verplicht om die kamer aan die persoon te geven. We mochten de kamer wel hebben, maar alleen als we bereid waren om – indien nodig – later vandaag nog naar boven te verhuizen. Nou, dat risico wilden we wel nemen hoor, we hebben de kamer op de begane grond gewoon lekker aangehouden.

Montgomery Woods State Natural Reserve was de allerlaatste bezienswaardigheid die we, een paar weken geleden nog maar, aan ons roadbook hadden toegevoegd. Bowling Ball Beach was juist een van de allereerste plekjes die onze aandacht had getrokken, dat strand stond al bijna een jaar op ons verlanglijstje. We waren er eerder vandaag al langs gereden, maar toen hadden we het overgeslagen omdat het op dat moment vloed was. En om de kleine ronde rotsen waaraan het strand haar naam te danken heeft te kunnen zien, moet je er toch echt met eb naar toe.

Bowling Ball Beach

Bowling Ball Beach

En zo stonden we dus om half 8 ‘s avonds opnieuw op het strand. Bij al die bowlingballen die de natuur daar net op de rand van water en zand heeft neergelegd. Zonsondergang zou het gaan winnen van laagtij, zo wisten we al. We hoopten dat het water nog voordat het donker werd laag genoeg zou staan, zodat we dit aparte verschijnsel goed zouden kunnen zien. De kleine ronde rotsen lagen nog best ver onder water, de bovenzijde kwam bij elke terugtrekkende golf wel even boven maar het grootste deel bleef nog onzichtbaar. Langzaam aan zagen we ze verder tevoorschijn komen, waardoor het effect ook steeds leuker werd. Natuurlijk wilden we ze van zo dichtbij mogelijk fotograferen, tja dan kom je dus tot de ontdekking dat sommige golven nét even verder het strand op komen…… we moesten heel goed opletten om geen natte voeten te krijgen. Wat niet altijd even goed lukte!

Bowling Ball Beach

Bowling Ball Beach

We zijn op Bowling Ball Beach gebleven totdat het echt te donker werd om nog foto’s te kunnen maken. Gelukkig hadden we er aan gedacht om onze zaklamp mee te nemen, want vlak voordat we het strand verlieten moesten we over wat driftwood heen klimmen en we kregen ook nog te maken met een niet meer helemaal intact zijnde ladder die we moesten gebruiken om weer boven op de klif te kunnen komen. Met het licht van de zaklamp erbij was dat goed te doen. Daarna nog een rit door het donker, terug naar Gualala. Straatverlichting was er niet, maar de weg was wel heel goed zichtbaar dankzij talloze reflectoren.

’t Was laat toen we we bij ons motel aankwamen. En we waren moe, ’t was een lange dag geweest. Maar wel een ontzettend mooie dag, en daar doe je het voor, toch!


DAG 20 : DONDERDAG 16 MEI : GUALALA – SALT POINT STATE PARK – SAN FRANCISCO

Gereden:  174 mijl

Salt Point State Park

Salt Point State Park

Toen we in onze auto stapten, om 8 uur ’s ochtends, zaten er nog een dikke 100 mijl tussen ons en onze laatste overnachtingsplaats van deze vakantie, San Francisco. Onderweg kwamen we Salt Point State Park weer tegen, en omdat het ons daar gisteren zo goed was bevallen besloten we om nu ook het zuidelijke deel van dit park te gaan bekijken. Het bleek al snel dat we de beide delen van dit park compleet in de verkeerde volgorde hebben gezien. Bij Gerstle Cove – het zuidelijke deel – was het best mooi hoor, maar toch……Er was wel tafoni, maar veel minder dan bij Stump Beach. En er waren wel mooie rotsen, maar de vormen waren net wat minder grillig, wat minder speciaal. En ook al die vrolijke gele bloemetjes ontbraken hier. Het gebied was ook veel kleiner, waardoor dat ‘lekker ronddwalen’ dat we zo fijn vinden hier niet aan de orde was. Kortom, achteraf gezien hadden we ons dit uitstapje kunnen besparen.

Via de kustweg reden we nu verder naar het zuiden. Het weer was heel wisselvallig, op het ene moment scheen de zon volop, op het andere moment kwamen er dikke flarden mist vanuit de oceaan het land binnenwaaien. Langs de kant van de weg zagen we een man achter een schildersezel zitten, hij was blijkbaar de kustlijn aan het schilderen. Alleen was er van de kust niet veel te zien, het was hartstikke mistig daar. Waarop Hans heel droog zei: “Ik hoop maar dat ie veel grijze verf heeft meegenomen!”

Kort voor we San Francisco bereikten, zijn we voor een omweggetje nog Point Reyes National Seashore in gereden. Met één speciaal doel, de prachtige bomenrij die daar een oprijlaan flankeert. Aan het einde van die oprijlaan staat het historische gebouw waarin ooit het radiostation RCA Coast Station KPH was gehuisvest, tegenwoordig biedt het onderdak aan medewerkers van de National Park Service. Het ging om cypressen, om de Monterey Cypress, om precies te zijn. Deze boomsoort is goed bestand tegen een zoute omgeving, vandaar dat die dus veel voorkomt in kustgebieden. De meest bekende Monterey Cypress hadden we jaren geleden al ooit gezien. Die Lone Cypress, aan de 17-Mile Drive bij de plaats Monterey, wordt wel ooit ‘de meest gefotografeerde boom ter wereld’ genoemd. Maar wat ons betreft is Cypress Row minstens net zo fotogeniek als die beroemde eenling, het was echt heel erg mooi om zoveel van die bomen in twee lange rijen achter elkaar te zien staan. Aan de bovenzijde waren ze naar elkaar toe gegroeid, waardoor de bladeren een dak boven de oprijlaan vormden. Blijkbaar waren wij niet de enige mensen die van mening zijn dat Cypress Row een mooi plaatsje in een vakantie-fotoalbum verdient, want terwijl wij onze foto’s stonden te maken kwam er een auto aanrijden met een aantal mannen die duidelijk hetzelfde doel hadden. Nu kan je natuurlijk niet met twee groepjes tegelijk fotograferen daar….. we gaven aan dat wij nog enkele foto’s wilden maken en daarna zou Cypress Row helemaal voor hen zijn. Ze wachtten heel even, en reden toen weg. Nou ja zeg, we houden graag rekening met andere mensen maar we hoeven toch hopelijk niet meteen weg te gaan op het moment dat er iemand anders verschijnt!

Cypress Row

Cypress Row

Ik gaf TomTom de opdracht om ons de weg te wijzen naar de Conzelman Road, net ten noorden van San Francisco. Toen we zowat een kwartier onderweg waren, merkte Hans dat Tommie ons dringend aanraadde om om te keren. Wat bleek, we hadden een paar mijl terug al pratend en kletsend een afslag gemist! Okay, dat kan gebeuren. Even de auto keren en een stukje terugrijden, dus. We hadden het er over hoe makkelijk het autorijden tegenwoordig toch is, dankzij TomTom. Een paar jaar terug moesten de rijroutes altijd vooraf worden bestudeerd, en zat ik onderweg met landkaarten voor in de auto. En nu hoefden we alleen maar een adres op het apparaat in te tikken, en voila…. de te volgen route kwam vanzelf tevoorschijn. Ook TomTom bemoeide zich nu met ons gesprek:  “Probeer om te keren….” zei hij met een zachte vrouwenstem. Tja, we hadden dus weer geen van beiden op het scherm gelet…. we waren diezelfde afslag opnieuw straal voorbij gereden. Hoe stom kan je zijn!

Een paar jaar geleden waren we al eens naar de Conzelman Road gereden met de bedoeling om vanaf een hoog gelegen uitkijkpunt de Golden Gate Bridge te fotograferen. Wat toen, vanwege wegwerkzaamheden, niet mogelijk bleek te zijn. Vandaag deden we een nieuwe poging. We luisterden nu heel goed naar Tommie, en begeleid door een stralend zonnetje reden we rechtstreeks naar het begin van de weg toe. Laat nou net op dat moment de mist weer toeslaan……. van de hele prachtige brug was al snel niets meer te zien. Ach, niet getreurd, we hadden nog anderhalve dag San Francisco tegoed dus misschien konden we het op een later moment nog eens proberen.

We reden naar The Legion of Honor Museum. Niet voor het museum zelf, maar voor de sculptuur die daar vlakbij staat. The Holocaust Memorial is een klein maar wel indrukwekkend gedenkteken ter nagedachtenis aan de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Eén overlevende, een veel grotere groep mensen die nooit meer is thuisgekomen….. Het is geen vrolijk beeld om in je vakantieverslag op te nemen, maar toch, ik had dit zeker niet willen missen.

Drie jaar geleden waren we voor het laatst in San Francisco. We hadden toen een vergeefse poging gedaan om de murals waar de wijk The Mission District om bekend staat te vinden, deze keer gingen we het opnieuw proberen. Maar het geluk was niet met ons. We zagen er wel een paar, maar die waren absoluut niet boeiend. Nou, dat weten we dus voor een volgende keer. Als we ooit nog in San Francisco terugkomen, dat gaan we zeker niet meer voor die muurschilderingen. Die kunnen we beter (véél beter zelfs!) in Eindhoven gaan bekijken.

We gingen naar ons motel, de Coventry Motor Inn aan Lombard Street. Met een eigen parkeerplaats, dat is in San Francisco toch wel een absolute must. Het motel beviel ons stukken beter dan de Days Inn waar we drie jaar geleden hadden geslapen, zo’n honderd meter verderop. In de nabije omgeving zijn we op zoek gegaan naar een restaurant, we kwamen ook nog een speelgoedwinkel tegen die we natuurlijk ook niet zomaar voorbij konden lopen. Oona puzzelt heel graag, het zou leuk zijn geweest om een puzzel met een echt Amerikaans onderwerp te vinden. Cowboys, indianen, zoiets dus. Maar het enige écht Amerikaanse onderwerp dat we vonden was een  landkaartpuzzel met daarop alle staten. Niet echt iets voor een meiske van nog geen 3 jaar. Dus werd het een universele afbeelding, een grappige tekening van een stel koks in een keuken……

’s Avonds zouden we graag een stel foto’s van de Golden Gate Bridge hebben gemaakt vanaf Marshall Beach, maar helaas, het weer zat tegen. Zodoende waren we vroeger dan verwacht op onze kamer terug. We hadden nog één dag San Francisco tegoed, hopelijk zou die dag op fotogebied iets productiever verlopen dan deze middag!

Holocaust Memorial Sculpture

Holocaust Memorial Sculpture

Holocaust Memorial Sculpture

Holocaust Memorial Sculpture


DAG 21 : VRIJDAG 17 MEI : SAN FRANCISCO

Gereden:  32 mijl
En ja hoor, tijdens onze laatste vakantiedag konden we weer heel wat mooie plaatjes schieten! We begonnen de dag met een lekker ontspannend uurtje sfeer proeven in en rondom California Street. Het drukke verkeer, de vele voetgangers, de schuine straat met de Bay Bridge op de achtergrond, de chique hotels…… En de Cable Cars natuurlijk, die zelfs op dit vroege tijdstip al uitpuilden met toeristen…..

Terwijl we zomaar wat rond liepen te dwalen, kwamen we onverwacht een oud kerkje tegen. De deuren van deze Old St. Mary’s Cathedral stonden uitnodigend open, vandaar dat we er even naar binnen zijn gelopen. Het bleek een eenvoudig maar wel sfeervol kerkje te zijn, heel wat minder pompeus dan sommige andere kerken. ’t Was echt heel leuk om hier even rond te kijken. Toen we weer buiten stonden moesten we kiezen. Verder lopen via California Street (lees: verder naar beneden lopen via California Street), of hier een zijstraat nemen. Het werd de zijstraat, een lekker vlakke zijstraat! En zo liepen we zomaar ineens China Town in. Gisteren waren we speciaal – en zonder resultaat – op pad gegaan om murals te vinden. En hier kregen we die onverwacht zomaar cadeau. Een stel draken, een Boeddhafiguur; vooral de mural van een saxofoon spelende jongen vonden we erg mooi.

Grace Cathedral

Grace Cathedral

Old St. Marys Cathedral

Old St. Marys Cathedral

Thuis hadden we al informatie bij elkaar gezocht over The Grace Cathedral. Dat kerkgebouw staat vooral bekend vanwege twee op de grond aangebrachte labyrinthen, één buiten op het plein, en één binnen in de kerk. Mensen van alle geloven, en ook niet-gelovigen, kunnen het pad van zo’n labyrinth volgen, er is maar één route mogelijk. Het wordt gezien als een soort van meditatie waaraan iedereen zijn eigen invulling kan geven: als spirituele inspiratie, om innerlijk tot rust te komen, of als een soort van pelgrimstocht bijvoorbeeld. Zelf hebben we het pad niet gelopen hoor, en we hebben het ook niemand anders zien doen. Maar blijkbaar wordt er toch wel veel gebruik van gemaakt, op sommige tijden zijn er zelfs speciaal georganiseerde labyrinth walks. Wat verder opviel in de Grace Cathedral, dat waren de vele geschilderde panelen. Waarop niet, zoals je zo vaak ziet, de Kruisweg werd afgebeeld, maar allerlei geschiedkundige gebeurtenissen. Zoals de grote brand in San Francisco, in 1906. Midden in de kerk hingen lange blauwe linten helemaal vanaf het plafond naar beneden, véél lange blauwe linten. Het bleek om een kunstwerk te gaan, met de naam Graced with Light. Als je alle linten, die door de vaste bezoekers van de kerk met de hand zijn gemaakt, in een lange rij achter elkaar zou leggen, dan zouden ze een afstand van bijna 20 mijl beslaan. Het kunstwerk zal gedurende dit jaar nog voortdurend worden uitgebreid, zo stond er op een informatiebord te lezen.

City Hall Dome

City Hall Dome

Even hebben we overwogen om te voet van The Grace Cathedral naar City Hall te gaan. Als San Francisco een mooie vlakke stad zou zijn geweest, dan hadden we dat waarschijnlijk ook wel gedaan. Maar aangezien lopen door San Francisco soms nog zwaarder is dan de meest pittige hike in de Columbia River Gorge, hield dat idee niet echt lang stand. Gewoon lekker lui de auto in, en een stukje rijden. Dat betekende natuurlijk wel dat we opnieuw een parkeerplek moesten vinden, en dat viel in eerste instantie niet mee. Eerst wilden we de auto bij een parkeermeter direct langs de weg neerzetten; die parkeermeter wilde geen ouderwetse quarters maar een heuse echte creditcard als betaling. Behalve dan ónze creditcard, die vond hij blijkbaar niet goed genoeg. Nou, dan maar naar een parkeergarage, we wisten op welk adres er een zou zitten dus TomTom kon ons de weg wijzen. Maar nu waren het wegwerkzaamheden die ons dwars zaten, we konden de route die Tommie aangaf niet volgen en met al dat eenrichtingverkeer zaten we al snel helemaal verkeerd. Maar de aanhouder wint, na een paar rondjes rondom City Hall zagen we zowaar de ingang van een andere parkeergarage. De prijs viel ook nog eens reuze mee, dus we waren weer helemaal tevreden.

City Hall

City Hall

Het stadhuis van San Francisco, City Hall, is bijna 100 jaar oud. Het werd geopend in 1915, en het heeft de op vier na grootste koepel ter wereld. Die koepel heeft een diameter van 34 meter, en een hoogte van 93,7 meter. De grootste blikvanger is de Grand Staircase, de prachtige trap die bijzonder populair is bij bruidsparen. Tijdens het uur dat wij bij City Hall zijn binnengeweest, zagen we maar liefst vier net getrouwde koppels de trap gebruiken voor het maken van de trouwfoto’s. Het eerste stel werd vergezeld door een hele stoet aan bruidsmeisjes, we hebben er minstens 11 gezien, allemaal in prachtige kobaltblauwe jurken en ook allemaal met gelijksoortige chique zwarte schoenen aan. Met de beeldschone bruid in haar witte jurk en de trotse bruidegom in een net pak gaf dat een heel mooi plaatje, ze leken zo uit een Hollywood-film over The Rich and Famous vandaan te komen. Wat een verschil met het derde paar dat we zagen, twee veertigers in heel eenvoudige kleding met niet meer dan vier of vijf sober geklede mensen als gezelschap. Je mag op veel plekken in City Hall vrij rondlopen en fotograferen, we hebben ons dan ook heerlijk uitgeleefd met al die prachtige details die overal in de muren en pilaren zijn verwerkt. We kwamen ook nog een borstbeeld tegen van Harvey Milk. Nog niet zo lang geleden zouden we dit beeld voorbij zijn gelopen zonder er verder aandacht aan te schenken. Maar dankzij de indrukwekkende film Milk, met mijn favoriete acteur Sean Penn in de hoofdrol, wisten we nu dat Harvey Milk de eerste openlijk homoseksuele politicus in de staat California was. En dat hij in 1978, hier in de City Hall, door een van zijn tegenstanders werd doodgeschoten. Zo’n borstbeeld kreeg toch net even wat meer betekenis voor ons, nu we het verhaal er achter kenden.

St. Dominics Catholic Church

St. Dominics Catholic Church

We reden naar het Golden Gate Park. Onderweg zagen we een kerk die er van de buitenzijde erg mooi uitzag, en omdat we zowaar ook nog een vrije parkeerplek zagen besloten we om er heel kort even naar binnen te gaan. Er zaten diverse mensen in de kerkbanken te bidden daarom vonden we het niet echt gepast om overal rond te gaan lopen en te gaan fotograferen. We hebben ons dan ook beperkt tot het maken van een totaalplaatje, waarbij we vooral hoopten dat de mooie houten afwerking van het plafond daarop goed over zou komen. De naam van de kerk moeten we natuurlijk ook nog even noemen: het was de St. Dominic’s Catholic Church, established in 1873.

Ook in het Golden Gate Park hadden we weer geluk met het parkeren, blijkbaar was er net een auto weggereden want er was langs de lange John F. Kennedy Drive precies één plekje vrij. En dat plekje was voor ons! We gingen nu te voet het park in, ons doel was The Japanese Tea Garden. Het was niet goedkoop om daar naar binnen te gaan, we moesten maar liefst 7 dollar per persoon betalen. Dat zou niet erg zijn geweest als de Tea Garden aan onze verwachtingen zou hebben voldaan, maar helaas, dat deed ie dus niet. Het was klein, ontzettend klein. We volgden de smalle paadjes tussen de vijvers en de bloemen, maar continu kwamen we weer op dezelfde plekken uit. In tien minuten tijd kan je makkelijk het hele parkje zien! De Japanse bouwwerken – waarvan de internetfoto’s ons naar deze plek hadden gelokt – bleken aan onderhoud toe te zijn. De verf was op veel plaatsen afgebladderd waardoor het er niet echt op z’n mooist uit zag. Voor de foto’s was dit overigens best wel op te lossen: we moesten onze plaatjes gewoon niet van al te dichtbij nemen, dan leek het nog heel wat! Opeens hoorden we gitaarmuziek. En gezang. Al snel ontdekten we waar dat geluid vandaan kwam, op een van de bruggetjes stond een jongeman met een gitaar. En voor hem stond een breeduit lachende jongedame, compleet met een rode roos in haar handen, die door hem werd toegezongen. Ja hoor, dit was dus het tweede huwelijksaanzoek waarvan we tijdens deze vakantie onverwacht getuige waren. En, gelukkig voor de muzikale jongeman, ook dit meisje zei ja! Zo kreeg ons niet zo geslaagde bezoek aan de Japanese Tea Garden toch nog een leuk tintje.

Het zal inmiddels wel duidelijk zijn dat we niet alleen van mooie natuur, maar ook van mooie gebouwen houden. Vandaar dus dat The Palace of Fine Arts ook prominent op onze planning stond. Niet voor het theater zelf, daar mochten we voor fotografie niet naar binnen toe. Maar wel voor de schitterende koepel die aan de buitenzijde staat. Dat de Griekse cultuur bij het ontwerp als inspiratiebron heeft gediend was duidelijk zichtbaar,  meneer de architect was er zeer goed in geslaagd om de artistieke, poëtische sfeer die hij voor ogen had over te brengen. Terwijl ik me bezighield met het fotograferen van de vele details aan de buitenzijde, probeerde Hans de koepel aan de binnenzijde op de foto te zetten. Een statief is dan altijd een bijzonder handig hulpmiddel, behalve vandaag…… het waaide zo vreselijk hard dat statief en fototoestel samen onverbiddelijk omver werden geblazen……. Zijn wij even blij dat Hans een goed reactievermogen heeft, hij kon de hele boel nog net vastpakken voordat het op de grond viel.

Golden Gate Bridge

Golden Gate Bridge

Golden Gate Bridge

Golden Gate Bridge

’t Leuke aan de Golden Gate Bridge is, dat je haar vanuit allerlei verschillende hoeken kan fotograferen. Elke keer als we in San Francisco komen, kunnen we dus weer iets nieuws proberen. Tegen zonsondergang reden we naar de kust, we parkeerden de auto bij Baker Beach en liepen daarna via de 1 kilometer lange Batteries to Bluff Trail, via allerlei trapjes en ook deels via het strand, zo ver mogelijk naar het viewpoint achteraan op Marshall Beach. Helemaal tot aan het beoogde plekje konden we niet komen, daarvoor had het eb moeten zijn. Maar dat was geen probleem, we hadden een prima zicht op de brug dus onze missie was geslaagd, we konden weer wat nieuwe foto’s van de rode dame aan onze collectie toevoegen.

In het donker reden we naar de noordzijde van de brug. Daar ligt een grote parkeerplaats vanwaar ongetwijfeld al honderdduizenden mensen hun eigen plaatje van de Golden Gate Bridge hebben gemaakt, alleen wij nog niet. Ondanks het late tijdstip stond het ook nu nog vol met fotograferende toeristen, die allemaal in gevecht waren met de keiharde wind. Wij hebben inmiddels al heel wat ervaring met het ‘tussen de windvlagen door een foto proberen te maken’, en die tactiek hebben we ook nu weer toegepast. Leuk om de brug nu ook eens van zo dichtbij te kunnen fotograferen, met al die lichtjes.

Golden Gate Bridge

Golden Gate Bridge

Maar nu misten we nog steeds die ene foto, genomen vanaf dat bekende viewpoint aan de Conzelman Road. Dat het al behoorlijk laat was ondertussen, dat maakte ons niets uit. Nog een laatste photoshoot is immers veel leuker dan koffers inpakken, toch! Dus stapten we opnieuw in de auto, en reden we voor de derde keer de Conzelman Road op. En ja hoor, drie maal is dus écht scheepsrecht.  Na de mislukte pogingen van gisteren en van drie jaar geleden, stonden we nu toch eindelijk op het viewpoint aan de Conzelman Road. Temidden van een laatste groepje die-hards die net zoals wij het donker, de wind en de kou trotseerden. Het leek wel of het nóg harder was gaan waaien, ik heb het vrijwel meteen opgegeven om met mijn toestel – vanuit de hand – foto’s te maken. Maar Hans wilde uiteraard niet zonder foto hier vandaan, hij bleef het gewoon net zo lang proberen totdat hij het idee had dat er toch tenminste één bruikbaar exemplaar tussen moest zitten. Die dan de laatste foto van dit reisverslag zou moeten worden.

Maar nee, het werd dus niet de laatste foto. Want toen we naar ons motel terugreden, kwamen we weer langs The Palace of Fine Arts. En wat stond die nu prachtig in het licht, daar konden we echt niet zomaar aan voorbij rijden! Eerst liepen we naar de koepel toe voor wat close-up foto’s. Maar het was al snel duidelijk dat met dit mooie licht de van wat verderaf genomen plaatjes veel beter zouden zijn. Dus hebben we ons rondje wat uitgebreid, we zijn ook nog om de vijver heengelopen. Steeds stonden er wat bomen of struiken in de weg, het leek er even op dat het niet zou gaan lukken om een goed shot te vinden. Maar net op het moment dat we besloten om nu toch maar eens naar het motel te gaan, vonden we de beste fotoplek. En de foto die hieronder staat is, is dan ook niet alleen de allerlaatste foto van dit reisverslag, maar ook echt de allerlaatste foto die we tijdens deze vakantie hebben gemaakt!

Palace of Fine Arts

Palace of Fine Arts


DAG 22 EN 23: ZATERDAG 18 MEI EN ZONDAG 19 MEI : SAN FRANCISCO – AMSTERDAM – GERWEN

Gereden:  18 mijl, Gevlogen:  een heel eind
Vliegen om 2 uur ’s middags is ideaal! We hoefden niet bij nacht en ontij ons bed uit, we hadden alle tijd om de koffers in te pakken, en onderweg naar het vliegveld konden we ook nog op ons gemak gaan ontbijten. En verder was het gewoon weer de inmiddels welbekende procedure: auto inleveren, inchecken, veiligheidscontrole….. alles ging van een leien dakje.

Ik weet dat luidruchtige kinderen bij veel reizigers op nummer 1 staat als het gaat om ergernissen tijdens het vliegen. Dan hebben wij tot nu toe toch veel geluk gehad, want tijdens onze 14 vluchten naar Amerika en de (tot op dat moment) 13 vluchten terug naar huis hebben we eigenlijk nooit veel overlast ondervonden. Okay, soms merkten we wel eens dat er kinderen in de buurt zaten, een huilende baby of een jengelende peuter, maar nog nooit hadden we dat als echt vervelend ervaren. Tja, eens moet de eerste keer zijn, toch! En dat was dus tijdens deze vlucht, van San Francisco naar Amsterdam. Slapen in het vliegtuig gaat me meestal niet goed af, maar zeker als we terugvliegen naar Nederland probeer ik toch wel altijd even m’n ogen dicht te doen. Eerst schrik ik dan elke 2 of 3 minuten wel een keer wakker, nu dus ook. Maar uiteindelijk lukte het me toch om in een wat diepere slaap terecht te komen. Totdat het jochie dat op de stoel voor me zat plotseling een aanval van hyperactiviteit kreeg……. Hij gilde, hij schreeuwde, hij sprong fanatiek op z’n stoel op en neer….. En het was toch ook wel een heel leuk spelletje om zijn zusje, dat in de stoel voor hem zat, voortdurend op haar hoofd te tikken, waardoor ook zij enthousiast mee begon te gillen……. Je snapt het al, slapen lukte echt niet meer. Ach, ik snap ook best dat het hartstikke moeilijk is om zo lang stil te moeten blijven zitten, zelfs voor volwassenen is dat al een hele opgave. Dus natuurlijk wil zo’n kind (hoe oud zal hij geweest zijn, een jaar of vier, schat ik), zich even lekker uitleven. Maar chips, waarom moet dat dan nét als ik eindelijk ben weggedoezeld…..

In het programma Hello Goodbye hebben we al vaak kunnen meekijken hoe thuisblijvers aan de ene kant van de glazen wand gespannen stonden toe te kijken naar de net gelande passagiers bij de bagagebanden, in de hoop daar hun familie of vrienden te ontwaren. Deze keer konden we datzelfde tafereel nu van de andere zijde uit meemaken, met onszelf in de hoofdrol. Wat leuk was dat zeg, om een heel ontvangstcomité achter het glas te zien staan……. Rob en Elina, Melanie en Marcel….. en voor het eerst kwam ook Oona ons op Schiphol begroeten….. Dan ben je meteen vergeten dat je na zo’n lange slapeloze vlucht toch best wel moe bent! We moesten nog even geduld hebben, het duurde vrij lang voordat onze koffers eraan kwamen rollen. Maar toen konden we elkaar dan toch echt begroeten, zonder glazen wand ertussen. En, helemaal in Hello Goodbye-stijl, sprong Oona al rennend bij opa in z’n armen……. Na deze enthousiaste begroeting zijn we nog even naar de Starbucks gegaan, even lekker bijkletsen. En natuurlijk mocht Oona meteen haar cadeautjes uitpakken, de puzzel die we in San Francisco hadden gekocht vond ze erg leuk.

We namen afscheid van Melanie, Marcel en Oona. En stapten in onze eigen auto, die wijselijk niet werd bestuurd door Hans maar door Rob. Want tijdens de rit van Amsterdam naar Gerwen hielden we onze ogen echt niet meer open!


TOT BESLUIT

Als ik onze reis in cijfers samenvat, dan ziet ’t er zo uit:  de vliegreis van Amsterdam naar Seattle was 4.916 mijl lang, met onze Jeep hebben 3.220 mijl afgelegd, en vervolgens hebben we weer heel wat mijlen in de lucht doorgebracht, tussen San Francisco en Amsterdam. Hoeveel, dat heb ik zeker weten ergens opgeschreven alleen….. ik kan die aantekening niet meer terugvinden. We hebben 2 grote steden bezocht, meer dan 10 stranden bewandeld, 34 (!) watervallen gezien, en ontelbaar veel bomen. We zijn getuige geweest van 2 huwelijksaanzoeken, hebben 4 gelukkige bruiden gezien, en we hebben zowaar zelf ook 1 keer in een honeymoonsuite overnacht. En o ja, we zijn ook nog 4 keer naar de kerk geweest. Kale rotsen waren maar karig vertegenwoordigd in deze reis, 2 rotsachtige parken is voor ons doen wel heel erg weinig!

Maar hoe hebben we dat allemaal ervaren? Dat is natuurlijk veel belangrijker dan al die cijfers, toch! Nou, onze ervaring is – zoals tijdens al onze USA-reizen – zeer positief. Voor het grootste deel, tenminste. Als we al een minpuntje moeten noemen, dan is het toch wel dat het autorijden in de staten Washington en Oregon ons minder kan bekoren dan autorijden in Utah of Arizona. En dat de kustroute, met name in het noordelijke deel van Oregon, niet aan onze verwachtingen voldeed. Maar daar staan ontzettend veel positieve ervaringen tegenover. 34 watervallen bijvoorbeeld, waaronder toppers zoals Abiqua Falls, Lemolo Falls en Toketee Falls. En de prachtige watervallen in de Columbia River Gorge, dat zijn er gewoon te veel om hier allemaal op te noemen. Andere onvergetelijke ervaringen waren onze regenachtige middag in Quinault Rain Forest, de ‘we-zijn-moe-maar-zeer-voldaan’-wandeling naar Point of the Arches op Shi Shi Beach, en de prachtige zonsondergangen in John Day Fossil Beds en bij Bandon Beach. We hebben genoten van Salt Point State Park, van Bowling Ball Beach, van de prachtige Howland Hill Road en de lange hike die we maakten in Redwood National Park. Al gaat de titel voor ‘de allermooiste boom’ toch echt naar de Giant Bigleaf Maple Tree in Olympic!

Het is weer een hele opsomming geworden, maar toch is die nog niet compleet. Want niet alleen de natuur maakte indruk op ons, ook ‘man-made’ leverde heel wat mooie plaatjes op. Zoals de Skyline van Seattle, en de prachtige City Hall en de Palace of Fine Arts in San Francisco. Ook het indrukwekkende Holocaust Memorial mag in dit rijtje niet ontbreken. Kortom, we hebben een zeer afwisselende reis achter de rug; we zijn voortdurend druk bezig geweest en hebben daardoor heel veel moois kunnen zien. Het was opnieuw een vakantie waar we veel plezier op terug kunnen kijken.

En met deze woorden is het reisverslag nu dan toch echt helemaal af!! Mooi, nu kunnen we onze energie de komende tijd gaan steken in de volgende belangrijke taak: het plannen van onze vijftiende USA-reis. Die, we kunnen het niet laten, toch weer in het zuidwesten zal gaan plaatsvinden.