Reisverslag Amerika 2012

Inleiding                                                                                               (Voor de fotopagina van deze reis kunt u hier klikken.)

April is een mooie maand om naar het zuidwesten van de USA te gaan; niet te koud, niet te warm, en meestal valt er maar nauwelijks neerslag. Behalve dan in 2010 en 2011, toen het beide keren veel kouder was dan normaal. We hebben toen zelfs te maken gehad met een aantal flinke sneeuwbuien! Vandaar dus dat we besloten om onze nieuwe reis net iets later in het jaar te plannen, 19 mei leek ons wel een  mooie vertrekdatum. Dat had als bijkomend voordeel dat de staat Colorado nu ook in beeld kwam, normaal gesproken ligt daar in de maand april nog te veel sneeuw maar de maand mei…. hmmm dat bood nieuwe perspectieven. Op 15 december werden de tickets naar Denver geboekt, bij Icelandair deze keer. En vanaf dat moment konden dus volop aan de gang met het plannen van onze dertiende rondreis door een mooi stukje Amerika.

Tijdens onze voorbereidingen stuitte Hans op een schitterende foto van de Crystal Mill nabij het bergdorpje Marble, in Colorado. Zijn fotografenhart ging onmiddellijk flink wat sneller kloppen, de Crystal Mill kwam direct prominent bovenaan op ons prioriteitenlijstje te staan. Alleen, hoe konden we er komen? De Crystal Mill ligt – zo lazen we op internet – aan een moeilijk begaanbare dirtroad die over het algemeen pas eind mei of begin juni opengaat. Het was dus twijfelachtig of dit voor ons haalbaar zou zijn. We namen contact op met het bedrijf Crystal Mill Jeep Tours; eigenaar Smitty gaf ons het advies om kort voor onze vertrekdatum te bellen, zodat we helemaal up-to-date zouden zijn aangaande de conditie van de weg. En op 14 mei, vijf dagen voor het begin van onze vakantie, kregen we het goede nieuws te horen: de weg was begaanbaar, en wij kregen de eer om op 20 mei het zomerseizoen voor de Crystal Mill Jeep Tours te openen!


DAG 1 : ZATERDAG 19 MEI : GERWEN – SCHIPHOL – IJSLAND – DENVER

Omdat onze vlucht naar IJsland pas om 2 uur ’s middags vertrok, hoefden we deze keer niet de avond van te voren al naar Schiphol te gaan. Natuurlijk rekende ik bij onze vertrektijd thuis nog wel een uurtje extra ‘voor als er een file zou staan’. Die file stond er niet, dus het was pas 10 uur toen Rob en Elina ons op Schiphol afleverden. Ach, we vermaakten ons wel een uurtje met ‘mensen kijken’ daar op Schiphol, altijd leuk!

Precies om 11 uur ging de balie van Icelandair open, de vrouw die onze boarding passes uit moest printen was blijkbaar nog niet goed wakker want ze scheurde niet – zoals de bedoeling was – twee vers geprinte boarding passes los van elkaar, nee, ze scheurde één van de passen per ongeluk doormidden! Een gescheurd exemplaar kon ze ons natuurlijk niet meegeven, er moest dus een nieuwe pas worden geprint. Helaas dacht de computer daar anders over, die weigerde pertinent om de taak ‘print boarding passes’ nog eens uit te voeren. Er werd een collega bijgehaald, en die gaf het advies om de computer opnieuw op te starten. Maar de werkweigering van het apparaat was zeer hardnekkig, ook in ‘opnieuw opstarten’ had het geen zin. We waren blij dat we dankzij onze vroege aankomst bij het inchecken helemaal vooraan in de rij stonden, we hadden nog meer dan tijd genoeg. We konden dan ook rustig toekijken hoe de medewerkster van Icelandair – zichtbaar geïrriteerd – naar een oplossing zocht. Die oplossing bleek de computer van haar collega te zijn, die was wel bereid om onze passen uit te printen.

Ons tweede korte oponthoud vond plaats bij de veiligheidscontrole. De security officer was zeer geïnteresseerd in Hans z’n fototas; het fototoestel, de lenzen en alle kleine vakjes (en dat zijn er heel wat!) werden uitgebreid bekeken. Dat ging heel gemoedelijk hoor, de dame wenste ons na afloop van de controle nog een goede reis en we konden verder lopen naar de gate. Waar we tot de ontdekking kwamen dat onze vlucht was vertraagd. Niet zo handig, want we hadden best een korte overstaptijd op IJsland.

Uiteindelijk landden we een half uurtje later dan gepland op Keflavik, de luchthaven van IJsland. We vonden het wel jammer dat die luchthaven zo dicht bij de kust lag, we hadden graag een stukje van het IJslandse landschap van bovenaf willen bekijken. Maar dat zat er dus niet in…. Bij de douane stond best een lange rij mensen, en het ging maar heel langzaam vooruit. Een medewerker van het vliegveld dirigeerde ons – na het zien van ons Nederlandse paspoort – naar een nieuwe (korte!) rij bij een hokje dat net open ging. Wat ons paspoort ermee te maken had weten we niet, maar we vonden het wel handig, uiteraard. Het was daarna nog maar een klein stukje lopen naar de gate vanwaar onze tweede vlucht zou vertrekken; en al snel mochten we aan boord gaan van de Snæfell, het toestel dat ons van IJsland naar Denver zou gaan brengen. We vroegen ons wel enigszins ongerust af of onze koffers de korte overstap ook zouden hebben gehaald. En ja hoor, onze vraag werd direct beantwoord want op het moment dat we naar het vliegtuig liepen zagen we twee mooie zwarte tassen met hun opvallende oranje band erom heen via de bagageband het bagageruim in hobbelen. Kijk, dat was toch een mooie geruststelling.

Het viel ons op dat het zo stil was in het vliegtuig. Normaal gesproken hoor je altijd mensen praten en lachen, maar deze keer hadden we uitzonderlijk stille medepassagiers. Het was trouwens sowieso wat rustiger omdat de stewards en stewardessen veel minder vaak langskomen dan hun KLM- of United Airlines-collega’s, dus dat scheelde ook. Naast mij zat een vrouw met een koptelefoon op naar het tv-schermpje in de stoel voor haar te kijken, maar – zo bleek – het geluid werkte slecht. Ze riep de hulp in van een steward en beklaagde zich er over dat ze de dialogen niet kon verstaan. Tja, net op dat moment kropen de hoofdpersonen van de film die zij aan het kijken was gezellig samen in bed voor een vurige seksscene, en was er duidelijk géén sprake meer van diepzinnige dialogen. “Oh, this I understand!”  liet mijn buurvrouw aan de steward weten. Lachen!

Zonder verdere bijzonderheden landden we omstreeks 7 uur  ’s avonds op het vliegveld van Denver. De formaliteiten daar verliepen heel vlot, dus al snel stonden we – compleet met onze netjes gearriveerde bagage – bij het autoverhuurbedrijf Dollar. Op dat moment begon de vermoeidheid toch wel flink toe te slaan, we waren immers al heel wat uren onderweg. Het was dan ook best vervelend dat we juist daar, net toen we dachten dat we de lange reis bijna achter de rug hadden, veel langer moest wachten dan we bij het binnenkomen hadden ingeschat. De medewerker van Dollar probeerde ons op een erg opdringerige en leugenachtige manier allerlei onnodige verzekeringen aan te smeren, ik kan niet anders zeggen dan dit een bijzonder onprettige ervaring was. Maar enfin, uiteindelijk stond er dan toch een mooie Jeep Grand Cherokee, met goede banden, een krik, vierwielaandrijving en maar weinig mijlen op de teller, voor ons klaar. We hebben ons maar snel over onze ergernis over de irritante medewerker van Dollar heen gezet, en zijn direct naar ons motel gereden. Even een emailtje naar het thuisfront, douchen, en daarna snel naar bed. Want daar waren we nu toch wel echt aan toe.


DAG 2 : ZONDAG 20 MEI : DENVER – RIFLE FALLS STATE PARK – CRYSTAL MILL – GLENWOOD SPRINGS

Gereden :   324 mijl

Rifle Falls

Rifle Falls

In zo’n beetje elk reisverslag schrijf ik dat we op de dag na aankomst heel erg vroeg wakker zijn. Laat ik die traditie ook nu maar in ere houden:  vanaf een uur of twee uur was er geen sprake meer van lekker slapen, maar van slapen – wakker worden – op de wekker kijken – weer inslapen – wakker worden – op de wekker kijken… en de rest kan je vast zelf wel invullen. Zo rond half 5 lukte opnieuw inslapen echt niet meer, en zijn we maar opgestaan. Even later kwamen we er ook nog eens achter dat de wekker op de motelkamer de verkeerde tijd aangaf, het was zelfs nog 20 minuten vroeger dan we dachten! Enfin, om 6 uur zaten we al in de auto, op weg naar de vlakbij gelegen Walmart. Waar we – en ook dat is traditie – onze stoelen, koelbox en andere benodigdheden kochten.

Via Interstate 70 reden we in westelijke richting door een steeds veranderend landschap. Veel bomen, uiteraard, maar zowaar ook wat rode rotsen. Die hadden we hier in Colorado nog niet verwacht. ’t Was best nog koud buiten, maar, zoals Hans zei, van die rode rotsen kreeg ie toch best al ’n warm gevoel! Ook het deel van de route dat door Glenwood Canyon liep, een kloof met prachtige gelaagde rotsen en met een rivier direct naast de weg, konden wij zeker appreciëren.

Het nadeel van onze jetlag-vertrektijd bij het motel was dat we echt nog veel te vroeg waren om al naar Marble te rijden, we wilden daarom graag even iets korts tussendoor te doen. En dat werd dus Rifle Falls State Park, we moesten er nu weliswaar een flink eind voor omrijden maar die extra mijlen wonnen we dan op onze rit van morgen deels weer terug. Rifle Falls is een heel klein park dat eigenlijk maar één bezienswaardigheid kent: drie kleine, vlak naast elkaar gelegen watervallen. Met aan de voet ervan stenen die met weelderig gras zijn begroeid, en vóór de watervallen een smal, kabbelend beekje. Watervallen, gras en beekje vormen samen een idyllisch plaatje, het was dus een hele leuke plek om onze fototoestellen in de juiste vakantiestemming te laten komen.

Marble Community Church

Marble Community Church

Tijdens het fotograferen moesten we (lees: moest ik) wel steeds de tijd goed in de gaten houden. We wilden immers niet te laat zijn voor onze afspraak met Smitty van Crystal Mill Jeep Tours. Maar ja, als Hans aan het fotograferen slaat dan schiet daar al gauw flink wat tijd in, ik moest ‘m op gegeven moment zelfs een beetje pushen: “Opschieten jij, anders hebben we geen tijd meer om nog even te picknicken….”  Toen hij dan toch uiteindelijk zijn laatste foto’s van de watervallen had gemaakt, zijn we naar de picknickplaats gelopen. Voor ons eerste French bread, smoked ham en lettuce van deze vakantie. De toiletten die bij de picknickplaats stonden waren op zich wel schoon, maar gatver….. al die vliegen en mieren daarbinnen……. Dat was even slikken en vervolgens toch maar even gaan, want ik wist natuurlijk niet wanneer ik weer ergens een toilet tegen zou komen.

Via een mooie bergroute reden we naar Marble, waar we kennis maakten met Glenn Smith (zeg maar Smitty) en zijn vrouw Patsy. En met de door Smitty gerestaureerde Willy’s Jeep van bouwjaar 1954, waarmee hij ons naar de Crystal Mill zou brengen. Het was een open Jeep, voor de zekerheid namen we een vest mee (de wind was nog wat koud) maar ook zonnebrandcrème (want de zon was ook al goed te voelen). Met een vol-verwachting-klopt-ons-hart-gevoel begonnen we aan de rit, we waren heel benieuwd wat ons te wachten stond.

Crystal Mill Road

Crystal Mill Road

Waarom Marble Marble heet werd al snel duidelijk, overal in het dorp zagen we marmeren beelden staan. Smitty vertelde ons dat die zijn gemaakt van marmer dat hier uit de bergen afkomstig is, dit gebied is een van de grootste marmer-leveranciers ter wereld. Ook het beeld van Abraham Lincoln, dat we vorig jaar tijdens ons bezoek aan Washington DC hadden gezien, is gemaakt van Marble-marmer. Net zoals het graf van de onbekende soldaat op Arlington Cemetery.

Al snel lieten we het kleine Marble achter ons, en draaiden we een dirtroad op. Nou zeg, daarvoor hadden we geen tour hoeven te boeken, die dirtroad hadden we makkelijk met onze eigen Jeep kunnen rijden. Dachten we…. Niet veel later veranderde de kwaliteit van het wegdek en daarmee ook onze gedachten….. er zaten nu zoveel gaten en er lagen zo veel flinke keien, dat zelfs de stoere Jeep van Smitty alleen nog met een slakkengangetje verder kon. Kwam Smitty daarna ook nog met een quasi nonchalante vraag: “O ja, ik moet jullie nog wel vragen of jullie  hoogtevrees hebben….”, om vervolgens meteen via een steil stukje, met een afgrond ernaast, naar beneden te rijden. “Nee hoor Smitty, we hebben geen hoogtevrees…”

Crystal Mill

Crystal Mill

Al hobbelend en al schuddend zijn we door het mooie Colorado-landschap verder gereden. We zagen diverse watervallen, met namen die niet heel erg Coloradiaans aandeden. Want zeg nou zelf, wie verwacht hier nu de Milwaukee Falls, de New York Falls of de Chicago Falls? We zagen wat afgelegen cabins staan, sommigen ervan werden zelfs nog bewoond, en we reden ook langs de restanten van een mijn die ooit had toebehoord aan The Black Widow. Met deze dame, die de mijn zo’n honderd jaar geleden van haar man had geërfd, kon je beter maar geen ruzie krijgen, zo vertelde Smitty. De beheerder van de mijn was door haar betrapt toen hij met een muilezel-karavaan de opbrengsten van de mijn probeerde weg te voeren; The Black Widow schoot eerst vier van de muilezels dood en toen dat niet afdoende bleek richtte zij het vuur op de beheerder zelf. Het kostte hem een oor en twee vingers.

Met dit soort smeuiïge verhalen als entertainment ging de rit lekker vlot, en voor we het wisten waren we ineens op de plek van bestemming aangeland. Daar was ie: de Crystal Mill! En zo’n moment is toch altijd weer even heel speciaal, als je zomaar in het echt iets voor je ziet wat je al zo vaak vanaf foto’s hebt bewonderd. Smitty zette z’n Jeep aan de kant, en gaf ons ruimschoots de gelegenheid om onze eigen foto’s te maken. Uiteraard was hij ook nu weer een gedreven geschiedenisonderwijzer, en we zullen hier netjes even laten weten wat we zoal van hem hebben opgestoken. De Crystal Mill dateert uit 1892 en bestond oorspronkelijk uit twee bouwwerken, The Power House en de Stamp Mill. Er was ook een dam over de rivier aangelegd waardoor het water de verticale schacht van The Power House werd ingesluisd. Met het water werd via een horizontaal waterrad een enorme luchtcompressor aangedreven, die diende om de naastgelegen Stamp Mill en machines in nabijgelegen mijnen van energie te voorzien. In de Stamp Mill werd het ijzererts dat in de mijnen werd gewonnen fijngestampt, dit heeft geduurd tot het jaar 1917. De Stamp Mill bestaat al lang niet meer, maar The Power House dus wel: dat is het gebouw dat op de foto’s te zien is.

Na onze fotosessie reden we nog een heel klein stukje verder, naar het spookstadje Crystal City. Waar van 1880 tot 1920 de mijnwerkers en hun families hebben gewoond. Jarenlang is het plaatsje verlaten geweest, maar geruime tijd geleden is het door vijf families weer in gebruik genomen als zomerverblijfplaats. Echt een spookstadje is het dus niet meer. Er stonden nog wel enkele verlaten, dichtgetimmerde huisjes, maar heel erg boeiend was ’t allemaal niet. We hadden hier dan ook heel wat minder tijd nodig voor onze foto’s dan bij de Crystal Mill zelf.

Lizard Lake

Lizard Lake

We hobbelden weer terug naar Marble. Onderweg kwam ons, net op een heel smal gedeelte, een tegenligger tegemoet. We moesten een stuk achteruit rijden tot aan een breder weggedeelte, ach Smitty had er duidelijk ervaring mee dus dat was geen probleem. Het was daarna wel bijzonder grappig om te zien hoe ontzettend de hoofden van de passagiers in de tegemoetkomende Jeep op en neer schudden. Het waren net van die poppetjes die men vroeger wel eens in de auto op het dashboard had staan, je weet wel, die hondjes met losse koppen die voortdurend op en neer bewegen. Uiteraard moeten wij er voor de mensen in die Jeep precies hetzelfde hebben uitgezien…. Smitty vertelde met een big smile dat hij de zitplaatsen achter in zijn Jeep de Shudderhead Seats noemde.

In Marble namen we afscheid van Smitty. We moesten hem nog beloven dat we het hem zouden laten weten als onze foto’s online stonden, en dat deden we uiteraard graag. Daarna reden we via de heerlijke mooie gladde highway 133 terug naar Glenwood Springs, onderweg maakten we nog een korte stop bij de Redstone Coke Ovens. Dat was een hele serie Charcoal Kilns (houtskoolovens), zoals we die eerder ooit in Death Valley National Park hadden gezien. Sommige van die ovens waren grotendeels vervallen, anderen waren helemaal gerestaureerd. Leuk om zo het verschil te zien.

Toen we Glenwood Springs bereikten, waren we behoorlijk gaar. Niet gek natuurlijk, na de lange reisdag van gisteren, de korte nachtrust, en met vandaag ook alweer een paar honderd mijl achter de rug. Waarvan de 8 mijlen in Smitty’s Jeep natuurlijk nog eens extra hard hadden aangetikt. We gingen naar een Chinees Restaurant, waar we kip met broccoli en rijst bestelden. En een diet Coke, natuurlijk. “Is Pepsi okay?” vroeg de serveerster. Nou ja, eigenlijk niet, maar we vermoedden dat we geen keus hadden dus zeiden we toch maar ja. Die Pepsi-vraag krijgen we trouwens wel vaker hier in Amerika, maar nog nooit is ons gevraagd of Coca Cola okay is! Vreemd, vond Hans. De verklaring was overigens heel erg simpel, Coke is de populaire benaming voor Coca Cola dus in feite vragen we ook (onbewust) echt om dát merk. En mogen ze dus niet zomaar een ander merk geven. Terwijl we op ons eten zaten te wachten, zag Hans dat andere gasten om een zakje vroegen om het restant van hun maaltijd in mee te kunnen nemen. “Hé, die mensen vragen om een Body Bag”, liet hij me weten. Meteen besefte hij dat er iets niet klopte… “nou ja, hopelijk is het eten niet zó slecht!” En nee hoor, zo slecht was het zeker niet, het was zelfs erg lekker. We hadden dan ook geen Doggy Bag nodig, want onze bordjes waren netjes leeg.

Eenmaal in ons motel heb ik gedoucht, en daarna ben ik met mijn E-reader op bed gaan liggen. Volgens mij sliep ik al voordat ik bij pagina 4 was, het kan ook pagina 3 zijn geweest! Hans hield het iets langer vol, want die kon natuurlijk niet gaan slapen voordat de eerste foto’s van ons live reisverslag online stonden.

Crystal Mill

Crystal Mill


DAG 3 : MAANDAG 21 MEI : GLENWOOD SPRINGS – SOUTH SHALE RIDGE – COLORADO NM – FRUITA

Gereden :    216 mijl
Zijn we eindelijk een keer in Colorado, en wat doen we? Ja hoor, we gaan rotsformaties opzoeken die ons vooral heel erg aan Utah en New Mexico doen denken! Het gebied dat we op het oog hadden heette de South Shale Ridge; we verlieten de Interstate bij het plaatsje De Beque, en al gauw stonden we aan het begin van de geplande dirtroad. Nou, in vergelijking met de dirtroad van gisteren, naar de Crystal Mill, leek dit meer op een heuse Interstate: breed, vlak, en met hooguit een paar kiezelstenen op het wegdek. Een makkie dus.

South Shale Ridge

South Shale Ridge

We hadden vier waypoints waarmee we de voornaamste bezienswaardigheden zouden kunnen vinden,  de eerste twee plekken lagen wat vooraan in de route, de laatste twee lagen een behoorlijk eind verder. Kort voordat we de eerste stopplaats naderden, begon het landschap wat rotsachtig en in onze ogen dus interessant te worden. Maar de hoopvolle verwachting werd zeker niet waargemaakt, de rotsformaties die we aantroffen waren in geen enkel opzicht bijzonder. Hans heeft nog wel een korte verkenningstocht ondernomen, in de hoop dat er net wat verderop wel iets moois te vinden zou zijn, maar helaas…. De tweede stopplaats lag maar een heel klein stukje verder, vanuit de auto gezien leek het daar ook niet echt geweldig dus we besloten om verder te rijden; als we op de terugweg nog inspiratie hadden konden er alsnog even uitstappen.

We reden nu weer van de rotswand weg, meer het open veld in. Het was een behoorlijk groene omgeving, en we waren dan ook niet verbaasd toen we op gegeven moment een grote kudde koeien aantroffen. We rijden tijdens onze vakanties vaak door een zogenaamde Open Range, koeien op de weg zijn voor ons dus een welbekend verschijnsel. Meestal gaan die beesten netjes aan de kant als je er stapvoets langs af rijdt. Maar deze koeien dus niet…. of, beter gezegd, Papa Stier had het nogal druk met zijn harem en het leek ons geen goed idee om hem tijdens zijn amoureuze bezigheden te storen…… En daar stonden we dus, in the middle of nowhere, en we konden geen kant meer op. Want we waren inmiddels helemaal door al die koeienbeesten omsingeld!

South Shale Ridge

South Shale Ridge

Na lang wachten zagen we eindelijk hoe de stier en de koeien langzaam aan naar de berm sjokten, en heel voorzichtig zijn we er langs af gereden. Niet veel later werd de weg over een korte afstand heel erg smal, links van ons zat een rotswand en rechts een kleine afgrond. Niks spannends, het bleef allemaal heel eenvoudig begaanbaar. Behalve dan dat net dáár een stuk of vijf koeien onze kant uitkwamen. En dat vond ik toch best wel eng, we moesten hier zo dicht langs de koeien af dat ik bang was dat er eentje paniekerig zou reageren en met de hoeven de auto zou beschadigen. De meeste ‘dit kan er allemaal fout gaan’-scenario’s die zich spontaan bij mij aandienen komen gelukkig niet uit, dus ook deze niet. De koeien liepen een beetje schrikachtig maar verder heel braaf langs onze auto af, en we konden weer verder.

Niet lang daarna bereikten we ons doel, de kleine grillige rotsformaties die daar direct naast de dirtroad liggen. ’t Was hier weliswaar mooier dan bij die eerste stopplaats, maar om nou te zeggen dat we hier in extase rond stonden te kijken, nee, dat zeker niet. Er zat weinig kleur in de rotsen, er was weinig variatie, met een beetje goede wil konden we het indelen in de categorie ‘best aardig’ maar daar hield het dan toch ook echt mee op. Je kan het uiteraard ook benoemen als “Hans en Henriëtte zijn gruwelijk verwend met al het moois dat ze al tijdens hun eerdere reizen hebben gezien, en dit is nou niet mooi genoeg meer voor ze!” Laten we het maar daarop houden.

De terugweg ging vlotter dan de heenweg, met dank aan de koeien die deze keer níet de weg versperden. We maakten nog een korte stop bij de plek die we op de heenweg hadden overgeslagen, er zat hier wel meer kleur in de rotsen maar er waren geen blikvangers die graag op de foto wilden. Deze stop heeft dan ook niet langer geduurd dan een minuut of 10. De lange rit zat er nu bijna op, sinds het moment dat we de dirtroad waren opgereden was er zo’n 3½ uur verstreken en het plaatsje De Beque begon bijna weer in zicht te komen. En toen klonk er een kort, maar wel luid en duidelijk “Pingggg….” vanuit het dashboard van de auto. Huh, wat was dat? “Volgens mij hebben we een lekke band” was Hans z’n droge commentaar. Hij zette de auto stil, stapte uit, en al snel kwam hij terug met de mededeling dat onze linker achterband wat slapper was dan de andere banden. Er zat nog wel lucht in, een stukje rijden zou zeker nog wel lukken. Ik was echt helemaal verbaasd, we hadden onderweg nog tegen elkaar gezegd dat de route zo ontzettend eenvoudig begaanbaar was. Lekke banden, zoiets verwacht je op de Smoky Mountain Road of op de Shafer Trail. Maar niet hier!

Maar de band was dus wel écht lek. We haalden nog net de parkeerplaats van een winkeltje in De Beque, maar vanaf dat moment konden we dus echt niet meer verder rijden. De winkelierster en een klant wisten ons te vertellen dat er in De Beque geen Tyre Center te vinden was, ’t was ook wel erg optimistisch van ons om zo’n vraag in een dergelijk gehucht te stellen. Hans moest dus zelf aan de slag, net zoals drie jaar geleden toen we op de Smoky Mountain Road een lekke band hadden gereden. Toen bleek het vooral erg lastig te zijn om de reserveband, die onder de auto hing, los te maken. Maar dat probleem hadden we deze keer gelukkig niet, de reserveband van onze Jeep lag netjes onder in de kofferbak en dat was toch echt heel wat makkelijker. Het karwei was dan ook zo geklaard!

Maar we hadden natuurlijk nog wél een probleem…  dit was pas dag twee van onze vakantie en uiteraard hadden we nog allerlei dirtroad-ideeën in ons hoofd voor de komende twee-en-halve week. Met meteen voor morgen al een echte klapper, de behoorlijk lastige dirtroad naar Rattlesnake Canyon. Zonder reserveband konden we deze route absoluut vergeten! We gingen daarom direct op zoek naar een Tyre Center, en dat vonden we in de plaats Grand Junction. Het was er druk zeg…. we zagen een heel stel monteurs rondlopen die allemaal druk bezig waren, en op de parkeerplaats stonden ook nog veel auto’s. O jee, dit kon best wel eens een tijdrovende kwestie gaan worden! Ook bij de balie was het druk, maar het schoot gelukkig wel goed op dus we waren toch best snel aan de beurt. De jongeman die ons te woord stond liep even mee naar buiten om de kapotte band te bekijken. Toen hij al het zand op de achterzijde van de auto zag informeerde hij heel belangstellend of dat Utah-zand was dat wij mee naar Colorado hadden genomen. Nee hoor, ook in Colorado lukt het ons om de auto smerig te krijgen! We deden de achterklep open met de bedoeling de kapotte band te laten zien, maar dat was – met een hele stapel bagage er bovenop – makkelijker gezegd dan gedaan. Geen probleem, verzekerde de Tyre Center medewerker ons, de monteur zou de tassen er straks wel even uithalen en de band bekijken. Kijk da’s nog eens service!

De reparatie zou een half uur duren, en ook dat viel ons heel erg mee. We hebben dat halve uur benut door gauw even een hapje te gaan eten, het was immers al 2 uur en onze gebruikelijke picknick was er bij ingeschoten. Vlak bij het Tyre Center zagen we een fastfood-restaurant, Sonic heette het. De deur aan de voorzijde leek toegang te geven tot een keuken, niet tot een zitgedeelte. We liepen daarom maar even om het gebouw heen, in de verwachting aan de andere zijde wel een ingang te zullen vinden. Maar nee hoor, er was niets wat daarop leek! Bleek dat je alleen aan de buitenzijde, via praatpalen, een bestelling kon plaatsen. Waarna een medewerker op roller skates je eten naar de auto of naar het terrasje kwam brengen. Dat was weer een nieuwe ervaring voor ons, eentje die nadrukkelijk het predikaat This is America! verdiende. Gelukkig konden we op het terrasje lekker in de schaduw zitten, en het broodje kip dat we via de praatpaal hadden besteld smaakte prima.

Bij het Tyre Center was onze achterband inmiddels gerepareerd en weer onder de auto gelegd. De bagage lag ook weer netjes op z’n plek, dus wij waren dik tevreden met dit bedrijf. De monteur gaf de autosleutel terug, vertelde nog even dat het lekke-band-lampje op het dashboard weliswaar nog aan was en dat dat pas na enkele mijlen weer zou resetten, en hij wenste ons een goede reis. Nu wilden we toch echt niet zonder te betalen wegrijden, dus we lieten hem netjes weten dat we nog geen rekening hadden gehad. Geen probleem, zei de monteur, de rekening gaat naar Dollar! We hadden de schade niet eens bij Dollar gemeld, dit was dan ook een onverwachte meevaller. Al waren we wel benieuwd of we – vanwege dat niet melden – van Dollar achteraf nog een rekening nagestuurd zouden krijgen.

Independence Monument

Independence Monument

Grand View

Grand View

Ik ben drie weken ouder dan Hans. En dat wordt mij elk jaar op mijn verjaardag wel even flink ingewreven…. Hans heeft dan altijd erg veel ‘medelijden’ met me omdat ik al zo oud ben! Hij had dus helemaal lol toen iemand mij vorig jaar vroeg of ik een Senior Citizen Pass wilde hebben… Deze keer was het de man die bij de ingang van Colorado National Monument het entreegeld incasseerde die diezelfde vraag stelde, maar nu was Hans het slachtoffer. Ha… gerechtigheid!

Het was erg rustig in het park, bij elk van de viewpoints stonden hooguit twee of drie auto’s en we konden dan ook overal lekker ongestoord onze foto’s maken en van het uitzicht genieten. Heel relaxed hebben we zo de complete route gereden. Wandelingen hebben we niet gemaakt. Omdat het erg warm was, en omdat we vanwege de lekke band toch wat later in het park waren aangekomen dan we van te voren hadden verwacht. De tijd vloog voorbij terwijl we zo bezig waren, en toen we zo’n beetje alle viewpoints hadden bekeken was het dan ook echt tijd om naar ons motel in Fruita te gaan.

Natuurlijk keken we daar nog even naar de weersvoorspelling voor morgen. En, wat we eigenlijk al een beetje vreesden, het zou warm gaan worden, erg warm! Vrij abrupt besloten we om onze plannen te wijzigen, we zagen het niet zitten om in die hitte de zware tocht naar Rattlesnake Canyon te ondernemen. Een prima beslissing, we stonden er allebei volledig achter.


DAG 4 : DINSDAG 22 MEI : FRUITA – SEGO CANYON – SECRET SPIRE – GREEN RIVER

Gereden :    232 mijl

Sego Canyon Petroglyph

Sego Canyon Petroglyph

Wij wonen dicht bij Eindhoven. En da’s handig, want daar vind elk jaar een Graffiti-festival plaats; we vinden het geweldig mooi om daar foto’s van te maken! Maar niet alleen de hedendaagse graffiti-artiesten kunnen er wat van, ook de Native Americans die vroeger in het zuidwesten van Amerika leefden hebben heel wat muurtekeningen gemaakt. Leuk, want nu kunnen wij ook tijdens de vakantie lekker aan de gang blijven met het fotograferen van ‘graffiti’. Voor vandaag hadden we de Sego Canyon Pictograph Panels op het oog.

Sego Canyon ligt op zo’n 25 mijl ten oosten van Green River, en is heel makkelijk te bereiken. Gewoon, lekker simpel, via een verharde weg. De Pictograph Panels staan op een van de rotswanden direct naast de weg; het zijn er drie, allemaal uit verschillende periodes. Op het eerste panel zagen we mensen (blanke mensen, volgens onze informatie), paarden, bizons en schilden staan. Helaas zijn de tekeningen later bekrast, heel erg mooi was dit panel dan ook niet meer. Maar het werd al snel beter….. op het tweede panel stonden echt hele mooie plaatjes. Dit was, zo stond er op een informatiebord te lezen, een Fremont Style Panel. Herkenbaar aan de driehoekig gevormde mensachtige figuren. Bij het derde panel werden we helemaal enthousiast, wat was dit mooi zeg! We herkenden de Barrier Style die we eerder bij The Great Gallery in Horseshoe Canyon hadden gezien, dit soort mummie-achtige figuren vinden we echt prachtig om te bekijken.

Natuurlijk hebben we ons niet alleen beperkt tot de bekende panels, ook aan de overkant van de weg bleken allerlei tekeningen op de rotswand te staan. Wel beschadigd, helaas, er was overheen gekladderd en er zaten ook kogelgaten in. Maar toch was het ook hier echt genieten, het is gewoon hartstikke leuk om zo langs die wanden af te lopen en steeds nieuwe plaatjes te ontdekken. We zijn nog een stukje een wat smallere canyon in gelopen, maar daar vonden we niets meer. Tijd dus om terug te gaan naar de auto, en nog wat verder Sego Canyon in te rijden.

Kort voorbij de Pictograph Panels liggen de restanten van het mijnwerkersplaatsje Sego. Op internet hadden we foto’s gezien van één aardig uitziend gebouw, de rest van deze ghost town leek niet echt de moeite waard te zijn. En we hadden ook nog een meer recente foto gezien van datzelfde gebouw, maar nu helemaal ingestort. We wisten dus al bij voorbaat dat Sego ghost town niet heel boeiend zou zijn, en dat bleek helemaal te kloppen. Toch vonden we het leuk om er even wat rond te lopen, en daarna nog wat verder de groen begroeide canyon in te rijden. Er was niets speciaals te zien onderweg, na een poosje besloten we dan ook om weer om te keren.

Sego Canyon

Sego Canyon

Sego Canyon

Sego Canyon

Sego Canyon

Sego Canyon

Ons tweede doel van vandaag was Secret Spire, een grote, eenzame rotspilaar. Maar omdat we vanmorgen al heel vroeg uit Fruita waren vertrokken (dat krijg je als je allebei al om half 5 klaarwakker bent!) hadden we tjid genoeg om daarvoor nog iets anders te ondernemen. We kozen voor de korte hike naar Funnel Arch, in Moab. Terwijl we naar Moab reden kreeg Hans flink last van de keelpijn die hem al een paar dagen parten speelde. En tegelijkertijd kreeg hij heel veel zin in zo’n lekker koud softijsje van de McDonalds. We zijn dus maar rechtstreeks naar de Mac gereden, waar we vervolgens te horen kregen dat de ijsmachine stuk was. Balen….. In de CityMarket hebben we daarna keelpastilles en hoestdrank gekocht, zodat we in elk geval steeds iets voorhanden zouden hebben als de keelpijn weer op zou spelen.

Snake in Mouth Pictograph

Snake in Mouth Pictograph

Intestine Man Pictograph

Intestine Man Pictograph

Daarna zijn we dus naar de trailhead voor Funnel Arch gereden. Het was bloedheet, de temperatuurmeter in de auto wees 37° Celcius aan en da’s niet echt een lekkere temperatuur om te gaan hiken. En toen bleek ook nog eens dat de trail voor mij te moeilijk was, we zouden omhoog moeten klimmen via een erg steile helling en dat durfde ik niet aan. Jammer maar helaas, dit avontuur ging niet door.

Toen we bij de auto terugkwamen hadden we de GPS nog bij ons. Maar toen we weg wilden rijden, konden we dat ding nergens meer vinden. Wat stom, we wisten zeker dat het apparaat in of vlak bij de auto moest zijn, maar hoe we ook zochten – in alle vakjes, onder de stoelen, naast en onder de auto zelf – géén GPS te zien! Uiteindelijk bleek het heel ver onder een stoel terecht te zijn gekomen, pas bij de derde keer kijken vonden we ‘m. En da’s niet leuk hoor, als je zo in de hitte een dergelijke zoektocht moet ondernemen. Maar uiteindelijk waren we toch weer blij dat we mét GPS verder konden, dat ding is echt onmisbaar voor ons.

Sego Canyon Petroglyph

Sego Canyon Petroglyph

Na een picknickpauze – in de schaduw, uiteraard – was het alweer tijd om Moab te verlaten. Dit moet toch echt wel zo’n beetje het kortste bezoek zijn geweest dat iemand ooit aan deze plaats heeft gebracht!! We reden naar highway 191, de weg die richting Canyonlands National Park gaat. Daar staan, direct naast de weg, enkele pictographs en petroglyphs op de rotswand. Niet heel spannend, maar als je er maar een paar meter voor hoeft te lopen dan is het zonde om het over te slaan, toch. Er stonden schapen in de wand gekrast, schapen met een bijna vierkant lijf met enigszins afgeronde hoeken. Wat iemand ooit op het idee heeft gebracht om deze petroglyphs TV-Sheep te noemen! Ook bij de Intestine Man was het volkomen duidelijk waaraan de naamgever heeft gedacht toen hij deze pictograph voor het eerst zag, het lijkt net of iemand een mannetje met ingewanden heeft getekend.

Eigenlijk waren we meer geïnteresseerd in de Snake in Mouth Pictograph Panel aan de overkant van de weg, alleen zouden we er wel flink wat meer moeite voor moeten doen om daar te kunnen komen. Want Snake in Mouth ligt ergens hoog op de rotswand in een alcove, er zou dus geklommen moeten worden. En het was er ondertussen echt niet koeler op geworden. Enfin, jullie voelen ‘m vast al wel aankomen, ik ben lekker beneden in de schaduw blijven zitten en Hans is alleen op pad gegaan. Om vervolgens veel langer weg te blijven dan we van te voren  hadden ingeschat…. van beneden uit was het niet altijd goed te zien hoe hij het beste naar boven kon klimmen, hij heeft dus verschillende routes uit moeten proberen voordat hij er uiteindelijk in slaagde om dicht genoeg bij de pictograph te komen. Wat een werk voor één foto! Maar, eerlijk is eerlijk, Snake in Mouth is een erg mooie pictograph en Hans was bijzonder content met het resultaat van zijn inspanningen.

Ondertussen was het toch echt wel tijd geworden om naar Secret Spire te rijden. Met dank aan onze onmisbare GPS was de juiste plek, ergens ver in het eenzame achterland, makkelijk te vinden. We parkeerden de auto op een slickrockplateau, troffen alle ‘we-gaan-hiken’-voorbereidingen, en daarna konden we op pad. Vanaf de parkeerplaats was Secret Spire nog niet te zien, maar al na een klein stukje lopen kwam de rotspilaar in beeld. Gek eigenlijk, één rots die daar helemaal in z’n eentje de erosie heeft weerstaan. Maar wel erg mooi om te zien, wij hebben er uiteraard ruimschoots de tijd voor genomen om Secret Spire te bewonderen en te fotograferen. ’t Was nog steeds flink warm, maar doordat er wat wind was opgestoken was het wel draaglijk. Al moest ik, als direct gevolg van diezelfde wind, nog even een klein maar erg warm sprintje trekken om mijn pet – die ineens van m’n hoofd afvloog – weer terug te krijgen. We hadden verwacht dat we tijdens deze trip geen andere mensen tegen zouden komen. Maar terwijl wij daar bij Secret Spire stonden kwamen er, onafhankelijk van elkaar, nog twee andere koppels aangelopen. Het was dan ook heel wat ‘drukker’ hier dan we vooraf hadden ingeschat.

We besloten om in Green River te gaan overnachten. Niet omdat dat een aantrekkelijke overnachtingsplaats is, integendeel zelfs, maar het lag wel veel gunstiger ten opzichte van onze morgenochtend-bestemming dan Moab. En nu maar hopen dat Hans zich fit genoeg zou voelen, de keelpastilles en hoestdrank waren deze avond even nét zo onmisbaar als onze GPS!

Secret Spire

Secret Spire

Secret Spire

Secret Spire


DAG 5 : WOENSDAG 23 MEI : CRACK CANYON – LITTLE WILD HORSE CANYON – BLACK DRAGON- HEAD OF SINBAD – WELLINGTON

Gereden :    239 mijl
En gelukkig, na een goede nachtrust was hij weer helemaal fris en fruitig, en de inspiratie om naar Crack Canyon te gaan was volop aanwezig. Omdat het ook vandaag erg heet zou gaan worden zijn we vroeg op pad gegaan, om half 7 zaten we al in de auto en een klein uurtje later arriveerden we in opperbeste stemming bij de trailhead voor Crack Canyon. Want jee, wat is Utah toch mooi zeg. Iemand heeft ons ooit gevraagd of het niet went, steeds diezelfde landschappen. Ja, het went wel…. het is tijdens onze dertiende Amerika-reis natuurlijk wel veel ‘gewoner’ om hier rond te rijden dan dat het twintig jaar geleden was, toen we hier voor het eerst kwamen. Maar het verveelt echt nooit, we blijven er volop van genieten. Vandaar dus die opperbeste stemming, veroorzaakt door al dat moois dat we zo vroeg in de ochtend al voorbij hadden zien komen!

Volgens mij was het tweetal dat in een tentje op de parkeerplaats bij de trailhead nog lag te slapen minder blij met ons vroege tijdstip, de komst van onze auto maakte ze wakker. Echt charmant zag het er niet uit hoor, twee kerels met flodderige pyjama’s en verwarde haren die wazig kijkend hun tent uit kwamen kruipen. Maar ze hadden niet lang last van ons, want wij zijn uiteraard meteen op pad gegaan. Na ongeveer 20 minuten lopen bereikten we het begin van de canyon, we moesten daar in drie etappes een klein beetje omlaag klauteren, en dat ging heel eenvoudig. Behalve dan het laatste stukje, beneden ons zagen we een flinke plas water staan waar we in terecht zouden komen als we hier omlaag zouden gaan…. En nee, daar hadden we niet op gerekend, we hadden geen sandalen bij ons. Gelukkig zag Hans een andere mogelijkheid, even aan de rechterkant weer omhoog klimmen en daarna net voorbij de plas water weer afdalen…. het was prima te doen allemaal.

Crack Canyon

Crack Canyon

Crack Canyon

Crack Canyon

Crack Canyon is een kloof die drie hele smalle gedeeltes heeft, daar tussenin is het wat breder. We bereikten nu al snel het eerste smalle stuk, dat wordt wel eens vergeleken met The Subway in Zion National Park. Nu vonden we dat een beetje te veel eer voor Crack Canyon, we hebben The Subway nooit zelf gedaan maar afgaande op de foto’s die we ervan hebben gezien is ’t toch echt wel meer indrukwekkend dan dit hele korte stukje Crack Canyon. Onze omschrijving klopte precies, na ‘the Subway’ kwam er een wat breder gedeelte en daar voorbij zagen we het tweede stukje slotcanyon al voor ons verschijnen. ’t Zag er veelbelovend uit, echt iets voor ons! Maar voordat we dat smalle gedeelte zouden kunnen gaan verkennen moesten we eerst nog een kleine hindernis overwinnen,  een afdaling die The Slide wordt genoemd. Volgens mijn informatie ziet die afdaling er lastiger uit dan dat ie daadwerkelijk is, je kan hier makkelijk omlaag en omhoog klimmen, zo stond er geschreven. Niets om me zorgen over te maken, dus.

Uhhh…… hoezo makkelijk??? Zelfs Hans stond heel zorgelijk naar de steile rotsglijbaan te kijken, waarover we ons zonder enige houvast naar beneden zouden moeten laten glijden. Nét te diep om het zomaar even te kunnen doen….  We hadden de indruk dat hier ooit een hulpmiddel heeft gestaan, een tak of een stapel stenen, om de afstand wat kleiner te maken. Wat hebben we lang staan twijfelen, daarboven. Zoekend naar manieren om hier naar beneden te kunnen. En, nog belangrijker, tegelijkertijd al vooruit denkend…. als we er al in zouden slagen om naar beneden te glijden, hoe zouden we dan straks weer boven kunnen komen?? Uiteindelijk was er maar één zinnige beslissing mogelijk: omdraaien! Wat ongelooflijk jammer was dit, het was echt een geval van nét niet…. het is dan zo verleidelijk om het toch te gaan proberen. Natuurlijk hebben we nog wel een foto gemaakt van het voor ons onbereikbare slotcanyongedeelte, zodat we hier in ons reisverslag wel kunnen laten zien wat we hebben gemist!

We hadden nu zomaar ineens wat tijd over. En op ons ‘dit kunnen we gaan doen als we tijd over hebben’-lijstje stond – met stip – de prachtige Little Wild Horse Canyon. Die hadden we in 2006 al eens bezocht, en we wilden dat bezoek allebei heel graag nog eens overdoen. Terwijl we van Crack Canyon naar Little Wild Horse reden heb zijn we nog even gestopt bij een grote picknickplaats die we langs de route tegenkwamen. Er stond een informatiebord, waarop we een foto zagen van de erg mooie South Temple Wash Pictograph. Helaas stond er niet bij waar die te vinden zou zijn, jammer want we zouden echt heel graag een foto van deze rotstekening aan onze verzameling toe willen voegen. Maar ja, zonder routebeschrijving vind je ‘m natuurlijk nooit. Of toch wel…… Hans kijkt zelfs tijdens het autorijden intensief naar de omgeving en zomaar ineens stuurde hij de auto abrupt van de weg af, een kleine zandvlakte op. Want daar zat ie, op de rotswand naast het zand, …. de South Temple Wash Pictograph. Super leuk!!

South Temple Wash Pictograph

South Temple Wash Pictograph

Little Wild Horse Canyon

Little Wild Horse Canyon

Even later stonden we bij de trailhead van Little Wild Horse Canyon. Wat was het daar druk zeg…. de parkeerplaats stond helemaal vol, het is wel duidelijk dat deze bestemming tijdens de laatste jaren flink aan populariteit heeft gewonnen. Gelukkig konden we de auto wel kwijt op de overflow-parking. Tijdens de hike merkten we trouwens niet veel van de drukte, we kwamen zo en nu wel andere mensen tegen maar minder dan we – op grond van het aantal auto’s – hadden verwacht. Net zoals zes jaar geleden genoten we weer volop van de wandeling door de canyon, we waren blij dat we hiervoor gekozen hadden.

Ontaarde ouders zijn we, Hans en ik. Want welke liefhebbende pappie en mammie vertrekken er nu nét een paar dagen voordat hun allerliefste dochter jarig is naar het verre Amerika? Om het een klein beetje goed te maken hebben we onze satelliettelefoon tevoorschijn gehaald zodat we haar hier, vanaf de parkeerplaats bij Little Wild Horse Canyon, konden feliciteren. Eerst mocht Hans….. helaas klaagde Melanie dat de verbinding erg slecht was, ze kon hem maar nauwelijks verstaan. Daarna probeerde ik het en hé, ik kwam wel luid en duidelijk over! Tja, bleek dat het toch vooral aan Hans z’n keel lag, al dat hoesten en kuchen van de laatste dagen had zijn stem er niet duidelijker op gemaakt!

We reden terug naar Interstate 70, dicht bij die snelweg liggen twee interessante pictograph panels. Als eerste gingen we op zoek naar de Black Dragon Wash. Het begin van de route was heel makkelijk te vinden, alleen bleek al snel dat er meerdere paden lagen en we wisten niet welke we moesten hebben. Maar hulp was nabij, we zagen twee stoere quads met daarbij twee wat minder stoer uitziende Senior Citizens, we hebben aan hen gevraagd of ze wisten hoe we bij de Black Dragon Pictograph Panel konden komen. De vrouw keek heel zorgelijk, ze wist waar we moesten zijn maar ze vroeg zich af of onze auto wel geschikt zou zijn voor deze route. Ze was zelf vandaag in die omgeving nog onderuit gegaan met haar quad, het was behoorlijk ruig daar. Het echtpaar vond het helemaal geweldig dat wij vanuit het verre Nederland helemaal naar hier waren gekomen om mooie plekjes in Utah te bekijken; ze probeerden ons de Black Dragon Pictograph uit het hoofd te praten (want die zou helemaal niet zo mooi zijn) en bedolven ons met groot enthousiasme onder allerlei goed bedoelde tips. We kregen niet echt de kans om te zeggen dat we de meeste van die plekken al kenden, we hebben eerlijk gezegd een beetje ‘dank je wel voor al deze mooie tips’-toneel gespeeld omdat we hen niet teleur wilden stellen.

Little Wild Horse Canyon

Little Wild Horse Canyon

Black Dragon (Black Dragon Wash)

Black Dragon (Black Dragon Wash)

We zijn, heel eigenwijs, toch zelf maar eens gaan bekijken of de weg naar de Black Dragon Wash echt wel zo slecht was. En of de Pictograph Panel inderdaad niet de moeite waard zou zijn. Wat de weg betreft: we konden gewoon zoals verwacht behoorlijk ver doorrijden. Toen werd de weg abrupt erg veel slechter, en moesten we dus te voet verder. De Black Dragon Wash is een mooie, brede, bochtige canyon. En na zo’n 10 minuten lopen ongeveer zagen we de pictographs al verschijnen. Black Dragon is – de naam zegt ’t al – een soort van draak die daar op de rotswand is geschilderd. Alleen is ie niet zwart, maar donkerrood. Ze hadden hem dus beter Red Dragon kunnen noemen. De rotstekening was wel vervaagd en daardoor net wat minder indrukwekkend dan dat ie misschien wel ooit is geweest. Het schijnt dat de witte rand rondom de vleugel niet origineel is, die is er later (helaas) door iemand bijgetekend om het figuur wat duidelijker te maken. Maar toch, deze vakantie stond in het teken van de pictographs en dus mocht Black Dragon zeker niet ontbreken! Behalve de draak vonden we ook nog een hond, diverse mensachtige figuren en allerlei kleine tekens. Genoeg te zien dus, daar.

De Head of Sinbad Pictograph Panel ligt hemelsbreed niet zo heel ver van Black Dragon vandaan. Maar je wilt niet weten hoe ver je er voor moet rijden om er te komen, de route kringelt via een enorme omweg door het achterland heen. Een moment tijdens de lange rit is ons heel speciaal bijgebleven. Ergens rechts van ons in het veld zagen we een pronghorn (een soort antilope) met grote snelheid op ons afrennen, het beest vloog over de weg heen en racete links van ons weg….. Allebei zochten we naar de coyote die – zo dachten we – er achteraan zou komen. Maar nee hoor, het was alleen die pronghorn, hij werd niet achterna gezeten. Even later reden we via een heel smal tunneltje onder Interstate 70 door, daarna moesten we nog een heel zanderig stukje overwinnen voordat we dan toch eindelijk ons doel bereikten. Head of Sinbad is wat ons betreft zeker een aanrader voor liefhebbers van rotstekeningen, de afbeelding is nergens vervaagd, bekrast of anderszins beschadigd. Echt een prachtig exemplaar, dus, met ook nog eens fotogeniek boompje ervoor om het plaatje compleet te maken. Volgens onze informatie zouden zowel links als rechts van de belangrijkste pictograph nog meer tekeningen staan; de tekeningen links waren zonder enige moeite te vinden maar rechts…. we hebben de hele rotswand van boven tot onder afgespeurd maar nee hoor, geen pictograph meer te zien! Als uitsmijter zijn we nog wel even naar Dutchman Arch gereden, een kleine natuurlijke rotsboog die, ja hoor!, vernoemd is naar een Nederlander.

Eigenlijk zou het nu een mooie tijd zijn geweest om eens een motel op te gaan zoeken. Maar nee, wij kozen ervoor om zelfs na deze lange dag ook nog eens een flink stuk afstand te gaan overbruggen. Rond 7 uur ’s avonds kwamen we aan in het kleine plaatsje Wellington, waar we een eenvoudig motel en een al even eenvoudig restaurant vonden. De belangrijkste menu-keuze bestond uit ‘een burger’ of een ‘double burger’, wij zijn wijselijk voor de kleine versie gegaan. Terug op onze motelkamer hadden we nog één belangrijke taak te verrichten:  we vreesden dat het tijdens Memorial Day Weekend wel eens lastig zou kunnen worden om overnachtingsplekken te vinden, dus – geheel tegen onze gewoonte in – zijn we op zoek gegaan naar mogelijkheden op alvast online reserveringen te maken. En dat bleek inderdaad niet mee te vallen, pas na lang zoeken vonden we voor vrijdagavond nog 1 kamer in Kanab, en voor zaterdag nog 1 in Panguitch. Dat was niet helemaal wat we in gedachten hadden, maar vooruit, het gaf toch wel wat rust om te weten dat de slaapplaatsen voor beide avonden verzekerd waren.

Head of Sinbad Pictograph

Head of Sinbad Pictograph

Dutchman Arch

Dutchman Arch


DAG 6 : DONDERDAG 24 MEI : WELLINGTON – NINE MILE CANYON – ROCHESTER PANEL – MARYSVALE

Pig Rock

Pig Rock

Gereden : 285 mijl
Vorig jaar hebben we de Montezuma Creek Trail gereden, een route via een lange, onverharde weg met daaraan allerlei kleine bezienswaardigheden. Pictographs, rotswoningen en dat soort dingen. Het was geen spectaculaire rit, maar niet alles kan een hoogtepunt zijn en we vinden het juist heel leuk om er ook zo’n relaxed dagje tussen te hebben. Wij verwachtten dat de rit door de bijna 50 mijl (!) lange Nine Mile Canyon net zoiets zou zijn. Boy, were we wrong!!

In het begin ging alles nog goed. Een beetje saai (want tijdens de eerste 20 mijlen is er nog niet veel te zien), maar dat wisten we vooraf dus dat was geen probleem. Zoals verwacht was het heel rustig onderweg, en we hadden volop zin in de petroglyphs die nu toch snel te vinden zouden moeten zijn. Maar ineens, abrupt, was het afgelopen met de rust. Want voor ons zagen we plotseling bulldozers, graafmachines en zware vrachtwagens op de weg. Zelfs het ‘mannetje-met-stopbord’ ontbrak niet.
We vermoedden dat een wash out de oorzaak van al deze bedrijvigheid was geweest, ze waren nu blijkbaar bezig om de schade aan de weg te repareren. Na een kort oponthoud mochten we tussen het werkverkeer door manoeuvreren, en konden we verder met onze petroglyph-zoektocht.

Al snel stuitten we op nieuwe werkzaamheden, echt lekker schoot het niet op zo. Maar toen we ook die voorbij waren leek het leed geleden te zijn, we konden een heel stuk doorrijden. En zo’n 26 mijl nadat we aan de route waren begonnen kwamen we dan toch eindelijk de eerste petroglyphs tegen. Er stonden vooral dieren en mensen afgebeeld, de meeste figuren waren vrij klein. Leuk, maar minder mooi dan de petroglyphs en pictographs die we tijdens deze reis al eerder hadden gezien. Het tweede petroglyph-panel bood meer van hetzelfde. We kregen er hier wel een grappige balanced rock bij cadeau, die rots zou op tekenfilmfiguur Porky Pig lijken en wordt daarom Pig Rock genoemd.

The Great Hunt Panel

The Great Hunt Panel

Voorbij het tweede petroglyph-panel ging het opnieuw mis. Want we kwamen weer wegwerkzaamheden tegen, een daarna weer…. en ook daarna hield het niet op. Blijkbaar wordt de hele route geasfalteerd, op sommige plekken lag er al gloednieuw asfalt in plaats van gravel. Onze routebeschrijving werd er flink door in de war gegooid, want aanwijzingen zoals “het volgende panel ligt net voorbij een cattle guard” bleken niet meer te kloppen. Een van mooiste serie petroglyphs stond op een rotswand die direct aan de weg grensde, precies in een onoverzichtelijke bocht. En nee, het is niet leuk om petroglyphs te fotograferen en tegelijkertijd links en rechts te moeten kijken of er niet wéér een grote asfaltauto voorbij komt denderen…… Onze stemming daalde naar het nulpunt, als we dit van te voren hadden geweten zouden we Nine Mile Canyon echt links hebben laten liggen. Maar ja, we waren nu al zo ver, omdraaien had geen zin. We konden beter het laatste stuk ook nog doen en dan aan de noordzijde, nabij de plaats Myton, de canyon weer verlaten.

Het bekendste petroglyph panel van Nine Mile Canyon ligt helemaal achterin de route, in een zijcanyon. De naam van dit panel is The Great Hunt, en het is waarschijnlijk gemaakt ergens in de 11e of 12e eeuw. Onder normale omstandigheden zouden we zeker van dit stukje rock art hebben genoten, maar – om maar eens een modewoord van stal te halen – het momentum ontbrak. Het zat er gewoon niet in voor ons, deze dag. En tot overmaat van ramp ontdekte ik nu ook nog eens dat ik me niet goed had ingelezen voordat we aan deze rit waren begonnen. Ik dacht dat we vanaf deze plek, helemaal aan het eind van de route, door zouden kunnen steken naar de noordelijk gelegen stad Myton. Maar dat was dus niet zo, om Myton te kunnen bereiken moesten we eerst heel ver terugrijden, tot halverwege Nine Mile Canyon ongeveer, waar we dan via een zijcanyon weer naar het noorden zouden kunnen rijden. De beste keuze bleek uiteindelijk: via dezelfde weg waarover we waren gekomen terugrijden naar Wellington! En daar waren wij, zacht gezegd, helemaal niet blij mee…..

Het was ongeveer 2 uur ’s middags toen we de bewoonde wereld weer bereikten. Bij gebrek aan betere ideeën besloten we maar een stuk afstand te gaan overbruggen, zodat we morgen wat minder ver zouden hoeven te rijden. Tijdens onze rit kwamen we in de buurt van een petroglyph panel dat als reserve in mijn roadbook stond genoteerd, het Rochester Rock Art Panel. We hadden nu zowat de hele dag in de auto gezeten, dus het idee van een korte hike stond ons wel aan. En aldus promoveerde de Rochester Rock Art Panel van reserve naar dit-gaan-we-doen. Vanaf de parkeerplaats was het een kwartiertje lopen ongeveer tot aan de plek waar de rotstekeningen stonden. Het was een erg druk rock art panel, met ontzettend veel details. Fijn dat we ons nu wél echt in de ongerepte rotsnatuur bevonden. En erg leuk om al die verschillende figuren te bekijken, zoals de krokodil en de dirigent. Dit maakte onze dag toch weer een beetje goed.

The Rochester Rock Art Panel (San Rafael Swell)

The Rochester Rock Art Panel (San Rafael Swell)

Na deze korte hike zijn we opnieuw in de auto gestapt voor de laatste rit van deze dag, we zijn nog zo’n anderhalf uur doorgereden tot aan het plaatsje Marysvale. Vooral het laatste stuk van de route was erg mooi, dit noordelijke stukje van State Route 89 loopt langs een rivier, en onderweg zagen we op diverse plaatsen prachtige pinnacles staan. Langs de hele route was een fietspad aangelegd, zoiets zien we niet vaak in Amerika. Hier zou ik best wel een stukje willen fietsen hoor! Het was al best laat toen we in Marysvale arriveerden, en tot onze grote schrik was één van de twee motels die we zagen helemaal leeg en verlaten, terwijl bij het andere een bordje met No Vacancy stond. De enige keuze leek nu nog een Bed and Breakfast te zijn, en zo van de buitenzijde af gezien leek die erg duur te zijn. We zijn toch maar eens gaan informeren en wat bleek…. de prijs viel reuze mee. Voor $ 92,65 hebben we overnacht in een prachtige cabin van Moores Old Pine Inn, compleet met tv en internet. Ik heb er heerlijk buiten op de veranda zitten lezen, dit was echt genieten hoor. ’t Was haast jammer dat we hier morgenvroeg alweer weg moesten, hier had ik best nog langer willen blijven!


DAG 7 : VRIJDAG 25 MEI : MARYSVALE – BULLION FALLS – LOSEE CANYON – RED HOLLOW CANYON – KANAB

Gereden :  143 mijl

Bullion Falls

Bullion Falls

De eigenaresse van Moore’s Old Pine Inn, Katie Moore, nam afscheid van me met een heuse hug. Nou, dit was me tijdens onze twaalf eerdere Amerika-reizen nog nooit overkomen, dus ik had die omhelzing echt even niet aan zien komen. Ik hoop maar dat ik niet al te stuntelig heb terug gehugt.

Vlak bij Marysvale ligt een prachtige waterval, Bullion Falls genaamd. En die waterval was de reden dat we voor Marysvale als overnachtingsplaats hadden gekozen, we hoefden nu maar zo’n zes mijl te rijden tot aan de trailhead. De aanrijroute bracht ons door een mooi bosgebied, de weg was onverhard en onze high clearance was harder nodig dan we vooraf hadden verwacht. Ik was blij toen we met vier niet-lekke autobanden de kleine parkeerplaats bij een bruggetje bereikten.

Een mijl lopen is niet ver. Maar een mijl klimmen, da’s wat anders! Het pad dat naar Bullion Falls gaat stijgt vrijwel voortdurend, op sommige plekken nog best steil ook. Als we een ATV hadden gehad, dan hadden we nog een heel stuk gemotoriseerd omhoog gekund. Maar ja, we hadden geen ATV dus het waren onze beenspieren die het zware werk moesten doen. Tijdens het laatste stuk van de trail werd het pad veel smaller, hier zou ook een ATV niet meer van pas zijn gekomen. Maar we hoorden de waterval al, dat gaf de burger moed. Via een onduidelijk zijpad konden we, met een beetje klim- en klauterwerk tussen de bomen en struiken door, bij het uitkijkpunt komen. En toen hadden we Bullion Falls dan ook echt in volle glorie voor ons liggen. En wauw, wat was ie mooi! De rotsen, het vele groen, en natuurlijk de 23 meter hoge waterval zelf, we vonden het echt een bijzonder fotogeniek plaatje. Terwijl Hans aan ’t fotograferen was, heb ik een tijd lang heerlijk zitten te genieten van deze mooie plek. Fotograaf Hans was blij dat we al zo vroeg in de ochtend hier naar toe waren gegaan, even later en de waterval zou deels in de zon hebben gestaan. En dan was fotograferen wel heel lastig geweest.

Op de terugweg zagen we een stel met een klein kind voor ons lopen, toen we ze even later inhaalden hebben we nog even met ze staan praten. Ze waren ook op weg geweest naar Bullion Falls, maar de hike omhoog was met een kind van een jaar of twee op pa z’n schouders toch wel erg zwaar. En omdat ze niet goed wisten hoe ver het nog was, waren ze maar weer omgedraaid. Jammer zeg, ze waren al best dichtbij geweest. De vrouw vroeg of ze onze foto’s mocht zien, ze baalde zichtbaar toen ze zag wat ze gemist hadden.

We besloten om vanaf de parkeerplaats nog een klein stukje verder de Tushar Mountains in te rijden, naar het vlakbij gelegen Miners Park. Dat bleek dus een soort van mini openluchtmuseum te zijn, waar oude mijnwerksspullen zijn tentoongesteld. Een mijngang, een waterput, gereedschappen… Door het raam heen konden we het interieur van een oude cabin fotograferen, altijd leuk om zoiets te zien. Ook de wc was wel interessant…. in de plank waarop de mijnwerkers konden gaan zitten zat niet één gat, er waren er wel twee. Konden die mannen vroeger gezellig samen naar de plee! Rondom het Miners Camp vonden we nog wat oude gebouwen, bij één ervan zijn we nog een stuk omhoog geklommen omdat aan de achterzijde de restanten van een hoog gelegen spoorbaantje – dat zo het gebouw in liep – te zien waren.

Het was nog steeds lekker vroeg toen we de omgeving van Marysvale verlieten, tijd genoeg dus om nog meer te gaan ondernemen. Na een uur rijden ongeveer stonden we alweer bij een trailhead, in Losee Canyon deze keer. Die canyon ligt vrij dicht bij Bryce Canyon National Park, en dat was ook heel goed te zien. We liepen via een smal pad tussen de geelbruine hoodoos door, kleine groene bomen zorgden voor een mooi contrast. Dit was echt een leuke hike hoor, we waanden ons al een beetje in Bryce Canyon maar dan zonder de hele hordes toeristen die je daar altijd aantreft. We zagen diverse kleine arches onderweg, Losee Arch was erg mooi en ook de reeks direct naast elkaar gelegen arches die even verderop lag kon ons zeker bekoren. Er waren wat hoogteverschillen en op één plek was het pad helemaal weggespoeld en moest er even wat acrobatisch worden gedaan, maar ondanks dat valt deze trail toch echt in de categorie heel eenvoudig. Een prima tussendoortje dus voor wie even een uurtje over heeft!

Miners Park

Miners Park

Miners Park

Miners Park

De derde trail die we voor vandaag in gedachten hadden was die naar de Red Canyon Slot, een smalle kloof dicht bij de plaats Kanab. Maar ’t waaide vreselijk hard deze middag; iedereen die ooit in de lente naar het zuidwesten van de USA is geweest kent het verschijnsel. En tja, om bij Red Canyon Slot te komen zouden eerst we een behoorlijk eind door een zandduinengebied moeten lopen. En dat zagen we dus even niet zitten, een zanderige omgeving combineert nu eenmaal niet lekker met harde wind. Gelukkig bood mijn reservelijstje opnieuw uitkomst,  bij de plaats Orderville ligt een andere slotcanyon die we zouden kunnen bereiken zonder eerst gezandstraald te worden.

Red Hollow

Red Hollow

Red Hollow

Red Hollow

Red Hollow

Red Hollow

Vanaf de parkeerplaats liepen we een brede canyon in. De rotswanden waren opvallend gelaagd, het leek wel of er talloze dunne rotsplaten op elkaar waren gestapeld. Op de rotswand groeiden overal boompjes en struiken, en dat combineerde erg mooi met de verschillende tinten rood, wit en geel van de rotswand zelf. Dus al voordat we Red Hollow Slot Canyon bereikten hadden we onze dagelijkse portie ‘mooie rotsen’ alweer ruimschoots binnen. De slotcanyon zelf was vrij kort, als je een beetje vlot doorloopt ben je in een paar minuten bij het einde. Maar wij liepen uiteraard niet snel door, want er moesten foto’s worden gemaakt. En er moest geklommen worden, in de slotcanyon bleken drie chokestones te liggen, dat zijn grote rotsblokken die tussen de wanden ingeklemd zitten. Voor Hans was ’t geen enkel probleem om er overheen te klimmen, maar ik had nét even zijn helpende hand nodig om deze hindernissen te overwinnen. ’t Maakte de korte wandeling door de canyon alleen maar leuker, zo’n klimpartijtje hier en daar.

Volgens onze informatie bestond Red Hollow uit twee gedeeltes, een linkertak en een rechtertak. De linkertak, die we als eerste hadden gedaan, was ons prima bevallen. Maar de rechtertak bleek tegen te vallen, de rotswanden stonden hier aan de onderzijde weliswaar vrij dicht op elkaar maar bovenaan werd het heel breed, het was dan ook zeker geen slotcanyon. Ach, we hadden ook wel genoeg gelopen vandaag, we besloten om naar de auto terug te gaan. Op naar Kanab, waar ons bedje al gespreid stond. We hadden immers een paar dagen geleden, vanuit Wellington, al een kamer gereserveerd in de Redrock Country Inn. De man daar achter de balie vertelde ons dat we voor een pet-room hadden gekozen, een kamer waar ook huisdieren welkom zijn. Huh, wij wisten van niets…. Nu had ik natuurlijk héél erg graag Tara en Dexter mee op vakantie genomen (onze Tara had zelfs nog een serieuze poging gedaan om als verstekeling in de reistas mee te kunnen), maar uiteindelijk hebben we ze toch maar thuis gelaten. Maar ’t was wel pet hoor, om een pet-room te hebben maar geen katten om te aaien!

Losee Arch

Losee Arch


DAG 8 : ZATERDAG 26 MEI : KANAB – EDMAIERS SECRET – THE NAUTILUS – PANGUITCH

Gereden :    186 mijl
In 2010 hebben we een zeer stormachtig bezoek gebracht aan de rotsomgeving Edmaiers Secret, halverwege tussen Kanab en Page. Toen we onze 2012-reis aan het voorbereiden waren, bleek dat we allebei best wel zin hadden om er nog eens naar toe te gaan. En erover praten maakte dat gevoel alleen maar sterker,  de beslissing om Edmaiers Secret opnieuw te gaan bekijken werd dan ook met unanieme stemmen aangenomen. Vandaag was het dan zover. Maar wat denk je, net zoals twee jaar geleden voorspelde de Weather Channel gusty winds…. zouden we nu opnieuw zowat weggeblazen worden? We waren uiteraard niet van plan om ons door wat windvlagen tegen te laten houden, maar stiekem hoopten we toch wel dat het niet zo extreem hard zou waaien als in 2010. En gelukkig, het viel mee. Het waaide hard, op sommige momenten zelfs héél hard, maar vergeleken met twee jaar geleden was het niet meer dan een briesje. Vooral tijdens de eerste helft van de ochtend was ‘t ook nog eens flink bewolkt, we hebben zelfs zo nu en dan een spatje regen gevoeld. Maar ondanks het feit dat de weersomstandigheden niet ideaal waren, hebben we weer intens genoten. Dit is toch echt onze meest favoriete manier van vakantie vieren: zomaar zonder specifiek doel ronddwalen in een indrukwekkende rotsomgeving. Net zoals in de Bisti Badlands bijvoorbeeld, qua omgeving is het daar heel anders maar qua beleving valt een bezoek aan Bisti precies in dezelfde sfeer.

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret

Twee jaar geleden hadden we Edmaiers Secret helemaal voor ons alleen gehad. Tja, wat wil je, niemand anders is zo gek om tijdens een heuse storm te gaan hiken! Deze keer waanden we ons ook weer alleen-op-de-wereld, maar dat bleek niet terecht te zijn. Want nadat we zo’n anderhalf uur hadden rondgelopen, zagen we helemaal aan de andere kant twee kleine-mensen-stipjes. En even later werden we ook nog eens door een ander stel achtervolgd. Tja, ook hier wordt ’t drukker!

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret

We hadden afgesproken dat we minder lang zouden blijven dan de vorige keer, we wilden ook nog wat andere dingen gaan doen. Het was best moeilijk om weg te gaan, eigenlijk had ik nog wel langer willen blijven. Ach, wie weet, misschien komen we hier ooit weer eens terug? We hadden nog de mooie hike terug naar de auto tegoed, tussen de prachtige roodbruine rotsen door. Ik koos voor de meest gerichte weg, maar Hans moest natuurlijk weer wat extra meters afleggen zodat hij zoveel mogelijk de rotswanden af kon speuren, op zoek naar petroglyphs. En hij had succes, kijk maar naar de foto!

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret Pictograph

Edmaiers Secret

Edmaiers Secret

The Nautilus is een heel aparte, kurketrekkerachtige kloof in een grijswitte rots. En heel populair op dit moment bij de ‘bijzondere-plekjes-jagers’. Aangezien Hans en ik onszelf toch wel tot die categorie mogen rekenen hadden we geen keus: The Nautilus moest op ons to-do-lijstje. Al was er toch wel een beetje twijfel, was het nou wél of niet toegestaan om naar The Nautilus te lopen? Het Bureau of Land Management (de beheerder van dit stukje natuur), had in elk geval nergens een Verboden Toegang-bord geplaatst. Maar wél een hek…… Een laag hek, waar je makkelijk overheen kan klimmen. En dat hebben wij dus gedaan, nadat we eerst een heel stel tumbleweeds die tegen het hek waren gewaaid aan de kant hadden geschoven.

We hoefden niet ver te lopen, de afstand van de auto naar Nautilus Rock was maar zo’n 700 meter. En daar lag ie dan…… de kleine ovaalronde rots die eigenlijk, vanaf de zijde die we het eerst zagen, niet zo heel bijzonder leek. Maar toen we er rechts omheen liepen zagen we al gauw waarom deze rots zo populair is geworden, want daar zat dus de ‘glijbaan’ die zo de diepte en de rots in gaat. Echt heel apart om dit te zien, hoor. Al moet ik ook eerlijk toegeven dat ik niet heel erg onder de indruk was; ik vond het absoluut leuk om hier geweest te zijn, maar een topper…. nee dat was het wat mij betreft niet.

We wilden de dag vol maken met het bekijken van twee arches. Als eerste was dat Eagle Gate Arch, die ergens langs de Johnson Canyon Road zou moeten liggen. Maar toen we – afgaande op onze GPS – op de juiste plek waren beland zagen we in eerste instantie géén arch! In tweede instantie wel, het ding bleek veel verder van de weg te liggen dan dat we op grond van onze informatie hadden verwacht. En ook hier stond een hek, langs de hele lengte van de weg. Bij The Nautilus hadden we het wel aangedurfd om over het hek heen te klimmen, we wisten immers dat het daar BLM-grondgebied was. Maar hier twijfelden we veel erger, dit leek toch echt privé terrein te zijn en we vonden het toch wel een beetje te ver gaan om daar nu doorheen te gaan banjeren. Uiteindelijk hebben we ons maar tevreden gesteld met een van héél veraf genomen foto, te veraf eigenlijk. Jammer, want het was best een mooie arch die wel een beter plaatje hier op onze site had verdiend.

Nautilus Rock

Nautilus Rock

Nautilus Rock

Nautilus Rock

De tweede arch was wel makkelijk te bereiken. Kanab Arch heet ie, het is een heel klein archje dat vooral opvalt doordat die niet in een rotswand zit, maar zomaar in z’n eentje op de rotsbodem staat. We verwachten nu niet dat we met dit verslag hele hordes Nederlandse toeristen naar deze plek gaan sturen, want Kanab Arch heeft heel wat grote broers en zussen in Utah die véél meer de moeite waard zijn. Maar hij was wel leuk, cute is wel een passende omschrijving. Met het fotograferen lukte het hier helaas ook niet zoals we dat eigenlijk wilden, want de zon stond hartstikke verkeerd.

In verband met de gevreesde Memorial Day Weekend-drukte hadden we ook voor vandaag al een motel gereserveerd. Het enige motel dat we hadden kunnen vinden, was het Horizon Motel in Panguitch. Het was erg goedkoop, en dat maakte ons wel een beetje argwanend…. zou het wel een beetje fatsoenlijk zijn? Van buiten was het inderdaad niets bijzonders, maar toen we onze kamer zagen waren we toch best tevreden. Dit was gewoon een nette standaard motelkamer, goed genoeg voor ons dus. Ook het nabijgelegen restaurant zag er van buitenaf niet echt veelbelovend uit, maar ook hier was ’t heel netjes binnen en we hebben er heerlijk gegeten.

Kanab Arch

Kanab Arch


DAG 9 : ZONDAG 27 MEI : PANGUITCH – BRYCE CANYON – ESCALANTE

Gereden :    84 mijl
Maar de volgende ochtend waren we niet meer zo tevreden….. ik had ontzettend slecht geslapen. “ ’t Is net of ik steeds naar het midden van het bed rolde”, zo liet ik Hans weten, “ik kon gewoon mijn houding niet vinden.” Waarop Hans opmerkte dat hij het idee had dat de kamer zelf een beetje afliep, heel miniem weliswaar, maar toch…. Blijkbaar stond de Horizon niet helemaal recht, hier in Panguitch!

Peek A Boo Trail

Peek A Boo Trail

Voordat we op pad gingen moest er eerst nog een Van-Harte-Gefeliciteerd-telefoontje naar Nederland gepleegd worden. Want we misten tijdens onze vakantie niet alleen de verjaardag van onze Melanie, afgelopen woensdag, maar vandaag ook die van schoondochter Elina. Het was bijna 8 uur toen we bij het motel wegreden, vrij laat voor ons doen dus. Een half uurtje later stonden we op nog grotendeels lege parkeerplaats, vanwaar we aan de langste hike van deze vakantie wilden gaan beginnen. Bijna 9 kilometer, met flink wat hoogteverschillen. Ik was benieuwd hoe mijn voeten zich zouden houden…..

Meteen al vanaf de trailhead gingen we flink omlaag, de canyon in. Zo, nu wisten we meteen wat ons te wachten stond straks, helemaal aan het einde van de wandeling! Het weer was helemaal perfect, dat was niet helemaal toevallig want we hadden er, na het zien van de weerberichten, heel bewust voor gekozen om juist vandaag deze trail te gaan lopen. Droog, vrijwel windstil, licht bewolkt, en niet warmer dan een graad of 14. Op het moment dat we vertrokken haalde de temperatuurmeter die 14 graden bij lange na nog niet, maar dat vond ik helemaal niet erg. Lekker loopweer was het!

Tijdens het eerste deel van de trail hadden we de prachtige hoodoos van Bryce Canyon helemaal voor ons zelf. Maar wat verderop werd het al snel veel drukker, het is duidelijk dat de Peekaboo Trail erg populair is. Een hele groep Aziatische tieners dacht blijkbaar dat het hele pad voor hen alleen was, we moesten een paar van die jongens haast aan de kant duwen om ze te kunnen passeren….. Ons tempo lag op dat moment een stuk hoger dan dat van hen, dus al snel waren we ze een heel eind voor. Maar ja, dan komt er een prachtig fotomoment waar je toch écht even de tijd voor moet nemen…. en een bocht verder sta je alweer midden tussen de meest fantastische hoodoos, en na de daaropvolgende bocht moet er opnieuw hoognodig een fotostop ingelast worden…… Met als gevolg dat het elke keer stuivertje wisselen was met die tieners, dan haalden zij ons weer in, vervolgens liepen we hen weer voorbij. Eerlijk gezegd was ik blij toen we de luidruchtige groep op gegeven moment definitief kwijtraakten.

Peek A Boo Trail

Peek A Boo Trail

We hadden al een flink eind gelopen, en we waren net weer een stuk via switchbacks naar beneden gegaan, toen we voor ons een vrouw languit op het pad zagen liggen. Dat zag er verontrustend uit! Tegen de tijd dat we haar bereikten zat ze rechtop, met haar rug tegen de rotswand aan. Ze zag er ziek uit, we hadden de indruk dat ze helemaal buiten adem was en zich ook nog eens flink beroerd voelde. Maar de man die bij haar was reageerde erg afwijzend toen Hans vroeg of ze hulp nodig hadden, hij leek het niet op prijs te stellen dat we ons met hen bemoeiden. Hans kon ’t niet laten om hen nog wel even te waarschuwen voor de zware switchbacks die ze zo meteen tegen zouden gaan komen, maar hij kreeg geen reactie. We zijn dan ook maar verder gelopen. Maar wel met een vervelend gevoel, het voelt gewoon fout aan om iemand zo achter te laten. Okay, het was inmiddels zo druk op de trail dat het stel voortdurend andere mensen tegen zou gaan komen, als er echt meer aan de hand was dan dat de man toe wilde geven dan zou er vast wel iemand anders hulp kunnen bieden.

We hadden het al aan hadden zien komen: de laatste klim van de trail bleek nog heel wat van onze beenspieren te vergen. Ach, foto’s maken is dan altijd een welkom excuus om weer even stil te kunnen staan…. Uiteindelijk zijn we vijf uur onderweg geweest, vijf prachtige uren die we voor geen goud hadden willen missen. En ik was niet alleen blij met de geweldige ervaring die we net achter de rug hadden, maar ook met het feit dat mijn voeten zich behoorlijk goed hadden gehouden. Zo’n langzaam tempo is duidelijk minder belastend voor die platvoeten van mij!

De parkeerplaats was inmiddels afgeladen vol, en er reden nog diverse automobilisten rond die tevergeefs op zoek waren naar een vrije plaats. Konden wij mooi even iemand blij maken met ons plekje helemaal vooraan…. Voor de rest van de dag hadden we niets meer gepland, alleen nog een korte rit naar Escalante. The Prospector Inn is voor ons een oude bekende en de vrouw die daar altijd achter de balie staat ook. Gelukkig had ze ook deze keer een kamer voor ons vrij, ook al was het dan nog steeds Memorial Day Weekend. We hebben ooit heel lekker gegeten in het restaurant dat bij de Prospector Inn hoort, maar vorig jaar was het echt tegengevallen daar. We gaven het restaurant deze keer het voordeel van de twijfel, maar dat hadden we maar beter niet kunnen doen. Lang niet alles dat op de menukaart stond, kon besteld worden.”Niet op voorraad”, zo kregen we te horen. En de hamburger met friet waarvoor ik toen maar ben gegaan viel ronduit tegen, ik vond ‘m echt niet lekker. Als we morgenavond nog in Escalante zouden zitten, en die kans was dik aanwezig, dan was het misschien toch wel verstandig om eens een ander restaurant uit te gaan proberen.


DAG 10 : MAANDAG 28 MEI : ESCALANTE – BROKEN BOW ARCH – DEVILS GARDEN – ESCALANTE

Gereden :    98 mijl
De hike naar Broken Bow Arch stond al jarenlang op mijn wensenlijst. Maar steeds was er wel een reden waarom we er niet naar toe konden, zere voeten, slecht weer, niet op de route….. Maar deze keer zat alles mee: de weersvoorspelling was goed, de Hole-in-the-Rock road lag er prima bij, en mijn voeten hadden me tijdens deze vakantie nog niet in de steek gelaten. Dus nu zou het er dan toch eindelijk écht van gaan komen!

Cottonwood Wash Hoodoo

Cottonwood Wash Hoodoo

Om 10 voor 7 ’s ochtends zaten we in de auto, en met 7° Celcius was het nog behoorlijk fris. Maar daar hadden we voorlopig geen last van, want we moesten nog een behoorlijk eind rijden voordat we aan de hike zouden kunnen gaan beginnen. Eerst dik 40 mijl naar het zuiden via de Hole-in-the-Rock Road. En daarna nog eens zo’n anderhalve mijl via een smaller, hobbelig pad naar de trailhead. Tegen de tijd dat we daar arriveerden begon de temperatuur al flink op te lopen, het beloofde een behoorlijk warme dag te gaan worden. Met de onmisbare GPS zijn we aan de wandeling begonnen, en al gauw zagen we het eerste herkenningspunt: een hoodoo met een platte hoed. Het leek wel zo’n pet die Amerikaanse studenten na hun diploma-uitreiking massaal de lucht ingooien (in Hollywood tenminste, of het in real life ook zo gebeurt weet ik niet!) Enfin, we wisten dankzij deze opvallende hoodoo in elk geval wél zeker dat we helemaal goed zaten.

Cottonwood Wash Slot Canyon

Cottonwood Wash Slot Canyon

Voorbij de hoodoo gingen we via een zandduin omlaag, en tot onze grote verrassing kwamen we daar een slotcanyon tegen. Leuk zeg! Ik ben er overigens niet helemaal doorheen gelopen, het was ook mogelijk om er langs af te gaan. Hans koos voor de moeilijke route, door de narrows heen dus, en omdat er een aantal grote stenen tussen de wanden geklemd zaten moest er hier en daar geklommen worden. Met z’n fototoestel in de hand was dat soms best lastig, zo kreeg ik te horen toen we elkaar aan het uiteinde van het smalle gedeelte weer ontmoetten. De trail ging verder via de droge Cottonwood Wash, en daarna via de al even droge Willow Gulch. Maar net toen ik dacht dat we onze voeten wel droog zouden houden, was er het water……

Door Willow Gulch heen stroomde een beekje. En dat maakte de toch al bijzonder mooie trail nóg mooier, maar ook wel iets lastiger. Op de meeste plekken stond het water zo laag dat we er makkelijk doorheen of langs af konden lopen. Maar er waren een paar plekken waar het water toch echt te diep was, dat betekende dus dat we moesten zoeken naar andere manieren om verder te komen. De ene keer links via de struiken, dan weer rechts over een rotsplateau; met een beetje extra inspanning wisten we elk obstakel te overwinnen. Wat ook leuk was, dat waren de kleine schorpioenen die we op gegeven moment in het ondiepe water zagen zwemmen. Natuurlijk hebben we geprobeerd om ze te fotograferen, maar ja, ze bewogen voortdurend en dat was natuurlijk niet zo handig.

En toen ineens, daar was ie dan….. Broken Bow Arch!! Tja, hoe omschrijf je zo’n moment in een reisverslag? Super was ‘t, echt een geweldige beloning voor de inspanning van onze wandeling. Ik stond rechts op de oever, Hans liep even door het water heen naar de andere kant omdat vandaar uit het mooiste shot gemaakt kon worden. En toen hoorde ik een onheilspellend er-valt-iets-op-de-grond-geluid…… en een vloek die ik hier maar niet zal herhalen….. Ik vreesde dat het Hans z’n fototoestel was dat op de rotsbodem was gevallen, en ja hoor, ik had het goed gehoord. Niet alleen was het op de grond gevallen, het was daarna ook nog eens het water in geduikeld….. Helemaal kopje onder…… Nog diezelfde seconde had Hans het er al weer uitgehaald, maar ja, dan nog….. De klap op de rots, de onderdompeling in het water, ik gaf geen cent meer voor ’t ding.

Er zit altijd van alles in mijn heuptas, onder andere keukenrolpapiertjes. Die hebben we dus gebruikt om het toestel zo zorgvuldig mogelijk droog te maken. En pas daarna de test: deed ie ’t nog? Wat een opluchting toen er inderdaad een plaatje van mijn verschrikt kijkende gezicht op het schermpje verscheen. Pfff, dat was echt geluk hebben zeg.

Enigszins gerustgesteld (maar niet helemaal, ik was pas overtuigd als ik vanavond op de motelkamer de foto’s op het scherm van de laptop zou zien verschijnen!) liepen we naar Broken Bow Arch toe. Een stuk voor de arch helde de rotswand in een boog over het kreekje heen, de wand was daar begroeid met groen mos. Erg mooi! Nadat we dit uitgebreid hadden bekeken zijn we aan de achterkant van Broken Bow Arch omhoog geklommen. ’t Was daar erg zanderig en behoorlijk steil, het was dan ook hard werken om dicht bij de arch te komen. Ik heb me heerlijk in de schaduw onder de arch geïnstalleerd, en daar heb ik een hele tijd heerlijk lui zitten wezen. Laat Hans de foto’s van de achterzijde van de arch maar maken, ik zit hier prima! Even later kwam hij er toch ook even bij zitten, het was tijd om onze boterhammen op te eten.

We moesten nog een tijdje wachten totdat het licht aan de voorzijde van de arch goed genoeg zou zijn. Een deel van die wachttijd hebben we benut door nog een klein stukje verder te lopen, tot voorbij de arch dus. Het was o zo verleidelijk om de canyon nog verder te gaan verkennen, we wisten dat die verderop veel smaller zou worden, en dat we helemaal tot aan een zijtak van Lake Powell door zouden kunnen lopen. De energie om nog een stuk verder te gaan was er wel, maar ik wist ook dat ik die energie nog hard genoeg nodig zou hebben om weer terug naar de auto te lopen. Met een spijtig gevoel zijn we dus toch maar weer omgedraaid, terug naar Broken Bow Arch. Die inmiddels wat beter in het licht stond, zodat we nu ook van de voorzijde wat foto’s konden maken.

Broken Bow Arch

Broken Bow Arch

De terugweg ging goed totdat we het beekje achter ons lieten, en het droge gedeelte van de trail weer bereikten. Pfff, wat was het warm geworden……. ik had het zwaar. En toen moest de klim omhoog via de zandduin nog komen, waarom lijkt zoiets op de terugweg toch altijd veel hoger dan op de heenweg??  Wat was ik blij toen we weer bij de auto
waren. Niet alleen met het koude water dat in de koelbox op ons stond te wachten, en met de airco, maar ook met de geweldige ervaring die we zojuist achter de rug hadden. De Broken Bow Arch Trail was voor ons een TOPPER met grote dikke hoofdletters!

Hole in the Rock Road

Hole in the Rock Road


Metate Arch

Metate Arch

Uiteraard moesten we de lange route die we deze ochtend hadden gereden, nu in omgekeerde richting opnieuw doen. Dat ging allemaal heel vlot, tot het moment dat we voor ons een kudde koeien zagen verschijnen. Niet zomaar een paar koeien, nee, het waren er veel, heel erg veel. En al die koeien hadden dus de volle breedte van de Hole-in-the-Rock Road nodig. De kudde was bijeengedreven door vijf ruiters; er waren twee tieners bij, een meisje van een jaar of 17 en een jongen die nog een paar jaar jonger was. Soms, als we door zo’n afgelegen stadje als Cannonville of Escalante rijden, dan vragen we ons hardop af wat de jeugd op zo’n plek nou eigenlijk heeft. Nu, hier hadden we ons antwoord: paardrijden en koeien bijeen drijven! Ik werd ter plekke jaloers….. dit is toch echt wat anders dan vijf dagen per week op kantoor achter je computer zitten! Stapvoets reden we achter de kudde aan, die net zoals wij richting Escalante ging. Achter ons kwamen één voor één nog meer auto’s aan, op gegeven moment reden we daar met z’n vijven achter de koeien aan. Na een paar minuten achter ons te hebben gereden, kwam de tweede auto langzaam aan naar voren, en ging links van ons rijden. “Of wij ook zo genoten van dit prachtige schouwspel?” zo informeerde de chauffeur door het open raam. Waarop wij uiteraard lieten weten dat we het prachtig vonden. Pas daarna bleek dat hij eigenlijk ons plekje vooraan in de autofile op het oog had, zodat hij alles nog wat beter zou kunnen zien. Hmmm, om eerlijk te zijn wilden we toch echt graag zelf ook vooraan blijven rijden. Maar er was plek genoeg voor twee auto’s naast elkaar….. tegenliggers hoefden we niet te verwachten!

Hoe mooi ’t ook was, we vroegen ons wel af hoe lang we achter de koeien vast zouden zitten. We hadden geen idee of ze nog lang op de Hole-in-the-Rock Road zouden lopen, of dat ze ergens door de cowboys van de weg af zouden worden geleid. Gelukkig gebaarde een van de cowboys op gegeven moment dat we maar moesten proberen om langs de koeien af te rijden, en dat hebben we dus gedaan. Heel langzaam, steeds als er ergens wat ruimte was, zijn we langs de honderden beesten af gereden. Met de vier andere auto’s  in ons kielzog.

Het was allemaal flink wat later geworden dan we vooraf hadden ingeschat, maar toch wilden we nog graag even de kleine omweg naar Devils Garden maken. Daar waren we zes jaar geleden ook al eens geweest, maar we waren niet echt tevreden met de foto’s die we daar van de belangrijkste bezienswaardigheid, Metate Arch, hadden gemaakt. Dat moest dus over! We zijn vanaf de parkeerplaats rechtstreeks naar de arch gelopen, daar stond een stoïcijns voor zich uitkijkende en demonstratief zwijgende fotograaf met statief de beste plek in beslag te nemen. Hij was duidelijk niet van plan om zijn plekje af te staan, zelfs niet voor één minuutje. Ach, een stapje verder naar rechts leverde ook nog wel een goed plaatje op. We hadden daarna niet meer de inspiratie om Devils Garden nog verder te gaan bekijken, we hielden het bij een snelle foto hier en daar tijdens het voorbij lopen.

We besloten om opnieuw in Escalante te gaan overnachten. We hadden alleen geen zin om weer in het restaurant bij de Prospector Inn te gaan eten, vandaar dat we dus maar eens een kijkje gingen nemen in het restaurant dat direct naast het Circle D Motel gelegen was. En nu we daar toch waren, konden we natuurlijk net zo goed meteen maar een kamer boeken. Het was wel even een cultuurschok hoor, van het wat antiek aandoend western sfeertje bij het restaurant van gisteren, naar het zeer moderne nieuwe restaurant. De ober had al snel door dat wij uit Nederland kwamen, niet gek want hij was met een Nederlandse getrouwd en had ons land ook al wel eens bezocht. Toen hij ons het eten had gebracht, wenste hij ons dan ook “smakelijk eten”. En ja, het eten was hier inderdaad heel wat smakelijker dan aan de overkant.

Eén spannend moment hadden we nog tegoed, vandaag. Zouden de foto’s van Broken Bow Arch er een beetje fatsoenlijk uitzien, of zou de val van het fototoestel misschien toch nog gevolgen hebben gehad. Ik zou zeggen, oordeel zelf!

Metate Arch

Metate Arch


DAG 11 : DINSDAG 29 MEI : ESCALANTE – AETSCHI BAETSCHI VALLEY – CAPITOL REEF – TORREY

Gereden : 123 mijl
Opnieuw reden we via de Hole-in-the-Rock Road naar het zuiden, alleen hoefden we deze keer niet zo ver als gisteren. Al na 11 mijl gingen we linksaf, om vervolgens nog eens 6 mijl verder te rijden via een dirtroad die grotendeels prima begaanbaar was. Grotendeels, niet helemaal dus! Want hier en daar, vooral tegen het einde van de rit, zaten er toch wel een paar lastige rotsachtige gedeeltes tussen, echte billenknijpers!

Aetschi Baetschi Valley

Aetschi Baetschi Valley

Ons doel was de Aetschi Baetschi Valley. Die naam, Aetschi Baetschi, is verzonnen door iemand die dit gebied enkele jaren geleden heeft bezocht. We hebben geen flauw idee of er ook nog een officiële naam bestaat, zolang we dat niet weten zullen wij het dus ook maar over Aetschi Baetschi hebben. Vanaf de parkeerplaats zagen we de vallei in de verte al voor ons liggen. We moesten een heel stuk door het open veld heen lopen, een veld met gras, lage struiken en hier en daar een boompje. Naarmate we dichter bij Aetschi Baetschi kwamen, zaten er steeds meer ondiepe kloven in de bodem. Die leverden gelukkig geen enkel probleem op, zelfs ik wist deze kleine hindernissen met gemak te overbruggen. Maar de grootste hindernis moest nog komen…. Aetschi Baetschi zelf!! Ik kan zo makkelijk in vervoering raken als ik weer een mooi rotsgebied zie, maar bij ’t zien van deze plek voelde ik helemaal niks. De kleine, grillige rotsen leken wel wat op die van Goblin Valley State Park. Maar ’t was hier minder massaal en ook veel minder mooi. Nu moet ik er wel bij zeggen dat dit vooral mijn gevoel was, Hans had het hier beter naar z’n zin dan ik.

Maar, eerlijk is eerlijk, Aetschi Baetschi heeft een bonusattractie die Goblin Valley niet heeft:  de markante Aetschi Baetschi Tower. De rotstoren leek redelijk dichtbij te staan, maar terwijl we er naar toe liepen werd de afstand slechts tergend langzaam kleiner. Ik had echt even een flinke dip daar: ik was moe, ik zweette me het ongans, en ik had eigenlijk helemaal geen zin meer om al die moeite te doen voor een gebied dat ik helemaal niet boeiend vond. Maar ik wilde ook Hans niet teleurstellen, want die had het hier wel naar z’n zin. En toen zagen we dus een klein maar o zo aanlokkelijk schaduwplekje langs een rotswand…. daar ben ik lekker gaan zitten terwijl Hans in de brandende zon door liep naar de Tower. Wat zijn die walkie talkies de we tijdens dit soort ondernemingen altijd meenemen dan toch ontzettend handig! Echt fijn om zo steeds contact met elkaar te kunnen houden.

Hickman Bridge

Hickman Bridge

Uiteraard heeft Hans de imposante, alleenstaande Aetschi Baetschi Tower van alle kanten uit op de foto gezet. ’t Was wel een beetje jammer dat ik er niet bij was, want nu kon er geen combinatiefoto van toren plus Henriëtte gemaakt worden. Waarmee we dan hadden kunnen laten zien hoe hoog die eigenlijk wel niet is. Nu moeten we het dus doen met een schatting: Hans gaat er van uit dat de rotstoren toch minstens zo’n 40 meter groot is! Toen hij klaar was met fotograferen liet hij me via de walkie talkie weten dat hij weer mijn richting op kwam, ik moest maar vast gaan lopen dan haalde hij me vanzelf wel weer in. Zo gezegd, zo gedaan. Ik liep in een relaxed tempo terug richting het begin van de vallei, en ondanks het feit dat hij heel wat meer afstand moest overbruggen dan ik had Hans me tegen die tijd inderdaad weer ingehaald. Hoewel we nog niet het hele gebied hadden gezien, besloten we om terug te lopen naar de auto.

Eerder deze reis, in Moab, hadden we het geluk dat onze in eerste instantie onvindbare GPS toch in de auto bleek te liggen. En gisteren hadden we nog veel meer geluk, toen Hans z’n fototoestel op miraculeuze wijze een flinke val overleefde. Dat geluk liet ons nu, hier op de parkeerplaats, helaas in de steek. We weten zeker dat we allebei onze walkie talkie nog hadden toen we bij de auto stonden. Maar toch hebben we er tijdens de rest van de reis nog maar ééntje teruggezien….. er ligt dus ongetwijfeld nog een exemplaar ergens bij de Aetschi Baetschi trailhead!

We hadden deze ochtend besloten om in Hanksville te gaan overnachten. Maar tijdens onze rit daar naartoe begon ik steeds meer te twijfelen, in Hanksville staat maar één fatsoenlijk motel en ik vond het risico dat er misschien geen plek meer zou zijn toch te groot. In Torrey is meer keuze, we gingen voor de veilige optie en hebben daar een motelkamer genomen. Daarna zijn we nog even naar Capitol Reef National Park gereden, waar we de Hickman Bridge Trail hebben gelopen. En ja hoor, wat deze ochtend maar niet wilde lukken ging nu helemaal vanzelf: ik vond het prachtig allemaal! Ik genoot van de mooie omgeving, en ook het einddoel van de wandeling, de Hickman Bridge, was schitterend om te zien. Echt fijn dat we de dag nog met deze zeer geslaagde trail af hadden kunnen sluiten.


DAG 12 : WOENSDAG 30 MEI : TORREY – LEPRECHAUN CANYON – CLEOPATRA – THE TOWER HOUSE – BLANDING

Gereden :    196 mijl
Deze vakantie stond deels in het teken van ‘petroglyphs zoeken’, dus we konden de Petroglyph Trail in Capitol Reef National Park uiteraard niet zomaar voorbij rijden.  Het bleek overigens niet eens een echte trail te zijn, de petroglyphs waren te zien op een rotswand direct langs State Route 24. Aan de rechterkant konden we hele duidelijke bighorn sheep bewonderen, en een paar kleine mensachtige figuren. Maar ’t mooiste zat links, daar zagen we een stel ruimtemannetjes op een rij staan. Je zou haast gaan geloven dat de Fremont Indianen vroeger een close encounter of the third kind hebben meegemaakt! Trouwens, als je ooit deze petroglyphs gaat bekijken, zoek dan ook even naar het mannetje met de wandelstok, die vonden we ook heel leuk.

Petroglyph Trail

Petroglyph Trail

Petroglyph Trail

Petroglyph Trail

Die lange rit, daarmee bedoelde ik dus State Route 95. Ook bekend als The Bicentennial Highway. Wat ons betreft is dit een van de allermooiste scenic routes in het zuidwesten van de USA. De vorige keer dat we hier reden, vorig jaar nog, wisten we niet dat de trailhead van Leprechaun Canyon daar direct naast de weg lag. Maar nu waren we beter voorbereid, en met behulp van onze GPS reden we feilloos naar die trailhead toe. Een paar jaar geleden had ik foto’s van deze slotcanyon gezien, en ik had toen geconcludeerd dat die ver buiten onze mogelijkheden lag. Maar dankzij het Alles Amerika forum was ik er kort geleden achter gekomen dat de canyon ook een makkelijk bereikbaar gedeelte heeft, vandaar dus dat ik me opnieuw was gaan inlezen. Okay, het mooiste deel zouden we niet kunnen bereiken, dat was wel duidelijk. Maar dat minder mooie deel zag er zeker nog interessant genoeg uit, vandaar dus dat wij het met een bezoek gingen vereren.

Er liepen diverse paden die allemaal min of meer dezelfde richting in gingen, het bleek niet veel uit te maken welk pad we namen zolang we maar richting het waypoint gingen dat op de GPS werd aangegeven. Er stond flink wat struikgewas, wij waren natuurlijk wel weer zo stom om nou net voor het dichtst begroeide pad te kiezen….. Op gegeven moment leek het er even op dat we verkeerd zaten, rechts van ons bevond zich een massieve rotswand en het waypoint leek daar – onbereikbaar – achter te liggen. Omdat we op dit punt niet echt andere mogelijkheden hadden, zijn we toch maar verder gelopen. Tot voor ons een wel héél erg smalle slotcanyon verscheen…. nu zijn we in de maanden voor deze vakantie wel flink afgevallen maar ook met onze nieuw verworven slanke postuurtjes konden we hier echt niet doorheen! Maar kijk, we konden nu wel aan de rechterzijde omhoog klimmen, een rotsplateau op. Natuurlijk mocht ik weer een beroep doen op mijn Hansje, hij moest me hier omhoog hijsen omdat ik er zelf niet in slaagde om boven te komen.  Toch handig dat ik een paar kilootjes minder weeg….

Leprechaun Canyon

Leprechaun Canyon

Leprechaun Canyon

Leprechaun Canyon

Leprechaun Canyon

Leprechaun Canyon

Al snel zagen we nu de ingang van Leprechaun voor ons verschijnen. Indrukwekkend hoge rotswanden, de linkerwand boog heel elegant naar de rechterwand toe waardoor het aandeed als een gewelf. Mooi zeg! En toen werd het donker om ons heen….. Aan de bovenzijde kwamen de rotswanden heel erg dicht bij elkaar, er kon maar een klein streepje licht naar binnen toe. Bovendien waren de wanden van zichzelf ook nog eens heel erg donker. Gelukkig hadden we een statief meegenomen, want met zo weinig licht moesten we een gigantisch lange sluitertijd gebruiken om hier wat foto’s te kunnen maken.

Tower House Ruin

Tower House Ruin

Voorbij het donkere gedeelte liepen we al heel snel vast. Vóór ons was de canyon nu zo smal, dat we echt niet verder konden. En een smalle pijp die wat naar boven toe liep gaf ook geen extra mogelijkheden, Hans heeft zich daar nog wel even omhoog gewrongen maar heel erg ver kwam hij niet. Dit was dus het einde van Leprechaun Canyon voor ons; we hebben weliswaar maar een heel klein stukje kunnen zien maar we waren wel dik tevreden. Dit is een korte, leuke hike voor iedereen die tijdens de lange Bicentennial Highway-rit even de benen wil strekken.

Het was tijd voor onze boterhammen. We wisten al precies waar we die zouden gaan smeren, namelijk op de Hog Springs Rest Area, een mooie picknickplaats met overkapte tafels. Dankzij veel speur- en zoekwerk op internet waren we er achter gekomen dat we ergens in deze omgeving een grote alcove zouden kunnen vinden, met daarin een mooie dame die Cleopatra wordt genoemd. We parkeerden de auto bij de picknickplaats en gingen naar haar op zoek. Nou, de alcove was niet te missen hoor, het rotsgewelf was erg groot en lag direct langs de weg. Van verre zagen we Cleopatra al op de wand staan; we klauterden naar beneden, liepen door een kreekje heen, en klommen vervolgens omhoog naar de pictograph toe. Die vooral vanwege de details erg mooi bleek te zijn, kijk maar naar het kroontje en de stippen en strepen in de kleding. Naast Cleopatra was een hond afgebeeld. Tenminste, we gokken dat het een hond moest voorstellen, maar dan wel een zonder poten… Arm beest….

In de omgeving van Blanding liggen veel oude rotswoningen, vorig jaar hadden we House on Fire en de Fallen Roof Ruin bekeken en dat was ons heel goed bevallen. Vandaar dus dat we nu van plan waren om er nog een paar meer op te gaan zoeken. En daar konden we nu meteen al mee beginnen, we hadden nog tijd genoeg over om naar de makkelijk bereikbare Tower House Ruin te gaan. We verlieten State Route 95, en vijf eenvoudige mijlen verder stonden we al bij de trailhead. Aan de wandeling naar de ruïne toe kwam een beetje afdaal- en klimwerk te pas, zoals gewoonlijk ging Hans soms een stukje vooruit om de makkelijkste route te zoeken. Wat misten we onze walkie talkies hier…. Het zou zo handig zijn geweest als hij me gewoon even via dat apparaat had kunnen vertellen hoe ik moest lopen, maar nu moest hij dus een eind teruglopen om me de weg te kunnen wijzen! Uiteindelijk bleek het allemaal toch redelijk eenvoudig te zijn om The Tower House te bereiken. En we zagen meteen dat we een hele goede keuze hadden gemaakt: de ruïne was nog grotendeel intact en de locatie ervan was hartstikke mooi. Het was heel fotogeniek, de rotstoren stond onder een overhangende, geelbruine rotswand. We vroegen ons overigens wel af of de toren nog origineel was of dat ie ooit is gerestaureerd, het onderste deel zag er meer authentiek uit dan het wat nettere bovenste deel. Achteraf heb ik nog gezocht of er op internet iets over een restauratie gepubliceerd zou zijn. Maar nee, ik heb niets gevonden. We weten nu dus niet of The Tower House helemaal in originele staat verkeert, maar we weten wél dat ie gewoon super mooi is.

In Blanding wilden we gaan eten in het Old Tymer Restaurant, daar was het ons tijdens eerdere vakanties prima bevallen. Bleek er een heel ander naambordje boven de deur te hangen: de Fattboyz Grillin’…. Dit sprak ons helemaal niet aan, we besloten daarom om iets anders te gaan zoeken. Dat werd dus de Steakhouse, direct naast ons motel. Ondanks dat het er niet druk was, moesten we wel erg lang op ons eten wachten. De mensen die net voor ons waren binnengekomen waren daar schuldig aan, blijkbaar was het ook een afhaallocatie en dat stel had me toch een enorme lading eten besteld…… ’t Vervelendste aan het wachten was de muziek! We kregen het ene na het andere musicaldeuntje te horen, op zich vind ik dat niet erg want er bestaan genoeg mooie musicalsongs. Maar de uitvoering, die was echt vreselijk…. De Old Man River kwam zo bombastisch en tergend langzaam voorbij gestroomd dat ik er helemaal kriegel van werd. “Wat had je dan liever voor muziek willen horen?”, informeerde Hans. Die vraag had ik niet aan zien komen, ik flapte er dan ook zomaar het eerste het beste nummer uit dat bij me opkwam: Sweet Home Alabama van Kid Rock. Hartstikke vrolijk en vlot, maar toch, waarom ik nou net deze song noemde kon ik zelf eigenlijk ook niet verklaren. Want ’t is niet echt een nummer waar ik vaak aan denk. Maar helaas, we moesten het toch echt doen met een trage Old Man River en een al even langzame Memories, even lekker up-tempo zat er niet in. Ach, dit paste wel goed bij het tempo van de bediening!

Pictograph Cleopatra

Cleopatra Panel (Hog Springs)


DAG 13 : DONDERDAG 31 MEI : BLANDING – THE MOON HOUSE – BLANDING

Gereden :    105 mijl
Vorig jaar hadden we bij House on Fire een hele tijd zitten kletsen met een Amerikaans stel, dat erg geïnteresseerd was in wat wij tijdens onze eerdere USA-vakanties zoal hadden ondernomen. En ze vertelden ook graag over hun eigen ervaringen, vooral over hun bezoek aan de Anasazi Cliff Dwelling The Moon House raakten ze maar niet uitgepraat. Zoveel enthousiasme werkt heel aanstekelijk, dus we konden er niet onderuit: The Moon House kwam ook bij ons op de planning. Hóóg op de planning, zelfs!

The Moon House

The Moon House

Om klokslag 8 uur meldden we ons bij het Kane Gulch Ranger Station. Want om The Moon House te mogen bezoeken, hadden we een permit nodig. En nu we hier toch waren, konden we natuurlijk ook even bij de dienstdoende Ranger navragen hoe de weg erbij  lag, en of we tijdens onze hike nog lastige plekken tegen zouden komen. Voor de aanrijroute hadden we absoluut high clearance nodig, zo vertelde de vrouw. En er was één plek waar het slickrock zodanig kapot was gereden, dat we daar op de terugweg ook wel even onze vierwielaandrijving zouden moeten gebruiken. Ik vroeg haar of ze de hike qua moeilijkheidsgraad kon vergelijken met die naar de Fallen Roof Ruïn, die we vorig jaar hadden gedaan. Nou, deze hike was moeilijker, zo liet ze me weten. Vooral op die ene plek waar we via een uit diverse lagen bestaande rotswand één niveau omlaag zouden moeten klimmen; we zouden daar een door mensen opeengestapelde hoop stenen als afstapje moeten gebruiken, en dat kon voor minder handige hikers wel een probleem zijn. Nu had ik een foto van die plek gezien, en ik had geconcludeerd dat als de niet al te sportief uitziende vrouw op die foto dit aankon, het mij ook zou moeten lukken. De Ranger waarschuwde ons nog even voor een ratelslang die daar vaak op een vaste plek te vinden was, en ze adviseerde ons om als we eenmaal bij The Moon House waren ook wat verder naar links en naar rechts te lopen. Want daar waren nog meer ruïnes te vinden.

The Moon House

The Moon House

We bedankten de vrouw hartelijk voor haar informatie, en we gingen op pad. Ik vond het wel spannend hoor, ik zag een beetje tegen de hele onderneming op. We draaiden de Snow Flats Road op, en een paar mijl verder kwamen we de eerste stukken slickrock al tegen. En dan ben je echt blij met je high clearance hoor, dat hadden we hier absoluut nodig. Even verder kwam er zelfs nog een wat slechter stuk, maar chauffeur en auto hielden zich allebei prima. Het laatste stuk van de aanrijroute ging via een heel smal zijweggetje, we hoopten maar dat we geen tegenliggers tegen zouden komen want hier was echt geen plek voor twee auto’s naast elkaar!

De trail werd met cairns aangegeven. We werden meteen al naar beneden gestuurd, McCloyds Canyon in. En al snel zagen we The Moon House ergens bovenin de tegenoverliggende rotswand liggen…. Dat lijkt dan zo dichtbij, hemelsbreed was ’t ook dichtbij, maar dat wil niet zeggen dat we er snel waren. Want eerst moest er nog gedaald en geklommen worden. Ongeveer halverwege onze afdaling kwamen we de plek tegen waar de Ranger het over had gehad. Inmiddels zijn we heel ervaren in de manier waarop we dit soort hindernissen aanpakken. Hans legt eerst al z’n spullen (fototoestel, statief, heuptas) op een veilige plek neer, en gaat daarna als eerste naar beneden. Daarna is het de beurt aan onze apparatuur en overige bepakking, één voor één geef ik die aan Hans die er dan weer een veilig plekje voor zoekt. En vervolgens, eindelijk, mag ik dan naar beneden. In dit geval was dat toch wel even wat enger dan ik vooraf had verwacht, want die stapel stenen wiebelde vreselijk en dat was niet goed voor mijn zelfvertrouwen. Maar ik heb ’t toch maar mooi gedaan, ik kon trots zijn op mezelf.

We moesten nog een stuk verder omlaag, gelukkig was dit minder lastig. Op de bodem van de canyon lag een stel gigantisch grote rotsblokken, daar liepen we omheen en zo kwamen we bij de overkant terecht, bij de rotswand waarin The Moon House lag en waar we dus weer omhoog zouden moeten klimmen. We zagen hier geen cairns meer staan, we moesten dus zelf even zoeken waar de beste plek was om omhoog te klimmen. Terwijl Hans vooruit liep om het verkenningswerk te doen, heb ik een tijdje van de omgeving zitten te genieten. Voor het eerst, want tijdens de hike zelf was ik daar helemaal niet aan toegekomen. Wat een heerlijk moment was dit: die rust, die stilte, en dat magnifieke uitzicht over de rotsachtige canyon met het vele groen erin….. super! Maar natuurlijk mocht ik niet blijven zitten van Hans. Hij was tijdens mijn geniet-moment al helemaal tot aan The Moon House doorgegaan, er moest nog wel wat geklommen worden maar het zou me vast wel gaan lukken, zo bezwoer hij me. En zo stond ik dus even later dan toch echt voor The Moon House.

In totaal bestaat The Moon House uit maar liefst 49 kamers, die verspreid liggen over een afstand van een kwart mijl. De Cliff Dwelling is zo’n 800 jaar geleden gebouwd, en is waarschijnlijk maar gedurende ongeveer 40 jaar bewoond geweest. Een van de opvallende kenmerken is de decoratie die door de bewoners op de muren is aangebracht, een witte rand van ongeveer 30 centimeter breed met witte stippen erboven, en witte driehoekjes aan de onderzijde. We zagen die rand aan de buitenzijde, maar ook binnen in de kamers. Op de witte rand worden de verschillende fases van de maan weergegeven, daar heeft de Cliff Dwelling dus haar naam te danken.

Het mooiste gedeelte van The Moon House bestaat uit een rij kamers met een gang daarvoor. Via een hoog gelegen opening klommen we daar naar binnen toe. De kamers zelf mochten we niet in, maar uiteraard hebben we wel overal door de deuren naar binnen gegluurd. Niet dat er iets te zien was, want het was pikkedonker daarbinnen. Met behulp van het statief en een hele lange sluitertijd hebben we nog wel een poging gedaan om naar binnen toe te fotograferen. Het is moeilijk om goed te omschrijven hoe het voelde om hier te mogen zijn, zomaar 800 jaar terug in de tijd. Ik kan de juiste woorden niet vinden, maar geloof me, het is een van de meest fantastische plekken waar we ooit zijn geweest. Ik voel me bevoorrecht dat we dit hebben mogen zien.

Natuurlijk hebben we het advies van de Ranger opgevolgd, en zijn we ook de omgeving van The Moon House gaan verkennen. Links vonden we een helemaal vervallen rotswoning, en ook dat heeft zeker z’n charme. Rechts lag een wat minder fotogenieke Cliff Dwelling, een rijtje van zes direct naast elkaar gelegen kamers waar verder niets speciaals aan te zien was. De naam van deze Cliff Dwelling vonden we overigens wél speciaal: iemand heeft ooit voor deze zes kamers de naam Motel 6 verzonnen!

Het werd nu tijd om aan de terugtocht te gaan beginnen. Wat was het warm geworden zeg, de temperatuur was enorm opgelopen. Toen we weer bij de auto waren, zagen we op het dashboard een dikke 100 graden Fahrenheit in de display staan, zo’n 38 graden Celcius dus. Eigenlijk hadden we nog een tweede Cliff Dwelling op de planning staan, daar was nog tijd genoeg voor. Maar met deze hitte hadden we daar echt geen zin meer in, we zijn dus meteen teruggereden naar ons motel in Blanding. En dat was best wel lekker hoor, die paar uurtjes lekker lui met mijn e-reader in de schaduw voor de motelkamer bevielen me prima!

The Moon House

The Moon House


DAG 14 : VRIJDAG 1 JUNI : BLANDING – THE MONARCH CAVE – WOLFMAN PETROGLYPH – FARMINGTON

Gereden :  153 mijl

The Monarch Cave

The Monarch Cave

Afgelopen woensdag gingen we naar de fotogenieke Tower House, op donderdag bezochten we de sfeervolle Moon House, en nu, op vrijdag, was The Monarch Cave aan de beurt. En ik wil hier toch echt wel even kwijt dat we met deze drie een geweldige goede keuze hebben gemaakt uit het ruime aanbod aan Cliff Dwellings in deze omgeving, want ook The Monarch Cave bleek een topper te zijn.

De belangrijkste reden dat we nu juist voor deze Cliff Dwelling hadden gekozen, dat was de makkelijke bereikbaarheid. De hoge temperatuur was al moeilijkheidsgraad genoeg, daar hoefden we op deze dag even geen lange, klimmerige trail bij te hebben. Maar, ook al was het op papier dan een hele makkelijke onderneming, in de praktijk ging het toch meteen bij het begin al mis. Hike west and cross Butler Wash, zo luidde de opdracht die op mijn papier te lezen stond. Maar ja, er was nergens een pad te bekennen waarover we naar het westen zouden kunnen lopen, het hele gebied rondom de trailhead stond vol met dicht opeengegroeid struikgewas. Dat werd dus wringen…. takken wegduwen…… schrammen op onze benen……. Gelukkig bereikten we al snel een droogstaande kreek, dat moest Butler Wash zijn die we nu dus moesten oversteken. Omlaag, de kreek in, was heel makkelijk. Maar aan de andere zijde was de zanderige wand wat hoger. En vooral ook: véél steiler. Nu zou ik – achteraf – eigenlijk best wel willen dat ik het gefilmd had, toen Hans daar omhoog klom. Zodat ik het thuisfront had kunnen laten zien hoe ontzettend hard hij daar heeft moeten werken, dit was echt zwoegen en vooral ook heel veel zweten. Telkens nadat hij een stap omhoog had gedaan, zakte hij in het losse zand weer een halve stap naar beneden. En tijdens het allerlaatste stukje, net voor de rand, daar zakte hij dus elke keer weer een volle stap (of zelfs nog méér) omlaag….. die rand kwam maar niet dichterbij. Op gegeven moment dacht ik echt dat het hem niet zou lukken om de laatste halve meter te overwinnen. Maar hij hield vol…. tijdens zijn volgende poging kreeg hij nét de rand te pakken en ja hoor, hij stond boven! Waarna hij tegen mij kon zeggen dat ik even een stukje naar links moest lopen… daar zag hij nu een plek waar ik fluitend naar boven kon lopen!

Nog steeds bleek de route minder makkelijk te zijn dan we vooraf hadden verwacht, we wisten dankzij onze GPS weliswaar precies welke richting we in moesten maar het was niet duidelijk of we zomaar in een rechte lijn konden lopen. Want rechts van ons gaapte een kloof, die de weg tussen ons en het eindpunt leek te versperren. Verder lopen had geen zin, want daar werd de kloof steeds dieper. Teruglopen bleek een betere optie, we zagen nu al gauw een plek waar we af konden dalen en aan de andere kant weer omhoog ging ook heel eenvoudig. En ja hoor, daar lag dan toch eindelijk het pad waarnaar we op zoek waren. Het makkelijk begaanbare pad dat de routebeschrijving ons had beloofd.

The Monarch Cave Hands

The Monarch Cave Hands

The Monarch Cave Kitchen Area

The Monarch Cave Kitchen Area

The Monarch Cave Pictograph

The Monarch Cave Pictograph

Na ruim 1 kilometer lopen bereikten we The Monarch Cave. Die, net zoals de meeste andere Cliff Dwellings, heerlijk koel onder een overhangende rotswand bleek te liggen. Van verre leek The Monarch Cave zich nog in heel goede staat te bevinden, maar toen we dichterbij kwamen zagen dat toch echt de meeste muren van het bouwwerk waren ingestort, alleen de naar het dal toe gerichte zijde stond nog overeind. Wat deze plek echt speciaal maakte, dat waren de vele details die we hier tegenkwamen. De stukken hout en de restanten van het plafond die nog in het bouwwerk te zien waren. De pictographs in verschillende kleuren: roodbruin, wit, geel en zelfs groen. Er zaten diverse handafdrukken tussen, zoals we die vorig jaar ook bij de Fallen Roof Ruin hadden gezien. Het meest bijzondere hier bij The Monarch Cave, dat was the kitchen area. Met een metate als belangrijkste blikvanger. Een metate is een steen waar graan op werd gelegd, dat vervolgens met een kleinere steen (een mano) werd fijngemalen. En dat lag hier zomaar open en bloot op de grond, midden tussen een groot aantal potscherven. Bij de meeste historische vindplaatsen zijn dit soort voorwerpen vroeger door souvenirjagers of door archeologen meegenomen, we vonden het echt leuk dat het hier bij The Monarch Cave nog voor iedereen te zien is.

The Monarch Cave

The Monarch Cave

Wat de naam Monarch Cave precies inhoudt, dat hebben we niet kunnen achterhalen. Wel weten we dat deze plek al in het jaar 1892 is bezocht door de mannen van The Illustated America Exploring Expedition, zij hebben de inscriptie Monarch’s Cave 1892 op de rotswand achtergelaten. Dankzij de door hen gemaakte sketches weten we dat de ruïne er 120 jaar geleden nagenoeg hetzelfde uitzag als nu, het lijkt in de tussentijd niet veel verder te zijn vervallen.

Toen we de koele Monarch Cave verlieten, voelden we pas hoe ontzettend heet het ondertussen was geworden. Dit was echt niet leuk meer. We waren blij dat we vandaag voor deze korte trail hadden gekozen, 1 kilometer lopen was absoluut meer dan genoeg. Aan het einde van de trail lukte het alweer niet om een fatsoenlijk pad te vinden, dat vervelende struikgewas zat ons opnieuw behoorlijk dwars. Wat was ik blij toen we de auto – een paar oneindig lang durende minuten later dan ik vooraf had verwacht – eindelijk in zicht kregen. Het water in de koelbox was toch heel wat lekkerder dan het inmiddels lauwe drinkwater dat we tijdens de trail hadden gebruikt…..

The Wolfman Panel

The Wolfman Panel

’t Ergste was, dat we na 6 korte mijlen onze heerlijke airco alweer moesten verlaten. Want ja, verklaar ons maar voor gek, we hadden nóg een trail gepland. Een superkorte trail weliswaar, maar toch….. het was er niet minder heet om. We lieten de auto achter op een slickrockplateau en liepen via een smal, rotsachtig pad heel geleidelijk een stukje omlaag, een canyon in. Op één plek moesten we ons tussen de rotswand en een los op het pad staand rotsblok doorwringen, maar dat was gelukkig het enige obstakel onderweg, verder was het gewoon recht toe recht aan. Na 10 minuten lopen bereikten we ons doel, The Wolfman Panel. Nou, dit was de moeite van deze korte, warme hike absoluut waard hoor, wat een mooie petroglyhs waren dit. Zo duidelijk, zo apart…. we zagen hier weer figuren die we nog nergens eerder waren tegengekomen. Mensachtige figuren met klauwen in plaats van handen, een soort van uil, iets dat wel haast op een boot leek…. ’t Was wel jammer dat er veel kogelgaten in het paneel bleken te zitten, want verder verkeerde het echt in een bijzonder goede staat.

Zo, nu kregen ze ons voorlopig écht niet meer uit onze lekker koele auto. Het was tijd voor een flinke rit naar New Mexico, de komende nacht zouden we in Farmington slapen. Toen we daar aankwamen was het half 5 ongeveer, en we vroegen ons af of het kantoor van de BLM nog open zou zijn. Het zou wel handig zijn als we daar even informatie konden gaan inwinnen over de route die we morgen voor ogen hadden. Nu hadden we het adres van de BLM niet genoteerd, we moesten dus even afgaan op onze herinnering….. waar zat dat kantoor ook alweer? En ja hoor, we hoefden maar heel even te zoeken en toen stonden we toch echt op dezelfde parkeerplaats waar we vorig jaar ook al waren. Erg hè, dat we hier in Amerika de weg soms nog beter weten dan in ons eigen Brabant…. Maar helaas, de deur zat op slot. Eerst dachten we dat we gewoonweg te laat waren, maar het tijdstip bleek niet de reden te zijn van de gesloten deur. Want – zo lazen we op een briefje dat daar achter de ruit hing – het BLM-kantoor was verhuisd. We noteerden het nieuwe adres, en lieten TomTom even kijken hoe ver het hier vandaan lag. Oei, dat viel tegen…. we hadden toch echt geen zin om nog een half uur te gaan rijden met het risico dat we opnieuw aan een gesloten deur zouden staan. Dan maar zonder extra informatie op pad, morgen.

Ook de Chinees in Farmington kunnen we inmiddels blindelings vinden. We hadden wel zin in een lekker koud pilsje, maar eerst wilde de serveerster toch echt even het bewijs zien dat wij ouder zijn dan 21 jaar. Grappig, vorige week nog moesten we uitleggen dat we nog niet oud genoeg zijn voor een Senior Citizen Pass….. Enfin, ik liep even naar de auto om mijn paspoort te halen. Toen ik weer binnen kwam liet Hans me weten dat hij een plaatje voor me had aangevraagd. Even snapte ik niet wat ie bedoelde, maar toen drong het tot me door dat ik toch echt het vlotte, vrolijke Sweet Home Alabama van Kid Rock uit de luidsprekers hoorde komen. Wat een grappig toeval! En, een ding is zeker, dit klonk toch echt heel wat beter dan die saaie musicalmuziek die we in The Steak House in Blanding voorgeschoteld hadden gekregen.


DAG 15 : ZATERDAG 2 JUNI : FARMINGTON – CROW CANYON ARCHAEOLOGICAL DISTICT – SILVERTON

Gereden :    174 mijl

Monster Slayer Petroglyph

Monster Slayer Petroglyph

Nee hoor, het was helemaal niet erg dat we gisteren niet meer hadden kunnen informeren of de door ons geplande dirtroad er een beetje fatsoenlijk bij lag. Want onze route door Largo Canyon bleek wel héél eenvoudig begaanbaar te zijn. ’t Enige mogelijke probleem dat ons te wachten stond, dat was de San Juan River. Een brede rivier waar we dwars doorheen moesten rijden. Maar ook daarover kan ik hier geen spannende verhalen schrijven, want er was geen druppeltje water in de rivierbedding te vinden. De zanderige bodem was stevig genoeg, en de kleine helling aan de oever waarover we weer naar boven konden rijden was kinderspel voor onze Jeep. Dus al met al bleek deze rit veel makkelijker te zijn dan we van te voren hadden verwacht.

44 Panel Petroglyph

44 Panel Petroglyph

Kort na de oversteek stonden we in Crow Canyon, bij de trailhead. Op een bord van de BLM stond wat informatie: we zouden in dit gebied vooral petroglyphs aantreffen die een ceremoniële betekenis hebben. De oudste petroglyphs werden gemaakt door de Pueblo People, dat was tussen de jaren 500 en 900. Maar dat zijn er niet zoveel, de meeste petroglyphs zijn tussen de jaren 1500 en 1750 in de rotswand gekrast door de Navajo Indianen. Nadat we het bord hadden gefotografeerd, ’t is immers handig om dit soort info thuis nog eens rustig na te kunnen lezen, gingen we op pad. En al heel snel kwamen we de eerste petroglyphs tegen. De bekendste rotstekening hier is Monster Slayer, dat is een Godheid die altijd wordt afgebeeld met een verentooi op z’n hoofd, een ratel in zijn ene hand en een boog in de andere. Volgens een Navajo mythe wordt de aarde ook wel ‘the fourth World of the White Glitterling World’ genoemd, en de eerste mens die hier geboren zou zijn noemen zij Changing Woman. Zij was de moeder van Monster Slayer en diens tweelingbroer. Behalve de makkelijk herkenbare Monster Slayer zagen we nog heel veel andere figuren op de rotswand staan, veel daarvan verkeerden echt in hele goede staat. Niet voor niets wordt dit een van de betere rock art panels van het zuidwesten genoemd!

Alles lag lekker dicht bij elkaar, ondanks dat we ruimschoots de tijd namen voor al het moois waren we toch best snel klaar. Tijd genoeg dus om ook de nabijgelegen 44-panel te gaan bekijken. Daarvoor moesten we wel wat verder lopen, de afstand van de parkeerplaats tot aan de rotstekeningen bedroeg ongeveer 1300 meter. Gelukkig was het wat bewolkt, de temperatuur was veel draaglijker dan de afgelopen dagen dus de trail was prima te doen. Met behulp van de GPS liepen we rechtstreeks naar de juiste plek toe, waar we de rotstekening zagen die toch wel heel veel gelijkenis vertoont met het cijfer 44. Een keer rechtop, en een keer onderste boven. Helaas stond op het informatiebord van de BLM niet vermeld wat deze petroglyph nu eigenlijk betekende, maar we gaan er toch maar even van uit dat de Navajo iets heel anders in gedachten hadden dan het cijfer 44.

Eerlijk gezegd vonden we dit paneel een beetje tegenvallen. We zagen nog een mensfiguur, een beest, wat klauwen, maar ’t was toch echt minder mooi dan zojuist bij The Main Panel. Maar dat werd al snel helemaal goed gemaakt, want een kleine speurtocht in de nabije omgeving leverde een veel beter plekje op. Hoog in de rotswand stonden daar nog diverse mooie figuren op ons te wachten, we waren blij dat we die ontdekt hadden want dit maakte de hike dus wel echt de moeite waard. We hadden nu nog één petroglyph op het oog: The Big Warrior. Eigenlijk had ik verwacht dat we die tegen zouden komen toen we naar de parkeerplaats voor de 44-Panel reden, maar toen hadden we ‘m niet gezien. Op de terugweg bleek waarom, we vonden nu wel een paaltje maar het bordje dat daar zo te zien ooit op had gezeten was weg. De rotstekening lag niet direct langs de weg, maar verborgen achter wat struikgewas. Leuk dat we dit nu ook nog hadden gevonden, de petroglyph van deze koene strijder (die waarschijnlijk door de Pueblo People is gemaakt) mocht natuurlijk niet in onze verzameling ontbreken!

Crow Canyon Main Panel

Crow Canyon Main Panel

Zo, dit was dan toch echt de laatste rock art van deze vakantie, we zijn dit soort plekjes de laatste jaren steeds meer gaan waarderen maar voor nu was het  wel genoeg. Toen we de San Juan River weer waren overgestoken, merkten we dat het ondertussen wel heel erg bewolkt was geworden. Er zaten zelfs wat donderkoppen in de lucht! En dat met nog een lange dirtroad-route terug naar de bewoonde wereld in het verschiet! We hadden eigenlijk best wel zin om onze picknickspullen tevoorschijn te halen, maar het leek ons toch echt een beter idee om eerst maar eens een heel eind te gaan rijden.  Wat achteraf gezien niet nodig bleek te zijn, want het slechte weer zette niet door, het bleef gewoon de hele tijd droog.

We waren nog niet eens een volle dag in New Mexico, maar toch was het alweer tijd om deze staat achter ons te laten. Niet dat we ons hier niet langer zouden hebben kunnen vermaken, maar ja, we wilden ook nog een stukje Colorado zien. Dus zetten we koers richting Silverton, dat in een voor ons een compleet nieuw stukje Amerika ligt. We reden o.a. door de plaats Durango heen, een naam die ik al heel vaak heb zien noemen in reisverslagen van mede-Amerikagangers. Hoewel we alleen maar een zijkantje van deze stad meepikten, was al duidelijk te zien dat het daar erg toeristisch is, we zagen overal motels, hotels en souvenirwinkeltjes.

Crow Canyon Petroglyph

Crow Canyon Petroglyph

Big Warrior Petroglyph

Big Warrior Petroglyph

Crow Canyon Main Panel

Crow Canyon Main Pane

We hadden nu nog een uur rijden voor de boeg. En terwijl we zo – letterlijk – naar het hoge noorden reden, zakte de temperatuur voortdurend. Jee, ’t was koud hier in Colorado…… We verwachtten eigenlijk dat Silverton een tweede Durango zou zijn, wat kleiner misschien, maar wel met dezelfde uitstraling. Maar nee hoor, Silverton en Durango lijken totaal niet op elkaar, we belandden hier in Silverton echt in een heel andere wereld…. Het plaatsje was veel kleiner dan we vooraf dachten, de brede Main Street was verhard maar alle zijstraten waren onverhard. Veel van de huizen en winkeltjes waren beschilderd in de niet alledaagse kleuren paars, groen, blauw, oranje…..

Silverton

Silverton

Maar nu sla ik eigenlijk een stukje over….. want op het moment dat we Silverton binnenreden, zagen we vrijwel meteen een Visitor Center. Handig, want we wilden graag even navragen of we hier informatie zouden kunnen krijgen over de Yankee Girl Mine, die we morgen wilden gaan bekijken. Binnen zat een man achter de balie – leeftijd: richting pensioen – die enigszins verstoord leek te zijn door onze binnenkomst. We hadden hem wakker gemaakt, zo zei hij; het klonk serieus maar we gingen er toch maar van uit dat het bedoeld was als een niet al te geslaagd grapje. Onze vraag over de toestand van de onverharde weg die naar de Yankee Girl Mine gaat verraste hem; na enige aarzeling liet hij ons weten dat er helemaal geen weg naar toe loopt. Tenminste, hij woonde al meer dan 25 jaar in Silverton en hij had nog nooit van zo’n weg gehoord. Uhhh, wij hadden toch echt een You Tube filmpje gezien dat iemand had gemaakt vanuit een rijdende auto, dus dat er een weg liep wisten we toch eigenlijk wel zeker. Het was ons meteen duidelijk dat we hier in het Visitor Center niet op meer informatie hoefden te rekenen. Gelukkig gaf de man ons nog wel een tip waarmee we hopelijk wel iets konden: een paar blokken verderop zat een kantoortje van de National Forest Service, en dat was net vandaag voor het eerst dit seizoen open, misschien konden we daar meer informatie krijgen. We bedankten de man voor de tip, terwijl we zijn kantoortje verlieten zei hij nog dat hij nu gelukkig weer verder kon slapen. Wat een vreemde man, hij gaf ons echt het gevoel dat we hem maar wat hadden lastig gevallen……

En ook de man die in het kantoor van de NFS zat, liep niet over van enthousiasme toen we onze vraag aan hem voorlegden. Hij draaide er een beetje omheen, we konden niet peilen of hij niet wist hoe je bij de Yankee Girl Mine moest komen, of dat hij het om een of andere reden niet wilde zeggen. Waar waren we toch beland, wat een vreemde mensen woonden hier in Silverton!! We vroegen de man of hij nog andere tips voor ons had, er zouden enkele ghost towns in deze omgeving liggen en we wilden graag weten of die goed bereikbaar waren. Opnieuw aarzelende, ontwijkende antwoorden…. En toen, terwijl we eigenlijk al geen bruikbaar antwoord meer verwachtten, kwam er toch ineens een folder op de balie. Met daarin een duidelijke plattegrond die ons de weg zou wijzen naar Ghost Town Animas Forks, ten noorden van Silverton. De weg tot aan Animas Forks zou met onze auto goed te doen zijn, zo liet de man weten, het was overal geschikt voor auto’s met tweewielaandrijving. Alleen verder rijden, dát moesten we vooral niet doen. Want voorbij de Ghost Town zou de weg echt te slecht zijn. Kijk, dit was informatie waar we wat mee konden!

Silverton

Silverton Main Street

Zo, nu eerst een overnachtingsplek regelen. We reden een wat smoezelig uitziend motel maar gauw voorbij; bij het Red Mountain RV-park dat we daarna tegenkwamen wilden we het wel graag even proberen. Prima keuze, er was plek in een mooie cabin waar we het zeker wel een nachtje vol zouden houden. Nadat we ons daar geïnstalleerd hadden, was het dan toch echt tijd om het plaatsje Silverton wat beter te gaan verkennen. Ik moet zeggen, het was wel even wennen…. Lag dat aan de vreemde ontvangst in de beide kantoortjes, of aan die vrouw die zo nadrukkelijk even kwam kijken wat wij aan het doen waren toen we in een van de achteraf straatjes een kerkje fotografeerden….. Maar naarmate we langer rondliepen, begon Silverton ons steeds beter te bevallen. Wat een mooie gebouwen, sfeervolle uithangborden, kleine details zoals een waterton op het trottoir of een ouderwetse fiets tegen een gevel. Het had even geduurd, maar nu waren we toch echt helemaal óm: wat een leuk plaatsje was dit!

In een park zagen we een bijeenkomst van mensen in ouderwetse kleding. Jammer genoeg was ’t nét afgelopen toen wij daar aankwamen, de dames in lange jurken en de mannen in oude kostuums waren net aan het weggaan. Zonde, dit zou echt een heel leuk fotografie-onderwerp zijn geweest. We wandelden wat verder, en hé, daar kwamen we zomaar een bordeel tegen. Een voormalig bordeel, om precies te zijn, tegenwoordig is het een restaurant. Dat kwam goed uit, want het was al lang etenstijd. Terwijl we daar bij Natalia’s lekker zaten te smullen (even reclame maken voor dit prima restaurant!), hoorden we dat buiten op straat pistoolschoten klonken. Potverdorie, moesten we nu ook nog deze shoot-out missen…. want om nu ons eten koud te laten worden leek niet echt een goed idee.

’s Avonds heb ik nog een tijd lang heerlijk op de veranda voor onze cabin zitten lezen. Dik ingepakt, want het was eigenlijk veel te koud om buiten te zitten. Het regende zelfs een beetje, maar ik zat lekker droog onder mijn afdakje. Toen het beetje regen overging in een hele harde bui, ben ik uiteindelijk toch maar naar binnen gevlucht! O jee, regen, onweer, dat beloofde nog wat voor de dirtroads die we voor morgen in gedachten hadden.


DAG 16 : ZONDAG 3 JUNI : SILVERTON – YANKEE GIRL MINE – BLACK CANYON OF THE GUNNISON – MONTROSE

Gereden :    151 mijl
’t Eerste dat we doen nadat we wakker zijn geworden, is even naar buiten kijken. En wat denk je: we zagen een stralend blauwe lucht!! En daarna gaat altijd meteen de laptop aan, even kijken of het thuisfront nog iets te zeggen heeft. En wat we daar zagen was nog veel mooier, onze kleindochter keek via de webcam vanuit Utrecht zomaar onze cabin in. Super hoor, om zo ’s ochtends in alle vroegte dat enthousiaste stemmetje “Opa” en “Oma” te horen roepen. En dat blije gezichtje, want ze had een oranje ballon gekregen die ze ons nu graag wilde laten zien. Nou, onze dag had niet beter kunnen beginnen; even later vertrokken opa en oma in opperbeste stemming richting Animas Forks, de gerenoveerde ghost town 12 mijl verderop.

Yankee Girl Mine

Yankee Girl Mine

Ondanks de regenbui van gisterenavond lag de dirtroad er prima bij. Onderweg zagen we al diverse oude mijngebieden, één ervan was zelfs nog in gebruik. De meeste gebouwen waren niet echt fotogeniek, alleen in het in 1873 gestichte plaatsje Howardsville vonden we The Little Nation Mill best wel de moeite waard. Toen we er al een heel stuk van de rit op hadden zitten, kwamen we tot onze verbazing ineens een bord tegen waarop stond vermeld dat vanaf dat punt 4×4 noodzakelijk was. En dat terwijl die man ons gisteren toch echt verteld had dat Animas Forks makkelijk te bereiken zou zijn met een gewone personenauto. Okay, we hadden een 4×4 Jeep onder onze kont, dus natuurlijk konden we het wel gewoon even gaan proberen…. Maar ’t zat me al gauw niet echt lekker, de weg verslechterde zienderogen en die afgrond rechts naast ons was ook niet goed voor m’n zelfvertrouwen. Wat ik altijd het meest vervelend vind in dit soort situaties, is dat je niet weet wat er nog gaat komen. En of je, als je een stuk tegenkomt dat écht te slecht is, wel de ruimte zult hebben om te keren. Animas Forks stond sowieso niet echt hoog op ons verlanglijstje, we besloten dan ook om het risico niet te nemen. Omdraaien dus, en terugrijden naar Silverton.

Cross Fissures Viewpoint

Cross Fissures Viewpoint

Waar we nog even geprofiteerd hebben van het feit dat het licht nu veel beter was dan de avond ervoor, we hebben nog gauw wat foto’s gemaakt van dit leuke plaatsje. Ons volgende doel was de rit over de fameuze Million Dollar Highway, met daarbij natuurlijk ook even een uitstapje naar de Yankee Girl Mine. Nu moet ik bekennen dat wij op zich niet veel met berglandschappen hebben, het is wel mooi natuurlijk maar we hebben er gewoon veel minder een klik mee dan met woestijnlandschappen. Maar bij deze vakantie hadden we er heel bewust voor gekozen om ook de staat Colorado eens wat beter te gaan bekijken, en tja, daar horen dan toch zeker ook berglandschappen bij. Vandaar dus de Million Dollar Highway. En, ik moet zeggen, het was echt een mooie rit. Een must voor liefhebbers van dit soort ritten, en voor ons toch ook zeker erg de moeite waard…. De ene haarspeldbocht na de andere, ruige rotswanden, donkergroene bomen met opvallende lichtgroene bomen daartussen….. De aanleg van deze weg heeft ongetwijfeld kapitalen gekost, we denken dat de naam zo’n beetje de kosten per mijl aangeeft!

We wisten inmiddels dat we de Yankee Girl Mine zouden kunnen vinden aan de onverharde County Road 31. En dat het begin en het einde van die weg allebei uitkwamen op de Million Dollar Highway. Wat we alleen niet wisten, dat was welk van de beide uiteindes van die weg we nu het beste in konden rijden. In eerste instantie gokten we verkeerd, we reden weliswaar County Road 31 op maar de weg werd meteen al vreselijk slecht en bovendien kwamen we ook meteen al terecht bij een splitsing waar niet duidelijk was of we nu de linker- of de rechtertak zouden moeten volgen. Niet doen, dus. Terug naar de Million Dollar Highway. Gelukkig vonden we ook het andere uiteinde van de weg, en hier ging het beter. De weg was wel nog erg nat, en Hans is diverse keren uitgestapt en een stukje vooruit gelopen om voorbij een onoverzichtelijke bocht te kunnen kijken. Maar gelukkig bleef het overal goed genoeg begaanbaar. Voor een SUV, tenminste, met een gewone personenauto zou dit niet gelukt zijn.

En ineens, daar was ie dan: de Yankee Girl Mine! Wauw, dit was echt net zo mooi als we van te voren al hadden gehoopt, wat een schitterend plekje hadden we toch weer bereikt. De Yankee Girl Mine is omstreeks het jaar 1882 gebouwd door ene meneer Robinson, die hier zilvererts had ontdekt. En al één maand nadat de mijn in gebruik was genomen, verkocht hij het voor het lieve sommetje van 125.000 dollar! Achteraf gezien was hij toch wat te voorbarig, want de mijn heeft voor maar liefst 8 miljoen dollar aan goud-, zilver- en kopererts opgebracht. Uiteraard kwamen wij nu niet hier om goud en zilver te zoeken (al zou het natuurlijk wel een leuke bijkomstigheid zijn geweest als we wat goudklompjes hadden gevonden!), maar om foto’s te maken. En dat viel helaas nog niet mee….. aan de voorzijde van het mijngebouw hadden we ontzettend veel last van het zonlicht dat op het hout weerkaatste, het was haast niet mogelijk om de belichting vanaf deze kant acceptabel te krijgen. De meeste foto’s hebben we daarom gemaakt vanaf de zijkant. Ook mooi, maar veel variatie in de compositie was er nu niet mogelijk. Maar, geloof me, ook ondanks de moeilijke fotografie-omstandigheden hebben we enorm genoten van ons bezoek aan deze mijn. We zijn echt blij dat we onze zoektocht niet te snel hebben opgegeven.

We gingen terug naar de Million Dollar Highway, die overigens voorbij het plaatsje Ouray duidelijk minder mooi werd. Ons einddoel van vandaag was de plaats Montrose, waar we onszelf verwenden met een wat luxere motelkamer dan gebruikelijk, in de Best Western. Compleet met bubbelbad, dat was een primeur voor ons! Maar natuurlijk gingen we niet meteen op onze kamer zitten, want hier bij Montrose lag nog een Nationaal Park op ons te wachten. Black Canyon of the Gunnison, om precies te zijn. Black Canyon is een van de steilste, donkerste en meest ruige canyons van Amerika, en dus echt iets wat wij ooit gezien moeten hebben! Op sommige plekken is de kloof maar liefst 600 meter diep, en op de meeste plaatsen is de overkant niet verder dan 450 meter weg. Helaas….. ook nu zat het weer wat tegen. Vanochtend zouden we, bij de Yankee Girl Mine, graag bewolking hebben gehad. En hier, in Black Canyon, zouden we nu juist een stralend zonnetje op prijs hebben gesteld. Maar nee hoor, de zon had zich inmiddels verborgen achter een stapel grauwgrijze wolken, en er viel nu vrijwel geen licht meer in de toch al zo donkere kloof. Black Canyon is echt een kijkpark, geen doe-park. Het bestaat hoofdzakelijk uit viewpoints, die je steeds weer een andere blik in de kloof bieden. Ik vermaakte me er prima hoor, ik vond het erg leuk om de prachtige structuur van de vulkanische rotswanden te bestuderen en te luisteren naar het geluid van de Gunnison River die een paar honderd meter lager met veel geweld tussen de rotswanden door stroomde. Hans had duidelijk iets minder met het park dan ik, alleen maar viewpoints bezoeken is toch echt minder leuk dan ergens ronddwalen en zelf de mooie plekken zoeken. En eigenlijk moet ik hem daar wel gelijk in geven, ik vond Black Canyon of the Gunnison een prachtig park en ik ben blij dat ik het gezien heb, maar het heeft mijn favorieten-lijstje niet gehaald.

Painted Wall Viewpoint

Painted Wall Viewpoint

Net buiten het park kan je via de steile, bochtige East Portal Road naar beneden rijden, helemaal tot aan de rivier. En uiteraard hebben wij dat ook gedaan. Wat een verschil zeg, met het park zelf. The Gunnison River kabbelde hier lekker rustig tussen de lage, puntige rotswanden door. We vonden het een ideaal plekje om te picknicken, we hebben ons lekker langs de oever geïnstalleerd met onze stoelen en koelbox. Terwijl we daar zaten te eten, zag ik een fietser via de East Portal Road naar boven rijden. Jee, wat ging dat moeizaam…… hij slaagde er niet in om een rechte lijn aan te houden, hij slingerde van links naar rechts over de weg heen. Zou hij echt van plan zijn om al die vijf steile mijlen naar boven toe te gaan fietsen??

De zon leek wat terrein te winnen op de wolken, we besloten dan ook om nog even naar het park terug te rijden in de hoop dat het licht nu wat beter zou zijn. Onderweg zagen we onze arme eenzame fietser ook nog zwoegen, hij was nog maar nauwelijks opgeschoten. Wel knap hoor dat hij dit zo volhield! Onze tweede fotosessie in Black Canyon leverde helaas niet veel extra’s op, want de zon had er al geen zin meer in. We zijn dan ook wat eerder dan gepland naar ons motel gereden. Even lekker bubbelen!!

’s Avonds, toen we in bed lagen, vroeg ik aan Hans: “Wat denk je, zou hij er al zijn?” En hij wist meteen wie ik bedoelde….


DAG 17 : MAANDAG 4 JUNI : MONTROSE – GARDEN OF THE GODS – MANITOU SPRINGS

Garden of the Gods

Garden of the Gods

Gereden :    266 mijl
We hadden geen druk programma, voor vandaag. Een lange autorit, dat wel, maar dat vinden we geen van beiden erg. En daarna alleen het kleine, toeristische Garden of the Gods State Park. Misschien zouden we nog wel wat tijd over hebben om in Colorado Springs te gaan winkelen, want opa en oma kunnen natuurlijk niet met lege handen thuis komen.

We waren pas rond 9 uur bij ons motel weg. Tja, dat krijg je ervan als je geen wekker zet, en daarna ook nog eens uitgebreid gaat ontbijten voordat je vertrekt. Dat doen we anders bijna nooit, onderweg picknicken vinden we veel leuker, maar het ontbijt hier was zo goed dat we toch maar een keer overstag zijn gegaan. Enfin, om 9 uur zaten we dan toch eindelijk in de auto en konden we beginnen aan de lange rit naar Manitou Springs. Er viel genoeg moois te zien onderweg, zoals het gigantisch lange Lake Fork waaraan maar geen einde leek te komen, en daardoor schoot ’t best lekker op allemaal. Wat minder mooi was, dat waren de dreigende wolkenluchten waar we recht naar toe reden. Dat bezoek aan The Garden of the Gods werd nog twijfelachtig……

Garden of the Gods

Garden of the Gods

Zo rond 12 uur ’s middags begon het inderdaad te reg enen. Maar tegen de tijd dat we Manitou Springs bereikten, was het gelukkig al weer droog. We zijn eerst maar eens een motel gaan regelen, en daarna reden we naar het park toe. We waren benieuwd hoe het ons zou bevallen, enkele mede-Alles-Amerika-forummers hadden ons laten weten dat het voor ons, met al onze eerdere ervaringen, misschien niet meer indrukwekkend genoeg zou zijn. Meteen toen we het park binnenreden voelde ik heel goed aan wat ze bedoelden, we zagen een niet al te spectaculaire Balanced Rock direct naast de weg en het krioelde daar letterlijk van de toeristen. Op de parkeerplaats waren nog maar een paar plekjes vrij, ook wij zijn daar gestopt en zijn daar even lekker toeristje gaan spelen. En om eerlijk te zijn, dat was best wel lekker ontspannend hoor. Nadat we de nodige plaatjes van Balanced Rock hadden geschoten zijn we de rest van het park gaan verkennen. ’t Was zelfs nog wat kleiner dan ik vooraf had verwacht, voordat we het wisten bereikten we al het noordelijke uiteinde van het park. Waar we – na even zoeken – voor onze Jeep een plekje vonden op de grote parkeerplaats daar.

Via de mooi aangelegde paden zijn we het park verder te voet gaan verkennen. Ja, het was hartstikke toeristisch daar. Maar ook, en daar ging het ons om, bijzonder fotogeniek! Toch hebben we nog niet heel veel foto’s gemaakt, we waren vooral op zoek naar mooie fotoplekken en we wilden tegen de avond, als het licht wat beter zou zijn, pas echt aan de slag. En dan is het toch wel heel handig dat zo’n park midden in de stad ligt. Bij bijvoorbeeld Broken Bow Arch moesten we ter plekke wachten tot het licht voor fotografie goed was, maar hier konden we gewoon even de stad inrijden, een pizzaatje gaan eten, en daarna weer terug het park in.

Waar we dus verrast werden door flink veranderde weeromstandigheden. De dreigende wolken die we tijdens onze lange rit eerder deze dag hadden gezien waren terug, en ze hingen allemaal boven Garden of the Gods!! We besloten om toch maar gewoon onze planning aan te houden, we zouden wel zien hoe lang we nog konden fotograferen…. Dat betekende dus: eerst naar de trailhead voor de Siamese Twins. Op het moment dat we de auto daar parkeerden, begon het gigantisch hard te waaien… een heuse zandstorm maakte het ineens hartstikke donker daar. Maar, ’t was nog wel steeds droog! “We gaan gewoon”, besliste Hans. Nou, gewoon was niet het juiste woord want we hebben de 1 mijl lange trail bijna rennend gedaan. Hans ging vooruit, ik volgde in mijn eigen tempo. Toen ik zo halverwege de trail de mooie tweelingrots bereikte stond hij al volop te fotograferen, ik heb even een minuutje rondgekeken en ben toen meteen weer verder gelopen, Hans zou me vast wel weer inhalen.

Toen we weer bij de auto terugkwamen, ik zelfs nog net iets eerder dan Hans, was het tot onze verbazing nog steeds droog. Dus besloten we om gewoon nog in het park te blijven. Voor een van de shots die we in gedachten hadden hoefden we niet eens bij de auto weg, we konden gewoon vanaf de parkeerplaats direct naast de weg onze foto’s maken. Achter ons stond een auto met daarin een man die onbeweeglijk achter het stuur bleef zitten. En met onbeweeglijk bedoel ik dus echt, letterlijk, onbeweeglijk. Het leek wel een etalagepop; ik moet toegeven dat ik verschillende keren stiekem  heb omgekeken om te zien of hij nog steeds precies in diezelfde houding in het niets zat te staren. Wat een engerd zeg, wat deed hij daar zo alleen in die auto? Ik was blij toen er op gegeven moment toch leven in bleek te zitten…. hij bewoog!! Hij bleek zelfs in staat te zijn om een auto te besturen, want hij reed nu van de parkeerplaats weg.

Terwijl we daar op de parkeerplaats stonden, kwam de zon nog nét even tussen de wolken door. Super, de rotsen werden nu even heel mooi belicht. Even later verdween de zon definitief, we hebben de rest van onze plannen dan ook maar afgeblazen en zijn naar ons motel gereden. Maar toch, ook al hebben we dan minder foto’s gemaakt dan we eigenlijk wilden, we waren wel heel erg blij met het resultaat van onze photoshoot. Want, eerlijk is eerlijk, die dramatische lucht boven onze rotspunten ziet er toch net even wat mooier uit dan een strakblauw achtergrondje!

Garden of the Gods

Garden of the Gods


DAG 18 : DINSDAG 5 JUNI: MANITOU SPRINGS – CALHAN PAINT MINES – AIR FORCE ACADEMY CHAPEL – ESTES PARK

Gereden :    242 mijl
TomTom beloofde ons dat we er ongeveer 50 minuten over zouden doen om ons doel, de Calhan Paint Mines ten noordoosten van de stad Colorado Springs, te bereiken. Maar ja, Tommie wist natuurlijk niet dat het zo druk zou zijn onderweg, en ook niet dat ons twee keer oponthoud wegens wegwerkzaamheden te wachten stond. Je snapt ‘m al….. het plaatsje Calhan kwam niet na 50 minuten, maar pas na een kleine anderhalf uur rijden in zicht.

Calhan Paint Mines

Calhan Paint Mines

Volgens mijn informatie moesten we nu de Yoder Road hebben, en ja hoor, een paar mijl voorbij Calhan vonden we inderdaad een weg met het naambordje Yoder Road. Dat zag er goed uit. Totdat we twee minuutjes later ondervonden dat dit een privéweg was, we konden niet verder! Chips, wat nu? Ik had nog een tweede routebeschrijving, en nu pas viel het me op dat die niet gelijk was aan de beschrijving die ik als eerste had gebruikt. Nummer 1 had het over rechtsaf voorbij Calhan, nummer 2 wilde ons echter linksaf sturen. Hoezo verwarrend!

Uiteindelijk vonden we ook nog een Yoder Street (niet Yoder Road, dus). Rechtsaf, net voorbij Calhan. Daar zijn we ook maar eens een kijkje gaan nemen en gelukkig zagen we bij de eerstvolgende splitsing een bordje dat ons de goede richting naar het park wees. ’t Bleek nu nog maar een paar minuten rijden te zijn tot aan de parkeerplaats. Daar was overigens nog niets van het park te zien, rondom ons heen bevond zich alleen maar een wat saai prairielandschap. Maar – zo lazen we op een informatiebord – een stukje verderop zouden we toch echt worden getrakteerd op sandstone-capped spires and hoodoos, and colorfull hues of clay, in a unique geological area. En inderdaad, na enkele minuten lopen ging het pad geleidelijk aan omlaag en gingen we een komvormig laag gedeelte in waar we langs de zijwand een heel stel grauwwitte klei- en zandsteensculpturen zagen. Leuk om te zien, maar de echte oooh’s en aaah’s bleven bij ons uit.

We liepen nog wat verder het gebied in. De vormen van de kleine rotsen werden steeds grilliger en de grauwwitte kleur maakte plaats voor een heel palet aan zachte tinten: donkergeel en lichtgeel, donkerbruin en lichtbruin, allerlei tinten roze, en ook wit, spierwit zelfs. Op diverse plaatsen konden we tussen de rotsen doorlopen en zelfs een beetje klimmen hier en daar…… na de wat lauwe start waren we nu echt helemaal om, dit was geweldig! We genoten volop, als er één gebied is dat de kwalificatie ‘klein, maar wel bijzonder fijn’ verdient, dat is het de Calhan Paint Mines wel.

Calhan Paint Mines

Calhan Paint Mines

We waren er niet alleen. Op gegeven moment hoorde ik stemmen, en een bochtje verder kwamen we een groep van pak ‘m beet zo’n 11 mensen tegen. Eén gids, en 10 brave volgers. Jee, wat was ik blij dat ik niet naar die man hoefde te luisteren, hij had zo’n monotone, saaie stem dat ik er spontaan bij in slaap zou zijn gevallen. Toen we een kwartiertje later weer terugliepen zat de groep nog steeds op dezelfde plek, voor mijn gevoel zat iedereen maar een beetje verveeld voor zich uit te kijken. En daardoor besefte ik weer eens hoe heerlijk het is om zelf – zonder gids – rond te kunnen dwalen in zo’n gebied en volop de tijd te kunnen nemen voor alle mooie plekken.

Nou ja, volop de tijd…… we hadden nog meer op de planning staan, vandaag. Dus moesten we op gegeven moment toch echt – met tegenzin – besluiten om de mooie rotsen vaarwel te zeggen en naar de auto terug te lopen. Eigenlijk was het ondertussen ook tijd geworden om te gaan eten, maar daar stak de loeiharde wind een stokje voor. Als we geprobeerd zouden hebben om hier te gaan picknicken, dan zouden onze boterhammen ongetwijfeld ergens in de prairie zijn beland. Uiteindelijk hebben we ergens onderweg een enigszins beschut plekje gevonden, aan de rand van de parkeerplaats van een Walmart. En dat gaat niet echt de boeken in als ons meest favoriete picknickplekje van deze vakantie. Maar ja, je moet wat, he.

Air Force Academy Chapel

Air Force Academy Chapel

We hadden nu iets totaal anders op het oog. En dat ‘totaal anders’ mag je heel erg letterlijk nemen… we gingen namelijk de Air Force Academy Chapel fotograferen. Dat is een heel markant gebouw, een gebedshuis, op het terrein waar de cadetten van de Amerikaanse luchtmacht worden opgeleid. Ik was wel benieuwd of we zomaar het Air Force Academy terrein op zouden mogen rijden, ik verwachtte dat er toch wel een uitgebreide veiligheidscontrole aan te pas zou komen. Maar dat viel hartstikke mee. De jonge soldaat bij de ingang wilde Hans z’n paspoort zien, en we moesten ook de kofferbak open maken. Maar dat was alles, binnen 1 minuut konden we alweer verder rijden. Naar de Chapel die we een heel stuk verderop al zagen staan.

De Chapel is gemaakt van aluminium, glas en staal, en het heeft 17 spitse punten die ongeveer 45 meter hoog zijn. Uiteraard hebben we allereerst flink wat foto’s gemaakt van de buitenzijde. En zijn we daarna ook binnen een kijkje gaan nemen. We werden ontvangen door een vriendelijke gastvrouw, die er gelukkig geen enkel bezwaar tegen had dat wij een statief bij ons hadden. Want daarover hadden we vooraf toch wel even getwijfeld, het is immers niet overal toegestaan om een statief mee te nemen.

Nu konden we echt gaan genieten van de prachtige protestantse gebedsruimte. De architect was zeer geïnspireerd geweest door het thema luchtmacht, er waren ontzettend veel details te zien die dat duidelijk maakten. Zoals de zijkanten van de kerkbanken, die de vorm van een vliegtuigvleugel hadden. Net zoals het altaar. Boven het altaar hing een decoratie in de vorm van een propellor. En natuurlijk waren er ook de mooie V-vormige ramen en de hemelsblauwe kleur die alles overheerste. Kortom, er viel hier heel veel te fotograferen. En geloof me, we hebben er ontzettend veel plaatjes gemaakt!

Nu zijn er ook nog enkele andere gebedsruimtes in het gebouw, en die wilden we natuurlijk ook graag zien. De katholieke gebedsruimte was veel kleiner en ook veel minder fotogeniek dan die van de protestanten. De mozaïekwand achter het altaar was wel mooi, maar verder waren er geen echte blikvangers. We waren dan ook best wel snel uitgekeken hier. Ook de Joodse gebedsruimte en het piepkleine kamertje voor de Boeddhisten waren fotografisch gezien niet heel interessant. Al vonden we het zeker wel leuk om ze ook even te bekijken. Volgens mijn informatie zou er ook nog een all-faiths room in het gebouw zijn, maar ondanks dat we er tot twee keer toe helemaal omheen gelopen zijn, konden we die niet vinden. Ach, we waren al dik tevreden met de mooie buitenzijde en de prachtige protestantse gebedsruimte, we hebben er verder dan ook geen moeite meer voor gedaan.

We moesten ook echt verder nu. Vandaag had alles meer tijd gekost dan we vooraf hadden ingeschat, en we hadden nog een flinke autorit voor de boeg. Helemaal naar Estes Park, bij Rocky Mountain National Park. En ook die rit duurde – helemaal in de stijl van deze dag – veel langer dan we hadden gepland. We moesten dwars door Denver heen en daarbij kwamen we in een stevige file terecht. Een heuse autofile, da’s weer eens wat anders dan een koeienfile. Gelukkig waren we gisteren zo slim geweest om alvast een motelkamer in Estes Park te reserveren, dat doen we niet vaak maar voor zo’n toeristische plek namen we toch maar liever het zekere voor het onzekere. En het was nu toch wel een prettig idee dat – ondanks onze late aankomst – onze slaapplek al geregeld was. In Estes Park hebben we alleen nog even een snelle hap gegeten, McDonalds dus. En daarna heeft Hans nog heel wat werk gehad om voor ons live reisverslag een keuze te maken uit de vele foto’s die we vandaag hadden gemaakt.

Air Force Academy Chapel

Air Force Academy Chapel


DAG 19 : WOENSDAG 6 JUNI : ESTES PARK – ROCKY MOUNTAIN NATIONAL PARK – ESTES PARK

Gereden :    76 mijl
’t Is vaak erg druk op de Bear Lake Road in Rocky Mountain National Park, en de kans dat je er geen vrije parkeerplek kunt vinden is dan ook groot. Nu was dit probleem gelukkig heel makkelijk op te lossen: we gingen gewoon lekker vroeg op pad! Het bleek dat er wel meer mensen op dit idee waren gekomen, want om 7 uur ’s ochtends mochten we al achteraan sluiten in een file…. Die overigens niet het gevolg was van een heel groot verkeersaanbod, maar van wegwerkzaamheden: de Bear Lake Road werd gerenoveerd. Grondig gerenoveerd, mag ik wel zeggen, er stond zoveel werkmaterieel dat we ons weer even in Nine Mile Canyon waanden. We hadden trouwens wel geluk hoor, dat we op dit vroege tijdstip waren gekomen. Want, zo hoorden we achteraf, vanwege de wegwerkzaamheden werden er vanaf 9 uur ’s ochtends geen personenauto’s meer op de weg toegelaten. Alle bezoekers verplicht met de shuttlebus, dus!  Maar wij mochten nog gewoon lekker met de eigen auto de 10 mijl lange route afleggen. Met wat oponthoud hier en daar, maar al met al viel dat gelukkig wel mee. En op de parkeerplaats hadden we volop plek, uiteraard.

Nymp Lake

Nymp Lake

Dream Lake

Dream Lake

Het was nu al heel wat dagen geleden dat we voor het laatst serieus gehiked hadden….. het werd tijd om onze beenspieren weer eens aan het werk te zetten. Nou, die beenspieren hielden zich prima hoor, die hadden niet echt veel moeite met de klim naar Nymph Lake. Maar mijn adem….. na 5 minuten lopen was ik al aan het puffen en het hijgen alsof ik net de marathon had gelopen! Gelukkig kon ik even op adem komen toen we het meertje bereikten, want uiteraard moesten er hier foto’s worden gemaakt. Het tweede deel van onze hike ging beter; okay ik was nog wel wat buiten adem hier en daar maar dat lag dan vooral aan de breathtaking scenery. Want hoe hoger we kwamen, hoe mooier het werd. Tijdens het eerste deel van de trail hadden we vooral tussen de bomen door gelopen, maar nu werden de rotsachtige pieken van de Rocky Mountains steeds duidelijker zichtbaar. Dream Lake was ons tweede meer aan deze trail. Een prachtig plaatje hoor, het water, de dichtbegroeide oevers, en op de achtergrond de ruige grijze rotsen die deels nog onder de sneeuw zaten. Net voorbij Dream Lake lag er zelfs nog een dikke laag midden op het wandelpad. Dat liep niet echt makkelijk, ik was dan ook blij dat we vrij snel alweer de vertrouwde rotsbodem onder onze voeten voelden.

Na opnieuw een flinke klim bereikten we het derde meer, Emerald Lake. Waar ik een tijdlang op een heerlijk plekje op de rotsachtige oever heb zitten rusten terwijl Hans foto’s aan het maken was. Okay, wij zijn vooral van de woestijnlandschappen, van dor, droog en stoffig. Maar wat heb ik hier zitten genieten van deze totaal andere omgeving, ook dit heeft absoluut z’n charme. Rocky Mountain National Park steeg op dit moment behoorlijk in mijn achting

Emerald Lake

Emerald Lake

Bear Lake

Bear Lake

Via dezelfde route zijn we weer teruggelopen naar de parkeerplaats. Jammer dat we nergens picknicktafels zagen, nu moesten we – heel ongezellig – onze stoelen naast de auto zetten en daar onze boterhammen smeren. Maar ach, het was wel heel wat beter dan die parkeerplaats van gisteren, bij de Walmart. Zo, onze honger was gestild en onze voeten waren uitgerust, waarom niet even fanatiek doen en nog een stuk gaan lopen? Want we wilden toch ook wel graag Alberta Falls gaan bekijken. Terwijl we daar naar toe liepen, sloeg het weer ineens flink om. Geen helderblauwe lucht meer boven ons hoofd, maar grauwe wolken…. We voelden zelfs wat druppels zo nu en dan, maar gelukkig, een echte regenbui bleef ons bespaard. We waren er niet echt rouwig om hoor, dat het niet meer zonnig was, een waterval fotograferen is immers veel makkelijker als het bewolkt is!

Owl

Owl

Alberta Falls

Alberta Falls

Toen we weer terug waren bij de auto had ik het echt wel even gehad. We hadden nu bij elkaar toch wel een kleine 10 kilometer gelopen en daarbij flink wat hoogteverschillen overbrugd, beenspieren en voeten lieten me weten dat ze het wel genoeg vonden voor vandaag. Maar ja, we stonden hier wél op de Bear Lake Trailhead en we hadden Bear Lake zelf nog helemaal niet gezien! Nou vooruit, dat hele korte wandelingetje moest dan ook nog maar even……

Elk

Elk

Het kostte ons maar een paar minuten om naar het meer toe te lopen. En daar kwamen we al snel tot de conclusie dat Bear Lake ons minder inspireerde dan de drie andere meren die we vandaag al hadden gezien. We zijn dan ook niet, zoals de bedoeling was, helemaal om het meer heengelopen. Gauw even een paar foto’s maken, en terug naar de auto. Het was mooi genoeg geweest voor vandaag.

Hoewel, we hadden nog wel een stukje middag over, zonde om nu al naar Estes Park terug te rijden. Lopen hadden we genoeg gedaan, maar een stukje rijden klonk nog wel heel aantrekkelijk. Aan de Bear Lake Road kregen we opnieuw te maken met oponthoud, al was dat wel heel leuk oponthoud deze keer. Langs de weg stonden drie elks (volgens mij is de beste vertaling: wapiti-herten) lekker pootje te baden in een ondiep kreekje.  Het waren best wel grote beesten maar toch denken we dat ze nog vrij jong waren, zeker bij twee van de herten leken de geweien nog niet volgroeid te zijn. Ik denk dat we zowat tien minuten hebben staan te genieten daar, van dit mooie schouwspel. Toen hadden de herten er weer genoeg van, en verdwenen ze in het struikgewas. En wij weer in de auto.

Via de Trail Ridge Road zijn we verder het berglandschap van de Rocky Mountains ingereden. Helemaal tot aan het Alpine Visitor Center. En koud dat het daar was…. echt ijzig koud. Ja, wat wil je ook, op deze hoogte (bijna 3600 meter!) en met een loeiharde, snijdende wind. Buiten de auto was het echt niet om uit te houden, we zijn dan ook maar weer snel ons warme Jeepje ingevlucht en via dezelfde route waarover we net naar boven waren gereden, weer naar het dal gegaan. De Trail Ridge Road was wel mooi, maar het “Rocky Mountain National Park is mooier dan ik vooraf verwachtte”-gevoel dat ik bij Emerald Lake had ervaren, kwam er nu toch echt niet aan te pas. Als het om mooie bergwegen gaat, doen mij dan de Million Dollar Highway maar, die was me duidelijk beter bevallen.

Kort voordat we het park uitreden zagen we veel auto’s in de berm staan, en mensen met fotocamera’s er naast. Een overduidelijke hint dus, daar was iets te zien. Het bleek om een nest met jonge uilen te gaan, hoog boven in een boom. Eén uil keek voortdurend heel nieuwsgierig over de rand van het nest heen, die wilde wel eens zien wat voor vreemde wezens daar beneden op de grond stonden. Wij hebben hier natuurlijk even dankbaar gebruik van gemaakt, dankzij onze telelens kregen we de uil mooi in beeld. Jammer genoeg waren de broertjes en zusjes (?) van het dier wat meer verlegen, we zagen wel wat beweging net boven de nestrand maar de koppies bleven veilig binnenboord. Nou, dit was wel een hele leuke afsluiting van ons bezoek aan dit park, toch!

Denver en tornado’s…. dat was een combinatie die ons niet echt bekend in de oren klonk. We waren dan ook best wel verbaasd toen we hoorden dat er vandaag ergens vlak bij Denver een tornado zou zijn waargenomen. Geen slachtoffers en geen schade gelukkig, maar toch….. Waren wij even blij dat het slechte weer deze avond in Estes Park beperkt bleef tot een bescheiden onweersbuitje.


DAG 20 : DONDERDAG 7 JUNI : ESTES PARK – DENVER

Gereden :    96 mijl
Tijdens elke vakantie gaat het hetzelfde. In het begin hebben we altijd dat heerlijke gevoel dat er nog zo lekker veel vakantiedagen vóór ons liggen, de tijd lijkt dan nog niet echt snel te gaan. Maar zo gauw we over de helft zijn, dan glippen de dagen zomaar weg en voor je het weet is dan ineens alweer de laatste vakantiedag aangebroken.

The High Supreme Court Chamber

The High Supreme Court Chamber

We hadden drie dingen op het programma staan, voor deze laatste vakantiedag. Allereerst: The Colorado State Capitol. Want vorig jaar hadden we het zo enorm goed naar onze zin gehad in het Capitool in Washington DC, zoiets willen we echt vaker gaan doen. Ook nummer 2 van het programma  hoort thuis in de categorie mooie gebouwen, de vlak bij het Colorado State Capitol gelegen Denver’s Cathedral of the Immaculate Conception zag er erg fotogeniek uit. En als laatste moesten we hoognodig nog wat gaan winkelen, dat was er nog steeds niet van gekomen tijdens deze vakantie.

De rit van Estes Park naar Denver verliep heel vlot. En dus stonden we al halverwege de ochtend voor The State Capitol. Aan de buitenkant zag het er al prachtig uit, met de wit granieten muren en pilaren en de met goud afgezette koepel. Maar helaas….. het gebouw stond in de steigers. Zonde, nu konden we geen buitenfoto’s maken. Snel naar binnen dus, kijken of we daar meer geluk zouden hebben. Na de onvermijdelijke veiligheidscontrole werden we welkom geheten door een gastvrouw. Van haar kregen we te horen dat we deel konden nemen aan een rondleiding, maar dat we er ook voor konden kiezen om op eigen houtje het gebouw te gaan verkennen. Hoorden we dat goed….. mochten we hier zomaar ‘los’ rondlopen? Nou, dat was een supermakkelijke keuze hoor, wij zijn nou eenmaal geen fan van guided tours. Voor de zekerheid vroeg ik nog wel even of we overal foto’s mochten maken. Ja hoor, dat was geen probleem. Nou, die dame maakte deze ochtend twee mensen heel gelukkig

We hebben ons heerlijk uitgeleefd, in The State Capitol. Alle plekjes die voor het publiek vrij toegankelijk waren hebben we uitgebreid bekeken. En gefotografeerd, uiteraard. Okay, alle pracht en praal hier in het gebouw was minder imponerend dan die in het Capitool in Washington DC, maar er was nog steeds meer dan genoeg moois te zien. Vanaf de begane grond konden we zomaar 55 meter omhoog kijken, tot in het topje van het koepeldak. Ofwel The Rotunda, zoals die koepel ook hier wordt genoemd. De vloeren waren van wit marmer, en voor de muren was roze gekleurd marmer gebruikt. Natuurlijk heb ik heel nieuwsgierig even internet geraadpleegd om te zien of dat marmer afkomstig was uit het plaatsje Marble, dat we tijdens onze eerste vakantiedag hadden bezocht. En ja hoor, natúúrlijk kwam het daar vandaan. Het witte marmer, om precies te zijn, het roze marmer was weer uit een andere plaats in Colorado afkomstig. Verder waren er nog veel andere details te zien, zoals de glas-in-lood ramen, de kroonluchters, de schilderijen van alle mannen die zich ooit president van de USA mochten noemen, enzovoort.

We mochten ook een kijkje nemen in The Senate Chamber en The House of the Representatives. In beide ruimtes had iemand heel ijverig plastic hoezen over alle stoelen gedrapeerd. En daar snappen wij nou echt niks van hoor, dat ziet er toch niet uit op de foto! Een andere grote ruimte in het gebouw was The High Supreme Court Chambers, daar was net een zitting aan de gang. Het leek er op dat we ook hier zomaar naar binnen hadden kunnen lopen, maar dat hebben we toch maar niet gedaan. Maar natuurlijk hebben we wel even nieuwsgierig naar binnen gegluurd, wat zouden de Belangrijke Taken zijn geweest van die zeven ernstig kijkende mannen en vrouwen die daar tegenover de zaal vol met mensen zaten?? We hadden geen idee, maar we vonden het best wel apart hoor dat we zo een glimp hadden kunnen opvangen van het Amerikaanse rechtssysteem in actie.

State Capitol

State Capitol

State Capitol

State Capitol

State Capitol

State Capitol

We waren langer in The State Capitol gebleven dan we vooraf hadden verwacht, als we nog tijd over wilden houden voor nummer 2, de kerk, en nummer 3, het winkelcentrum, dan moesten we nu toch echt weer verder. Het was maar een paar minuten lopen van The State Capitol tot aan Denver’s Cathedral of the Immaculate Conception. Bleek daar net een kerkdienst aan de gang te zijn, dat was balen! We zijn er nog even wat rond blijven dralen, in de hoop dat de kerkgangers snel naar buiten zouden komen. Maar nee, er kwam niemand tevoorschijn. We hadden geen idee hoe lang de dienst nog zou duren, en ook wisten we niet of we überhaupt wel foto’s zouden mogen maken, daarbinnen. En dus besloten we om maar helemaal van deze fotosessie af te zien, we hadden geen van beiden zin om nog langer te wachten.

Op naar het winkelcentrum dus, en ook dat lag op loopafstand. Volop winkels daar, keuze genoeg dus, maar toch konden we niet slagen….. We waren op zoek naar schoenen, hartstikke leuke schoenen vonden we maar niet in de goede maat! En we waren op zoek naar kinderkleding, maar de Gap daar had geen Baby Gap afdeling en de kinderkleding in de andere winkels was te lelijk voor woorden. Winkelen is al niet echt mijn favoriete bezigheid en als ’t dan ook nog eens niet wil lukken….. Kom, we rijden alvast richting ons motel, onderweg komen we vast nog wel een ander winkelcentrum tegen, zo luidde ons back-up plan. En ja hoor, een stukje van de snelweg vandaan zagen we iets dat onmiskenbaar een grote mall was. Dus gauw op zoek naar een exit, en even later draaiden we het terrein van ons tweede winkelcentrum van deze dag op. Gloednieuw was ‘t, echt spiksplinternieuw! Niet alleen het winkelcentrum zelf, maar ook de wegen er omheen. Rondom het winkelcentrum was alles nog kaal, ongetwijfeld gaan ze het daar de komende jaren helemaal vol bouwen. Het personeel daar in de winkels moet blij zijn geweest om ons te zien…. klanten leken hier een nog vrijwel onbekend verschijnsel te zijn! Ons aanvankelijke enthousiasme werd flink getemperd toen we ook hier niet echt konden vinden wat we zochten. Gelukkig bleek er ook een gigantisch grote Bass Pro Outdoor Shop te zijn, waar we uiteindelijk toch nog wat aankopen deden. En nu maar hopen dat Oona de knuffel die we daar vonden leuk zou vinden.

State Capitol

State Capitol

State Capitol

State Capitol

We hadden het nu echt helemaal gehad met het shoppen. Tijd dus om naar de Tower Road te rijden, de lange weg waaraan alle airport motels zijn gevestigd. Daar meldden we ons bij de receptioniste van de Days Inn. Tot onze verbazing bleek ze onze naam niet te kennen, en dat terwijl we toch echt gisteravond vanuit ons motel in Estes Park een reservering hadden gemaakt. Dacht ik. Bleek dat we compleet in het verkeerde motel zaten, we moesten de Quality Inn hebben. Tja, dan kan gebeuren toch, na drie weken lang vrijwel elke avond in een ander motel te hebben overnacht! Gelukkig kenden ze ons bij de Quality Inn wel, ze hadden een mooie grote kamer voor ons gereserveerd. Handig, want die ruimte konden we wel gebruiken nu ons hele hebben en houden mee naar binnen moest.

Terwijl we onze spullen in de kamer uitstalden, hoorden we op tv dat er vlak bij Denver opnieuw een tornado-waarschuwing van kracht was. En toen we even later nog één keer de auto pakten om een restaurant en een autowasstraat te gaan zoeken, zagen we inderdaad een gitzwarte lucht ten oosten van de stad. Ik heb toch wel regelmatig eens die kant opgekeken, maar neer hoor, we hebben niets gezien wat op een tornado leek. ’s Avonds, toen we weer op de motelkamer waren, heeft ’t nog wel even heel hard gewaaid en zelfs ook gehageld, de takken van de boom die naast onze kamer stond tikten voortdurend tegen ’t raam aan. Was ik even blij dat het noodweer maar kort duurde, we wilden immers nog wel gewoon lekker kunnen slapen voordat we aan onze lange terugreis zouden gaan beginnen.


TOT BESLUIT

Toen we wakker werden, was het stralend weer. Niks aan de hand, dus. Op ons dooie gemak hebben we de laatste voorbereidingen voor de terugreis getroffen, en daarna begon het hele reis-ritueel dat ik hier in één regeltje kan samenvatten:  auto inleveren, vliegen naar Reykjavik, overstappen, vliegen naar Schiphol, en daarna met dank aan taxibedrijf Rob en Elina naar huis!

En nu zijn we dus alweer drie maanden druk bezig met het verwerken van alle indrukken die we tijdens deze reis hebben opgedaan. Ik vooral door middel van woorden (ik ben er toch weer in geslaagd zo’n 40 A-viertjes vol te typen!) en Hans door middel van de foto’s. Heerlijk om zo alles weer een keer voorbij te zien komen, we beleven zo onze reis gewoon nog een keer. Dat geweldige gevoel dat ik had toen ik bij The Moon House Anasazi Ruin zat, dat komt zo weer helemaal naar boven. Echt, voor mij was dit de absolute topper van deze vakantie. En Hans is helemaal in z’n element als hij zijn favoriete foto-object weer voorbij ziet komen, en dan heb ik het dus over The Crystal Mill. Natuurlijk zijn er nog veel meer prachtige momenten geweest, de Peekaboo Trail in Bryce Canyon National Park was onvergetelijk, Edmaiers Secret was zelfs nog mooier dan twee jaar geleden, en eindelijk, eindelijk hebben we dan toch de trail naar Broken Bow Arch kunnen doen! We zijn ook erg enthousiast over onze pictographs en petroglyps, vooral die in Sego Canyon vond ik fantastisch.

Eén plekje wil ik nog even apart benoemen, en dat is Bullion Falls. Een vrij ongebruikelijke bezienswaardigheid voor ons, maar wel een die ons bijzonder goed is bevallen. Zo goed zelfs, dat we volgend jaar geen badlands, hoodoos en petroglyphs gaan bekijken, maar watervallen!! Houd onze site maar in de gaten, vanaf eind april willen we hier graag een live-verslag plaatsen van onze veertiende USA-reis. Met daarin heel veel watervallen, mooie kusten en bomen. Met andere woorden: we gaan nu ook de staten Washington en Oregon ‘ontdekken’!